Nu zit ik hier. Met één hand te typen. Mijn linkerhand. Traag dat het gaat. Lettertje per lettertje. Voor dactylo zou ik nooit een kans maken om er door te zijn. En als ik een zin als de voorgaande wil verwijderen en herschrijven omdat ze op niks trekt heb ik er de courage niet voor. Om eventjes to the point te komen: mijn rechterhand zit in het gips. Deze avond zat bibi maar eventjes vier uur (!) in de wachtkamer van het ziekenhuis, bijna om te komen van de honger én de pijn. Halfweg de wachttijd mocht ik foto’s laten maken van mijn hand. Een uur later kwam het bericht vier weken gips door een gebroken botje ergens midden mijn hand. Zucht.
Een paar uur eerder zat ik nog op mijn fietske (bijna al zingend) naar huis te rijden. In de straat waar ik een paar jaar geleden nog bijna Ingeborg (ja, dé zingende huisvrouw) had omver gefietst, gebeurde het. Een portier van een auto ging open en BOEM – PAUKESLAG – ik lag op de kasseien. Ik kon het niet meer ontwijken en raakte nog net met mijn stuur de deur… 4 weken…
De daarop volgende conversatie tussen de bestuurder en mij typ ik de volgende keer wel. Ik heb deze avond genoeg geoefend met mijn linker hand.




Heb je wel gips met een mooi kleurtje?
Groen of roze?
Sterkte en laat Kaj je maar verzorgen
Oeioei! De wraak van Ingeborg! Laat je maar goed soigneren thuis!
Al die stomme jobjes die ineens zoveel langer duren (schoenveters knopen bv)! Je hebt al voor 4 weken ver onderwerpen om over te bloggen!
[...] hoofd halen de straat over te steken. En met de winterse gladheid is het helemaal een ramp. Is het dat ongeluk van vorig jaar die in mijn kop speelt? Of word ik gewoon oud en (veel te) voorzichtig? ‘t Is om er mottig van te [...]