D1 | Syange naar Tal

Vreemd genoeg sliep ik gisterennacht in terwijl het schoolfeest verderop nog aan de gang was. Dood op van de rit hier naartoe. We staan op en maken kennis met de eerste typische morgen in de bergen. Slaapgerief wegproppen, wandelkostuum in springen en tanden poesten. Bij dat laatste staan we tussen de andere reizigers van de lodge, buiten aan een lavabo waar het water rechtstreeks uit een bergbeekje wordt getapt. Ik ben er zo eentje die geen water in zijn gezicht spettert omdat het te koud is. Ik ga dat ook de hele reis volhouden. Het is fris maar de zon piept al over de hoogste toppen van de heuvels. Het beloofd een stralende dag te worden. We trekken naar de eetzaal voor het ontbijt. Hier maak ik kennis met Tibitan Bread. Met twee van die dingen en nog een omelet erachteraan kon ik er die voormiddag gerust tegen.

Tibitan Bread (foto: https://www.flickr.com/photos/lilyinnepal/)

Men spreekt hier nog van heuvels. Ze zijn amper 3.000 à 4.000 meter hoog. Vreemd genoeg zien we nergens sneeuwtoppen, terwijl we op dit moment in een vallei wandelen met bergen van meer dan 7.000 meter rondom ons. Het zicht is gewoon geblokkeerd door de steile hellingen en heuvels ervoor. Als ik tegen onze gids zeg dat we in enkele Belgische heuvels van 150 meter hebben geoefend kan hij zijn lacht niet inhouden :-D.

Voor we echt aan onze tocht beginnen, klimmen we eerst naar de naastliggende Syange Waterfall. De waterval voedt via een grote metalen buis de plaatselijke elektriciteitsgenerator. We zijn verwonderd van deze schone waterval. Op dat moment beseffen we niet hoeveel we er de komende dagen nog zullen tegenkomen…

De ingang naar de Sange Waterfall (111 m), met een plaatselijk winkeltje met plastieken komen en bussen.

Als ik een andere oefensessie vernoem nabij de bekendste watervallen van België, de notabene kunstmatig gevormde watervallen van Coo met hun slordige 15 meter hoogteverschil schieten we terug in de lacht :-D.

Dan beginnen we voor echt. Waterzak gevuld, rugzak op de schouders. We nemen de jeeproute omdat er op dit eerste stuk geen alternatief wandelpad is. Hier leren we dat onze buff ook het stof in onze mond en neus kan tegenhouden telkens er een jeep of brommer passeert.

Het eerste dorpje Jagat maken we kennis met de plaatselijke bevolking. Het is de eerste dag van het Tiharfestival, een vijf dagen durend festival van de Hindoes. Vandaag wordt de kraai vereerd. In het dorpje stonden kinderen klaar met een schaal met bloemen waar we geld konden doneren. In ruil kregen we een bloem voor geluk en voorspoed.


Tihar is het op een na grootste Nepalese festival na Dashain. Het wordt van groot belang geacht omdat het niet alleen de mens en de goden een bijdrage levert, maar ook aan de dieren zoals kraaien, koeien en honden die een intieme relatie met de mens onderhouden. Mensen maken patronen op de vloer van woonkamers of binnenplaatsen met behulp van materialen zoals gekleurde rijst, droge bloem, gekleurd zand of bloembladen buiten hun huis, wat bedoeld is als een heilig ontvangstgebied voor de Goden en Godinnen van het Hindoeïsme.
Kraaien en raven worden aanbeden door aanbiedingen van snoep en gerechten op het dak van huizen. Het krassen van kraaien en raven symboliseert verdriet en verdriet in het hindoeïsme, dus toegewijden bieden kraaien en raven voedsel om verdriet en dood in hun huizen te voorkomen.