1) Wortels

Naar aanleiding van de theatervoorstelling Slijk van Wouter Deprez [gezien op 29 november 2014 in de KVS Brussel] ben ik terug ondergedompeld in mijn verleden met de Groote Oorlog. Opgegroeid in de klei van de westhoek, beenhard in de zomer, plakkerig in de winter – als ge met uw botten op het land loopt hebt ge na tien passen al een klomp klei aan uw voeten gelijk een sokkel van een standbeeld. Van sinds ik klein was, heb ik altijd medelijden gehad met hoe moeilijk het de bronzen en stenen mannen en vrouwen hebben als ze een wandeling willen maken.

Wouter Deprez, afkomstig uit Geluwe – decor van de Eerste Wereldoorlog, graaft naar zijn wortels. Hij vertelt zijn verhaal door de ogen van toen hij nog zeven was. Zijn grootvader sprak, eerst zeer stilzwijgend en gaandeweg meer, tijdens wandelingen naar de Koelenberg. Daar keken ze neer op de weg naar Beselare waar zijn grootmoeder naartoe was gevlucht juist vooraleer de Duitsers Geluwe binnenvielen. Beselare werd een nacht later volledig met de grond gelijk gemaakt… De hele voorstelling sponnen er zich draden tussen zijn verleden en herinneringen uit het mijne. Ik, geboren te Geluveld, op een boogscheut van Geluwe, draag een stukje Eerste Wereldoorlog in mij. Dat was niet altijd zo.

Ik zie mezelf als peuter trippelen aan de hand van mijn overgrootvader. De weg naar Beselare – een paar heuvels verder dan die van Wouter Deprez, via de Kasteelstraat in Geluveld. Naast ons passeren we de kasteeltuin, waar ik enkele jaren later in ’t lager aan diverse loopcrossen zal moeten deelnemen. Ik eindigde steevast bij de laatste, diverse repen druivensuiker ten spijt. Verderop, in de vallei* tussen de twee dorpen is de autostrade een paar jaar geleden voltooid. De Staat legt op dat ogenblik nog een nieuwe brug over de snelweg. Ik herinner me nog dat beeld van de betonnen pijlers en liggers. Ik weet niet of mijn interesse naar civiele werken en urbanisatie toen is ontstaan? Op die leeftijd heb ik ook geen idee dat de fundering van de snelweg gebouwd wordt op duizenden doden.

Enkele wandelingen later met mijn grootmoeder in het bos Den Doel heb ik zelfs niets door, wanneer ik met mijn korte beentjes de kerkhofmuur overkruip vanuit de hoofddreef naar het Polygon Wood Cemetery, het kerkhof met de iconische heuvel. Ik zal opgroeien met Engelse kerkhoven: witte gebouwtjes, mausoleums , witte zerken, allemaal vol gebeiteld met namen van gesneuvelden. En het zachte gemillimeterd gazon, waar ik de geur nu nog uit mijn gedachten kan opsnuiven. De symmetrie en lijnen. De rust die vanuit zo’n plaats uitstraalt. Ik ervoer daar nog niet de gruwel van bloed en modder.

*een berg of vallei van enkele tientallen meters verschil. West-Vlamingen vinden heuvels bergen. Dat doen ze met iedere molshoop.

Wil je iets vertellen?