Annapurna Circuit

Dag 16, aankomst in Ulleri [1960]

Wanneer we de laatste bocht te voet naar beneden voorbij zijn, staan we plots oog in oog met 5 jeeps. Hun bestuurders staan met de handen in de broekzakken, sommigen met de armen gekruist, keuvelend of gewoon voor zich uit te staren, te wachten tot er passanten arriveren die van hun diensten gebruik willen maken. Op de daken van sommige voertuigen liggen al wat rugzakken vastgebonden op de bagagedragers. Daarom beslist onze gids alvast een jeep te reserveren. De terreinwagens zijn tot de laatste aangelegde meter weg naar boven gereden. Vanaf dit punt moet iedereen te voet of wordt de bevoorrading met muildieren verzorgd, richting Ghorepani [2880] en Poon Hill [3193].
We zijn deze ochtend al van iets na 3 uur uit onze slaapzak getuimeld om met een verzameling luidruchtige toeristen de laatstgenoemde heuvel te beklimmen. Een hoogte van 3000 meter noemen ze in Nepal inderdaad een heuvel. Deze is bekend om de modale reiziger de beleving van zijn leven te geven: een zonsopgang boven het decor van het bergmassief van de Annapurna en de Dhaulagiri. Bergen met een hoogte van rond de 8000 meter in het gebied waar wij ruim 2 weken hebben rond getrokken. Aangezien ons hotelletje aan de voet van de ruim 300 meter hoge beklimming stond en Poon Hill een zijsprong op onze grote tocht is, konden we zonder rugzak op en neer wandelen. Tussen de kreunende en puffende vakantiegangers zweefden we naar boven. We passeerden iedereen voorbij alsof het ons niets deed, met een conditie van uren en dagen na elkaar stappen op grote hoogte. Dat ik gisteren de laatste kilometers op weg naar Ghorepani amper vooruitkwam vergeet ik even.
Aangekomen op een klein en onbegroeid vlak bergplateau stonden al honderden mensen te wachten op het aanbreken van de dageraad. Daar te midden stond een metalen uitkijktoren. Alsof 10 meter extra nog nodig is op zo’n hoogte? We waren ruim op tijd want de toppen voor ons waren nog gehuld in grijstinten. Zoveel volk waren we niet meer gewoon. Op een gegeven moment begonnen mensen te joelen. Het topje van de Annapurna IV werd betoverd in een oranje gloed. Enkele minuten later volgden de toppen van Annapurna III en II. En daar verscheen dan plots de zon zelf in het oosten. In geen tijd baadde het hele bergmassief in vurig roodoranje. Rondom ons werden mensen wild en enthousiast van al dat wondermoois. Terwijl we belaagd werden door selfiesticks met daaraan hangend lachende mensen, sommigen hele vlogs bij elkaar schreeuwend, anderen een zelfs een emotionele zangstonde inzetten, stonden wij daar stil naast elkaar en wezenloos voor ons uit te kijken. Het hele schouwspel deed ons niets.
Nu, enkele uren later is het bijna middag. We staan op het einde van onze trektocht. Even plots als die begon, stopt hij hier op dit stoffige uiteinde van de jeeproute. We beseffen nog niet dat we uitgestapt zijn. Uitgehongerd lopen we naar de tuin van een aanpalend hotel waar we ons in een witte plastieken tuinstoel ploffen. Onze gids geeft een laatste keer pen en papier om de menukeuze te noteren. De beslissing wat we willen eten is snel genomen: snotzakskes. Nog voor de drank op tafel verschijnt vallen we uitgeteld met ons hoofd op de tafel. We schieten pas wakker als het eten naast ons wordt geplaatst.

Ulleri_NP_20.11.2018

LAW

Een Lange AfstandsWandeling (LAW) volgen is niet op één dag zoveel mogelijk kilometers malen. Het is eenvoudigweg een uitgestippeld pad wandelen die je op plaatsen brengt waar je van z’n leven op geen enkele andere manier terecht gaat komen.

— Peter

Pré-RAVeL L141 + RAVeL W3/W4_BE_12.06.2020

Wandelrapport

Naam: Pré RAVeL Ligne 141 tussen Nijvel en Seneffe, daarna
bezoek aan de tuinen van het kasteel van Seneffe, daarna
W3 (La Véloroute des Carnavals) / W4 (Canaux, fleuves et rivières) van Seneffe naar La Louvière via Canal Charlerloi-Bruxelles Historique en Canal Charlerloi-Bruxelles en Canal du Centre
Datum: vrijdag 12 juni 2020
Aantal kilometer: 29 km, waarvan 10 km RAVeL L141 en 4 km tussenroute kasteel Seneffe en 13 km W3/W4
Bewegwijzering: gemarkeerd door het Waalse gewest
Duur: 6h 35m gewandeld (8:11 – 14:47)
Beginpunt: Station Nivelles (Nijvel), provincie Waals-Brabant [SNCB]
Eindpunt: La Louvières, provincie Henegouwen [SNCB]


Fotobijlage
RAVeL 141_E19_Brug_Seneffe_StreetCanvas

GRP 127_BE_01.06.2020

Wandelrapport

Naam: GR 127 Tour du Brabant Wallon
Datum: maandag 1 juni 2020
Aantal kilometer: 29 km, waarvan 22 km GR en 2 km aflooproute in Nijvel Centrum
Bewegwijzering: gemarkeerd door het Waalse GR-netwerk
Duur: 4h 43m gewandeld (8:33 – 13:29)
Beginpunt: Station Hennuyères, provincie Waals-Brabant [SNCB]
Eindpunt: Nivelles (Nijvel), provincie Waals-Brabant [SNCB]


Klein verhaal
GRP 127_Buskot aan halte Rouge Bouton in Virginal

In mijn hoofd speelde zich tientallen jaren geleden het volgende af: een conversatie tussen bewoner en parochiewerker. Et en Français. En nogal cliché ook.
“Zeg, wat gaan jullie met dat oude buskot doen?”
“Naar het stort tiens.”
“Ge moet dat niet wegsmijten eh. Ik kan dat nog gebruiken voor mijnen entree.”
“Aha, pak maar, dan kunnen we al nen aperitief gaan drinken.”

GR 12_BE_21.05.2020

Wandelrapport

Naam: GR 12 Amsterdam – Parijs | Vlaanderen
Datum: donderdag 21 mei 2020
Aantal kilometer: 28 km, waarvan 22 km GR en 6 km aflooproute
Bewegwijzering: gemarkeerd door het Vlaamse GR-netwerk
Duur: 5h 59m gewandeld (9:08 – 15:18)
Beginpunt: Station Beersel, provincie Vlaams-Brabant [NMBS]
Eindpunt GR12: Braine-le-Château (Kasteelbrakel), provincie Waals-Brabant, mogelijkheid om met TEC naar stations van Halle, Tubize, Braine-L’alleud en Nivelles te reizen.
Aflooproute naar Station Tubize (Tubeke), provincie Waals-Brabant [NMBS]


Fotobijlage
GR12_Beersel_Meigemheide

Toen ik de laatste verspreide huizen van Beersel achter me liet kwam ik opeens in dit mooie landschap terecht. Het is beschermd en omvat nog enkele relicten van het vroegere Zoniënwoud en is vooral een laatste restant van een heidelandschap.

Op deze plaats zag ik heel wat wandelaars die de plaatselijk bewegwijzerde luswandelingen deden.

  • Kesterbeekwandeling [7,3 km – Start: Herman Teirlinckplein, Beersel]
  • Lambiekwandeling [16 km – Start: Bezoekerscentrum ‘De Lambiek’, Alsemberg]

De kaartjes zijn te downloaden op de website van de gemeente Beersel http://www.visitbeersel.be/wandelen.

Referenties:
Bijlage bij wandelrapport: GR12_BE_21.05.2020
Inventaris onroerend erfgoed: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/135117

Fotobijlage
GR12_Braine-l’Alleud_Château d’eau de l’Ermite_BE

1904 >>> 1971, van Art Deco naar Beton

Het oude waterkasteel staat er nog, tussen de huizen en is beschermd als monument. De kuip draagt een soort beschermend imkerpak maar dan om de omgeving te behoeden van zijn bedoelingen. De nieuwe watertoren is ouder dan ikzelf. De oude bepaalt het dorpsgezicht terwijl het recentere exemplaar er wat aan de kant geschoven bij staat. Zal deze ook ooit een beschermd statuut krijgen? Hij staat er in ieder geval fris geschilderd bij.

Referenties:
https://fr.wikipedia.org/wiki/Ch%C3%A2teau_d%27eau_de_l%27Ermite
https://www.wiki-braine-lalleud.be/index.php5?title=Rue_du_Cuisinier

Fotobijlage
GR12_Hallerbos_BE

Ik was er nog nooit geweest, in het ondertussen wereldberoemde Hallerbos omwille van de blauw-paarse bloementapijten van bloeiende boshyacinten. Ik wist dat ze net uitgebloeid waren. Het bos kleurde echter van onder tot boven enorm groen, wat ook een speciaal gevoel gaf.

Fotobijlage
Aflooproute_Station van Tubize_BE

In de voetgangerstunnel onder de perrons van het station van Tubize kwam ik volgende muurschilderingen tegen:

Enig in ons land, uitzonderlijk in Europa!

De titel pikte ik losweg van het infobord die stond op de plek waar het gebeurde…

Ik naderde een oude brug over de Durme, de Mirabrug. Daar stond een man met zijn kleinkind naar het water te staren. Hij sprak me aan en vroeg of ik naar de mascaret kwam kijken. “Dat ken ik niet” moest ik onmiddellijk bekennen waarna de man begon uit te leggen dat vorig jaar het daar vol stond van het volk, zelfs op beide oevers want de brug was te klein, en zowaar Radio 2 aanwezig was om het spektakel te verslaan. “De mascaret, bij hoogtij, en dat is toevallig vandaag, en hij is nu op komst, hij zou er al bijna geweest kunnen zijn, is een vloedgolf die vanaf de Schelde uit Antwerpen komt aangerold door het wisselen van de getijden. Het is raar dat je daar nog nooit van gehoord hebt want dat komt niet veel voor in Europa. Op enkele rivieren in Frankrijk bijvoorbeeld, waar de golf zo groot is dat ze er kilometers lang op kunnen surfen. In België komt het enkel hier op de Durme voor.”

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Die naderende vloedgolf wilde ik wel eens zien. En dus begon ik samen met het tweetal te wachten. Ik was danig enthousiast dat ik me niet afvroeg waarom er niet veel volk stond. Aan het mooie weer lag het niet. Hij kwam blijkbaar nogal laat deze editie. Tot er plots een bende fietsers kwamen langs gereden die nogal enthousiast riepen dat hij op komst was! Uiteindelijk heb ik daar een half uurtje moeten wachten… En toen kwam hij aangerold.
Aanschouw dit natuurfenomeen in mijn zelf gefilmde én gemonteerde filmpje:

Heb je het gezien eigenlijk? Want anders moet je eens terugspoelen… de vloedgolf veroorzaakte zo’n deining dat menig in het riet schuilende kikker er niet echt van wakker werd. Ik zit hier nog altijd op mijn honger, want ik wil nu wel eens een gigantische vloedgolf aanschouwen…

De Mirabrug is een brug over de Durme, op de grens van de gemeenten Hamme en Waasmunster. Het is de tweede Mirabrug die ik mocht aanschouwen in mijn leven, deze én de echte in Avelgem.
De brug kreeg haar naam en bekendheid dankzij de speelfilm Mira, een film uit 1971 van het boek De teleurgang van de Waterhoek van Stijn Streuvels, met Willeke van Ammelrooy en Jan Decleir in de hoofdrollen. Het script was van Hugo Claus. De brug die Streuvels beschreef lag niet tussen Hamme en Waasmunster, maar was de brug over de Schelde die Ruien met Avelgem verbond. De huidige brug is veel moderner dan de oorspronkelijke wat waarschijnlijk de reden is dat de film werd opgenomen aan de oude brug over de Durme. En net aan de oorspronkelijke brug, aan de Waterhoek in Avelgem heb ik nieuwe rioleringen aangelegd (lees: kijken aanleggen hoe de aannemer zijn werk deed). Of hoe onze kleine wereld aan elkaar gelinkt is.

Wandelroute

S-GR Waas- en Reynaertland
Toen ik op een zondagmorgen in juni halsoverkop besliste om het gloednieuwe traject van het streekgroteroutepad Waas- en Reynaertland was ik zo onvoorbereid dat ik maar half de kilometers had gecontroleerd waardoor de geplande 25 er eigenlijk 35 werden en ik nogal mentaal op de proef werd gesteld de laatste kilometers om maar nog te zwijgen over de onweersbui die het laatste uur met bakken uit de lucht kwam vallen en ik mijn paraplu vergeten was…
De vallei van de Durme kende ik niet, maar het is alvast de moeite waard om dit deel van de S-GR te verkennen. Ik wandelde van Temse naar Lokeren.

Tussen genesis en revelation | Overzicht GR en LAW 2016 – 2019

2019 bleek achteraf gezien een overgangsjaar, een soort van in het midden van mijn leven zijn: Er is veel voorbij gevlogen (is dit het dan?) / Er komt nog wel wat aan (statistisch gezien). En op hetzelfde moment ook geconfronteerd worden dat het eindig is, dat het nogal snel gedaan kan zijn.

Daar zat ik mee. Op mijn eindeloze wandelingen. Soms met het gedacht of het wel zin heeft om zo te malen: kilometers en gedachten. Maar toch doorzetten omdat ik uit ervaring weet dat er maar één weg die te bewandelen is: die van de vooruit. Hoe lastig het ook is. Dus stapte ik verder. Tot de dingen beter gaan.

Het was ook een jaar van meer radiostilte op alle soorten kanalen. Niet dat er per se minder gedaan werd, integendeel. De wandelkaart spreekt voor zich. Kleine stapjes die omgezet worden in lijntjes. Langs de andere kant zijn het ook maar lijntjes. Het zegt niets over de inhoud…

Onderweg

Zeebenen

Zonet met de trein aangekomen in Oostende, kom ik midden in een heuse stortbui terecht. Met windvlagen waar mijn paraplu onmiddellijk paraplu van slaat en mijn benen zeiknat worden omdat de regen aan zee blijkbaar horizontaal valt. Vanonder mijn regenscherm zie ik de plaatselijke populatie op deze doordeweekse avond gewoon buiten wandelen, doorweekt. Zonder paraplu, niemand die het nodig vindt om zich te beschermen tegen de regen. Er host hier zelfs iemand in zijn trui rond. Ter controle steek ik even mijn hoofd naar buiten om te zien of ik de bui echt wel zie hangen, zwiept het water me in de ogen. Deze Oostendenaren doen hier klaarblijkelijk niet moeilijk over. Er fietst hier zelfs een exemplaar met een bakfiets alwaar zijn kleine versie nat in het bad zit, gezicht voorwaarts in de striemende regen. Misschien kost het badwater hier stukken van mensen? Gehard zijn ze.
Ondertussen zit ik ergens binnen uit te druppen om zo meteen na een uur repeteren terug af te druipen richting binnenland, alwaar ik straks vermoedelijk dezelfde bui ga moeten trotseren, omdat het weer thuis altijd vanaf de Noordzee komt aanwaaien.

Brussel_BE_03.02.2020_Peter

Buurvrouw

Mijn buurvrouw voor het komende half uur komt tamelijk gestresseerd de wagon binnen gestrompeld met al haar laptop-, hand- en koffietassen en ploft zich schuin tegenover mij, met een diepe zucht neer. Ze opent de laptoptas en begint gejaagd een zoektocht in haar paperassen wat haar een Tupperwarepot met muesli oplevert. In haar handtas vindt ze na een korte ontdekkingsreis een bokaal bio-yoghurt die ze in de pot met mueslies kapt. Ze begint verwoed te roeren met een lepel die ooit eens is blijven plakken tussen de huissleutels en een pakje papieren zakdoeken. Wanneer het papje slap genoeg is om zonder knabbelen naar binnen te spelen verslindt ze haar ontbijt bijna met pot en al, ondertussen furieus op haar telefoon aan het tokkelen met toetsenbordgeluid op maximum. Vervolgens, alsof het haar plots te binnen schiet, graait ze nogmaals in de handtas en haalt poeders, zalven en stiften uit om er, na een kwartier mee aan de slag te zijn geweest, mooi uit te zien gloeien en blozen. Dan, wanneer we ons gezamenlijk station van uitstappen naderen pakt ze haar spullen onder haar beide oksels, gaat alvast aan de deur staan en steekt haar telefoon tussen oor en schouder en belt met de mededeling dat ze een kwartier te laat zal toekomen wegens haar treinvertraging. Ik kijk op mijn horloge en zie dat onze trein 5 minuten te vroeg op zijn bestemming zal aankomen.

Brussel_BE_31.01.2020_Peter

DON’T REMOVE ART

Don’t remove ART
OranjeboomstraatBrugge_BE_09.01.2016

Removed ART
Oranjeboomstraat_Brugge_BE_ 18.01.2016

BXL

Op een onbewoond eiland

Welgeteld 4 seconden beslissingstijd had ik nodig om de vers uitgebrachte legodoos 21322 te kopen: Pirates of Barracuda Bay. En toch was het een uitgestelde aankoop. Eentje van ruim 30 jaar. Want in het jaar onzes Heren 1989 kwam de legendarisch Legodoos 6285 uit: Black Seas Barracuda, ofwel het piratenschip. Ik heb die toen bij iedere bezoek aan de plaatselijke stock americain kwijlend in mijn handen gehad en steeds moeten terugzetten. Als 11-jarige had ik niet het fortuin om zo’n groot schip te kopen.
Legodoos 6270, Forbidden Island, uit datzelfde jaar, had ik wel. Ontelbare keren heb ik deze set afgebroken en herbouwd, dat ik het zelfs vanbuiten kon. Met 164 steentjes was dat achteraf gezien ook niet zo’n geweldige prestatie. In den tijd was het echter mijn grootste Lego set en figureerde in mijn eigen gebouwde kleine dorpje als attractie/darkride/museum, dat geïnspireerd was na het openen in 1991 op Los Piratas in Bellewaerde, dat op nog geen drie kilometer van onze deur lag. Ik was toen inmiddels rijp om naar het middelbaar te gaan, maar de coming out dat ik toen nog met Lego speelde doe ik hier voor het eerst…

Wat ik aan lego leuk vind is het bouwen, het creëren, al van kinds af aan. Waarschijnlijk daarom dat ik tegenwoordig af en toe een nieuwe set koop. Om dat gevoel van vroeger terug op te sporen (of de kleine sets van toen te compenseren?) Tijdens het bouwen van deze set werd ik teruggeworpen naar begin jaren negentig. Een zalig gevoel waarbij mijn herinneringen en het bijhorende gevoel van toen terug naar het heden werd gebracht. Dat gevoel is na enkele dagen wat weggeglipt. Hoe kan het ook anders. Door de lange periode tussen toen en nu heb ik dat ook wel geromantiseerd. Want de tijd die ik nu kan steken in het bouwen en zelf verzinnen en creëren is bijna nihil in vergelijking met de zeeën van tijd toen. Het is een zalig gevoel wanneer er tussendoor resultaat is, als er een creatie tot stand komt. Maar afgewerkt staat het daar dan gewoon statisch te staan. Als bevroren. Hoe prachtig iets ook is, als het proces gestopt is, is het tot leven komen ook gestopt en lijkt het voorwerp ook doods en kan ik alleen maar nostalgisch kijken op de manier hoe het ontstaan is. Het goede gevoel van het bouwproces ebt weg in de tijd.

Los Piratas is inmiddels verdwenen. Mijn Lego sets van vroeger hebben de oversteek naar Brussel gemaakt en liggen door elkaar in een nog ongeopende plastic zak te wachten op een bouwproces die nooit meer lijkt te komen omdat ik er geen tijd in steek. Ik heb als volwassen terug een paar sets gekocht die op hun alleen al groter zijn dan al mijn Lego van vroeger samen. Het bouwen en het boekje volgen is leuk. Ik blijf echter op mijn honger zitten om terug zelf aan de slag te gaan en uren bezig te zijn om een paar blokjes op de juiste plaats te krijgen zodat ze bijvoorbeeld een perfecte rotsformatie of een perfect gemodelleerd huisje worden.

Twee jaar eerder…

Het is een beetje zoals Jack Sparrow en zijn Black Pearl. Ik wilde altijd al de Black Seas Barracuda hebben. In 2018 kreeg ik hem alvast te pakken… in een heel kleine versie bij de doos van 60 jaar Lego. Hij staat hier sindsdien in de boekenkast. Ik heb de foto alvast wat ingezoomd zodat mijn schip wat ontzagwekkender overkomt.

Fotobijlage
De bouw van een eiland

Fotobijlage
Eindelijk een schip!

Maar het treurige is dat het schip na een hevige storm is aangespoeld op een onbewoond eiland en gebroken is in drie stukken. Nu heb ik nog altijd mijn piratenschip niet…

Voor de aandachtige bezoeker

Wat is nu dat andere gebouw waar uw lief zit aan te bouwen hoor ik je denken!? Wel, het is de oude viswinkel. Net zoals alle andere legodozen breek ik mijn creaturen gewoon direct af om te herbouwen.

Op een bewoond eiland

Dit is een verslag van twee maanden wonen in Brussel tijdens de eerste coronacrisis. Het is een tekst waar ik de hele periode aan geschreven en geschaafd heb. Na jaren van stilstand heb ik het schrijven terug opgerakeld en het terug kunnen voelen. Het is geen ongelooflijk literair stuk geworden. Ik heb mij desalniettemin kunnen uitleven en mij terug kunnen verwonderen in en door het proces van schrijven. 

Een stilgevallen stad | de eerste weken

Sinds ik door de coronamaatregelen in Brussel ben gekluisterd probeer ik veel te wandelen om in beweging te blijven met lichaam en gedachten, en weg te lopen van het dagelijkse werk die, bij gebrek aan andere plekken, voortdurend aan de livingtafel plaats vindt. Ik heb al menig lus gewandeld die samengevoegd in bovenaanzicht een bloem met heel veel gelobde bloembladen vormt, ons appartement als middelknoop.
In het begin van de opgelegde restricties was ik heel fanatiek. Ik werkte uren aan een stuk geconcentreerd door en sprokkelde vervolgens ettelijke kilometers bijeen om de balans van inspanning terug te doen kantelen naar ontspanning. Ik weet nog toen de opgelegde maatregelen van overheidswege in hun aanvangsweek niet heel erg duidelijk waren vastgelegd en niemand wist of we überhaupt ter ontspanning de deur uit mochten, ik overdag nogal benauwd in huis zat, rusteloos, maar aan de vooravond toch de deur uit sloop om, weliswaar met een ongehoorzaamheidsgevoel, mijn kilometers te malen. Ik zat met een mentale weerstand tegenover de vrijheidsbeperking. Het voelde zeer onrechtvaardig aan. Wat mijn eigenzinnig gevoel in stand hield was dat er amper beweging op straat was. Mijn ervaring was dat een bezoek aan de supermarkt veel gevaarlijker was om het virus op te rapen of zelf over te dragen dan een wandelingetje in de stad.
Toen uiteindelijk de nationale veiligheidsraad in die beginweken de regels ondubbelzinnig vastlegde was ik niet meer te houden. We werden zelfs aangemoedigd om in open lucht te bewegen, zolang je het maar alleen deed of met het gezin en in constante beweging bleef. Ik was dus helemaal niet illegaal de deur uitgestapt, integendeel! Zolang ik vanaf onze voordeur begon en fysiek daar ook kon eindigen was er geen vuiltje aan de lucht. Het gevoel dat mijn vrijheid was ingeperkt bestond sindsdien niet meer. En dus ging ik afgelopen weken de oevers van ons gewest opzoeken.

Dwalen in een stad

Ten zuidwesten van Anderlecht, aan het uiterste puntje van Metro 5 kronkelt de gewestgrens, meanderend met de Vogelzangbeek. Daarachter zag ik de glooiende akkers van het Pajottenland, eind maart nog ongeploegd en onbezaaid.
Een week later wandelde ik in het uiterste noordwesten in de Molenbeekvallei en de vochtige moerasgebieden van Ganshoren. Eind maart was het daar nog te vroeg om bloeiende irissen te zien, de bloem als embleem van ons gewest omdat die gedijt in de van oudsher aanwezige vochtige moerassen. Overal doorheen het gewest ontdekte ik wel de overgebleven toponiemen in wijk- en straatnamen die verwijzen naar de drooggelegde broeken en moerassen.
Begin april nam ik overal bloesems waar. Nooit waren die in de jaren dat ik hier woon mij zo opgevallen. Bij de eerste tekenen van de lente ben ik normaal gezien niet te houden om eropuit te trekken, weg uit de stad, die in de naweeën van de winter enkel grijs en grauw op mij afkomt. Dit voorjaar zat ik noodgedwongen middenin de stad en zag hier de kleuren terugkomen.
Halverwege april, in het meest zuidelijke punt stuitte ik midden in het Zoniënwoud op de kaarsrechte grens met Vlaanderen. De knoppen van de beukenbomen waren net uitgebarsten tot een bescheiden bladerendek waar het blauw van de lucht nog door te zien was.
Maar de plekken waar ik het duidelijkst de seizoensverandering heb waargenomen zijn de parken die ik met maandelijkse tussenpozen bezocht. Midden maart wandelde ik – het was jaren geleden – in het Josaphatpark in Schaarbeek, volledig in winterse sferen ondergedompeld, behalve de aangeplante voorjaarsbloeiers. Toen ik anderhalve maand later het park terug betrad herkende ik mij niet meer. De bloemen waren verdwenen maar park was een weelderig groene oase geworden. Volledig aan de andere kant van het gewest heb je het Dudenpark in Vorst waar je precies in de Ardennen bent.
In allerlei straten en parken waan ik me in een ander land. Italiaanse lanen, Parijse Boulevards, Turkse straten of New Yorkse zichten. Ik ontwerp mijn eigen reis in de straten waar ik woon en puzzel de stad bij elkaar. Spoorwegen die zich via tunnels en viaducten doorheen de stad wurmen, probeer ik bovengronds hun tracé te volgen. De nationale wegen die hier aan de kleine ring ontspruiten naar alle richtingen van het land heb kwam ik iedere dag tegen wanneer ik weer eens een windrichting had gekozen om naartoe te wandelen.
Ik heb hier de zee gevonden. Het in beton opgetrokken kanaal Brussel-Charlerloi. Wanneer ik in Molenbeek op de kaden wandel heb ik eenzelfde gevoel als wanneer ik op het Noordzeestrand wandel. Het komt door de open vlakte waar de wind vrij spel heeft. Het suizen van de wind in mijn oren doet alle geluiden verdwijnen en geeft me eenzelfde soort gevoel als aan zee. De ervaring correspondeert. Is dat niet eigenaardig?
Echte open waterlopen vond ik alleen aan de buitenkanten van het gewest. Bijna alle grachten zijn ingebuisd en in tunnels gestoken, net zoals de Zenne. De rivier zag ik voorheen iedere dag vanuit de trein, hoe die zich plooide tussen de sporen aan het Zuidstation. Tijdens mijn wandelingen heb ik de Zenne alleen maar in het uiterste noorden van het gewest gezien, daar waar die letterlijk onder de fabrieken tevoorschijn komt in Haren-Buda, om direct de grens met Vlaanderen over te steken. Daar wandelde ik in een stukje niemandsland, ergens in de jaren tachtig, tussen de verlaten fabrieken en stuk gereden kasseiwegen. Ik zag daar de rijkswacht passeren in gedachten en in een oud Volkwagenbusje.
Ik kwam ook terug op plekken die ik ontdekte in de begintijden van mijn leven hier, zo’n zeven jaar geleden. Op mijn manier, wat wil zeggen dat ik stap en blijf stappen met een ongekende honger om nieuwe stukken aan mijn puzzel toe te voegen. Ik ontdekte oude stukken als nieuw en ontdekte nieuwe verbindingen door evenwijdige straten of andere verbindingen te maken, verbindingen tussen de verschillende gemeenten van het gewest.

Thuisgekomen

Onze straat ligt pal in de vijfhoek en is één van de drukste doorvoerstraten met forenzen en toeristen. Twee maand was het hier doodstil, met af en toe een passant, meestal aan het bellen en in het gezelschap van een plastic zak van de supermarkt. In de namiddag fietsten soms enkele ramptoeristen van buiten het centrum vol verbazing een lege Grote Markt op. Een rare gewaarwording, het ontbreken van het constante gewauwel van een mensenmassa, de afwezigheid van rammelende kasseien, geen toerende auto’s, geen voorbijsuizende vliegtuigen, auto’s die voor lange tijd geparkeerd stonden om er stof te vangen, gras die begon te groeien in de spleten van voetpaden en pleinen. Het was precies autoloze zondag waar de wandelaars en fietsers het lieten afweten. Brussel was voor even een uitgestrekt dorp met enkel zijn inwoners. Er waren geen straatmuzikanten die in continue herhaling het thema van The Godfather, Despacito en Con Te Partiro te berde brachten. Het enige onveranderde maar opvallende in het straatbeeld waren de zwervers en daklozen die af en toe met elkaar voor enige opschudding zorgden in voor de rest ingedutte stad.
In het nieuws hoorde ik dat we in oorlog waren met een onzichtbaar virus. Ik denk dat het een beetje is zoals naar een museum gaan over oorlog. Je ziet de beelden, maar zelf zit je thuis in alle comfort het front te volgen, met de gedachte dat het virus mij wel niet te pakken zal krijgen. Maar enkele dagen later na het zien van de verschrikkelijke beelden uit onze eigen ziekenhuizen stuurde ik mijn mening bij, om liefst een milde vorm van corona te krijgen zodat ik immuun zou worden. Een egoïstische gedachte die snel evolueerde in het absoluut niet willen krijgen na het nieuws van mijn geboortefront Ieper, waar het virus lelijk aan het toeslaan was.
Ik hield in deze periode voor de eerste keer in mijn leven een gesprek met een dakloze. In het park van Brussel sprak hij me aan en voor de eerste keer hield ik halt. Het was een normaal gesprek over de toestand in het land. Hij vroeg me ook enkele artikels op CNN voor te lezen zodat hij kon horen hoe het was in een wereld met een overheersend virus. Ik gaf hem uiteindelijk geen geld. In de maanden van de lockdown heb ik geen bankbriefje of muntstuk in mijn zakken gehad.
De bovenbuur begon plots iedere dag op zijn gitaar te tokkelen. Doorheen de stad kwamen geluiden van instrumenten uit openstaande ramen de straat op gewaaid. Trompetten, mandolines, saxofoons, piano’s, dwarsfluiten en één enkele trombone. Die laatste kreeg meermaals applaus te horen van toevallige passanten. Ik stond namelijk, zoals altijd met zomerse temperaturen met openstaande balkondeuren te repeteren. Maar doordat alle andere geluid was weggevallen zweefden mijn noten tot ver de straten in. Hoe paradoxaal het klinkt, maar hoe minder mensen op straat, hoe meer publiek ik had die mij konden horen spelen. Het gaf wel een kick als ik een bescheiden tweemansapplaus kreeg na het spelen van mij studies.

Wanneer dit over is

Ik wandelde in een bijna verlaten netwerk van spoor-, water-, autowegen. Een ouderwets web die geconnecteerd is met onze buurgewesten en zelfs ver daarbuiten. Ik zat opgesloten in een stilgevallen Europees middelpunt of tussenstation. Brussel was even van ons, een grote familie Robinson, die na een schipbreuk hier ooit zijn gestrand. Toen de stad afgelopen tijd alle grote fonteinen aan het vullen was hoorde ik het kletterende water al op grote afstand. Dat moment ga ik koersteren. Want straks zal het heel snel als vanouds zijn, alsof er geen virus is gepasseerd afgelopen twee maand. Deze laatste week zag ik al de tram in de knoop zitten tussen de auto’s. Ik weet niet of ik zomaar terug wil naar de tijd toen er van een coronavirus nog geen sprake was. Wanneer dit over is wil ik niet terug naar het normale. En kan ik eigenlijk wel een zin starten met “wanneer dit over is…”? Wat wil ik behouden of veranderen na deze ervaring? Deze coronawandelingen kan ik overal op deze wereld stappen.

De Coronawandelingen_Brussel_BE_13.03/11.05.2020

Vroege vogels

Wij worden sinds enkele maanden gewekt met het gekwetter van een koppel vogels die af en toe een koekoek op visite krijgt. Het geluid, genaamd “vroege vogel”, werd geprogrammeerd door mijn lief op zijn alarmapp. Maar sinds het aantreden van de lente worden wij voor het krieken van de dag gewekt door een echt exemplaar. Die heeft zich gevestigd op een boogscheut van ons slaapkamerraam. Aangezien wij door vogelklanken geprogrammeerd zijn is van lang slapen geen sprake meer. Daardoor hebben wij begin deze week beslist om met een ander geluid wakker te worden: een noodsignaal die ons waarschuwt om zo snel mogelijk in een atoomschuilkelder te vluchten. De vogel blijkt alsnog niet te zijn gaan vliegen.

Brussel_BE_17.04.2020

De wachtkamer

‘Spoor 4. De IC-trein naar Brussel-Centraal van 18u59 heeft een vermoedelijke vertraging van twintig minuten. We houden u verder op de hoogte.’

Ik kijk op vanuit mijn gedachten en zoals een bliksem een eenzame boom treft op een open veld besef ik: ‘Brussel-Centraal? Ik bén in Brussel-Centraal!’
Geschrokken pak ik mijn rugzak en verlaat ik de wachtkamer.

Posted in Map