Onthaalgebouw I

Verplaats je even in mijn inkomgebouw. Het is niet zo moeilijk. Je neemt gewoon de lift in de centrale sokkel. Knopjes met bestemmingen zijn er niet. De liftdeur sluit zich automatisch achter je dicht. Een paar seconden later schuift ze terug open en betreedt je een grote open ruimte. Van vloer tot plafond is alles wit. Ook de meubels. Ze lijken zich enkel te onthullen door de er op aanwezige attributen. Je loopt de kamer in, passeert een op dit ogenblik onbemande balie en loopt langs een groep tafeltjes met allerhande foto’s op gestrooid. Het voelt aan alsof ze per thema of per kleur zijn uitgezaaid. Terwijl je voorbij wandelt verleg je een paar foto’s om de onderliggende te kunnen zien. Het lijken eindeloze lagen met oneindig aantal beelden te zijn, en toch blijkt die strooisellaag maar een enkele millimeter dik. Verderop staan er vitrinekasten met allerlei voorwerpen in. Ze voelen aan als kunstwerken of eerder een soort gebruiksvoorwerpen. Ze voelen heel werelds aan. Je loopt verder omdat je aangetrokken bent tot enkele vitrinekasten met schriftjes in. Sommige liggen open ter inzage. Ze bevatten allerlei geschreven aantekeningen en schetsen.
Rondom de kamer is er een doorlopend raam met er onder een lange keten van lage boekenkasten. Je voelt je aangetrokken om door het venster te kijken. Je loopt er naartoe.
Her en der zijn tafeltjes en kasten met allerhande boeken en folders.
Het grote raam heeft meteen je aandacht. Je loopt er onmiddellijk naartoe en kijkt naar mijn wereld. Of om het eenvoudig te houden, een soort van landschapsparkje. Met allerhande gebouwen.
Van harte welkom in mijn open venster naar de wereld. Het is me nogal een pretentie om dat te zeggen. Lees het als een voornemen, open zijn.