Auteur: peter blanckaert

Hiking #2 – Het land van de leisteen

Vorige vrijdag 1 april was het mijn verjaardag en daarom trokken we de Dardennen in alwaar wij de dag erop fris en fruitig een heuse avonturenwandeling begonnen. Zo stond het toch in het boekje dat ik mee had. De wandeling liep grotendeels door bossen ten zuiden van Bertrix en startte in het plaatsje Orgeo. We kwamen voornamelijk niemand tegen behalve een verdwaalde boer, verdwaalde trekstertjes en een verdwaalde rallywagen. De bossen waren gekenmerkt door bosbouw. Daardoor zagen we dennenbomen van allerlei pluimage, groot en klein. Halverwege onze tocht, kwamen we aan de voet van Château des Fées (een oude Romeinse kampplaats op een beboste heuvelrug waar nu feeën wonen), een bende trekstertjes tegen. Deze moderne feeën waren al een uur in de verkeerde richting aan het wandelen, bleek toen ze ons om hulp vroegen. Net op Child Focus gekeken, ze zijn op heden niet vermist.

Na het intermezzo terug in de stilte van de natuur. Echter, wat heuvels later kwamen we terecht in een heuse rallywedstrijd voor oldtimers. Het haar werd bijna van onze benen gereden. Als slotstuk deed de wandeling de oude en gesloten spoorlijn L163A aan. Het eerste deel wordt toeristisch uitgebaat om te wandelen en te fietsen. De spoorlijn moest bij de bouw op enkele plaatsen uitgehakt worden waardoor er indrukwekkende leisteenhellingen ontstonden. Er werden grote kunstwerken gebouwd zoals viaducten, 3 lange tunnels en de imposante brug Pont de la Blanche. We kwamen onderweg nog een verdwaalde rallypiloot tegen die een verkeerde weg had ingeslagen en offroad was gegaan. Hij keek ons nogal beteuterd aan toen hij voor onze neus terugdraaide. Op het einde van de spoorlijn kregen we te maken met omgevallen bomen, dichte begroeiing en beken die langs dit laatste en ongebruikte traject hun weg begonnen te meanderen. We moesten over een afstand van ongeveer 750 meter geregeld over water springen en over bomen klauteren. De natuur was bezig om de ingrepen van de mens te overmeesteren. Een oude tunnel van maar liefst 675 meter kwam in zicht. Door te veel aan slib op de bodem van de tunnel zijn we uit de bedding moeten klauteren om de tunnel over te wandelen in plaats van er door. Een kilometer of twee later konden we terug op de bedding wandelen en eindigden we de terug in Orgeo.

We wandelden uiteindelijk (en hebben er niet om gedaan) exact 1979 meter, mijn geboorte jaar! Wie deze of andere wandelingen wil doen in de Ardennen en omstreken, kan terecht op de website http://www.originelewandelingen.be. Onze wandeling is te vinden op Het land van de Leisteen.

Runkeeper

Dachtereir #5 – Over Jens

Ik stapte deze middag binnen in het plaatselijk KBC-kantoor alwaar een vriendelijke bankbediende me vroeg: “Goeiemiddag, kan ik u helpen”.

“Wel ja”, zei ik. “Ik heb vorige week Yens besteld en kom die nu ophalen”.

Hij trok één wenkbrauw op en keek me vragend aan…

Na enkele seconden viel mijn Frank. Ik verbeterde snel: “Voor vijfhonderd euro aan Yens” maakte ik het nog erger.

Toen kregen we de slappe lach!

Ik heb zo nog eens een dubbelzinnig gesprek gehad. Op het werk notabene, toen ik vroeg aan een aannemer: “Hoe lang denk je nog bezig te zijn schat je”?

Toen kreeg ik ook een vreemde blik en bleef het bij een grijns van weerskanten want hij moest zich echt wel beginnen reppen om het werk af te krijgen.

Je suis Brusseleir

Ik snap het niet goed. Dat hoeft denk ik nog niet. Gewoon stilte. Mijn emoties zweven. Ik wil landen, maar ben bang om de grond te raken.

BXL2

 

BXL3
 
Foto’s net genomen op het Beursplein in het hart van de stad.

Identiteitsperikelen

Als gevolg van een vorig bericht waar ik de stad Brussel onthief als Vlaemsche stad maar het tot een Brusselse stad bombardeerde ben ik tot de conclusie gekomen dat ik daarbij ook mijn identiteit naar de maan heb geholpen. Ik ben geboren in Ieper en was dus per definitie (West-)Vlaming en Belg tegelijkertijd. Toen ik naar Brussel verhuisde werd ik provincieloos en West-Vlaming af. Daarbij werd ik ettelijke keren als ketter beschuldigd. Gelukkig mogen er tegenwoordig geen brandstapels meer worden ontstoken in openlucht en moet afval naar een erkende en tevens zeer dure stortplaats zodat ik dat overleefd heb. Teneinde tegemoet te komen aan de verzuchtingen doe ik nu missiewerk in West-Vlaanderen, als Vlaemsch ambtenaar. Nu voel ik me ergens nog wel West-Vlaming, een titel die niet zomaar kan worden afgenomen of door mezelf worden afgeworpen.

Als Nederlander is het makkelijk. Je bent Nederlander en daar stopt het dan. Als Belg is het een kleine ramp want naargelang de situatie ben je Vlaming of Belg. Als je in het buitenland zegt dat je Vlaming bent weet niemand wat voor beest dat wel mag zijn. Een Vlaming is in het buitenland dus meestal Belg. In Vlaanderen is een Vlaming Vlaming. Behalve wanneer de Rode Duivels spelen. Ikzelf heb mij altijd Belg gevoeld omdat dat nu eenmaal op mijn identiteitskaart staat. Maar nu dat Brussel de laatste jaren uit een soort van identiteitsloze toestand kruipt en herboren is als volwaardig Gewest – tot groot jolijt van de Franstaligen – mag ik mij nu met trots Brusseleir noemen. Dat klinkt vreemd genoeg veel internationaler dan Belg. Vooral als je in Amerika bent. Die denken dat België de hoofdstad is van Brussel.

Ik zit absoluut niet met een identiteitscrisis omdat ik net heel veel petjes op kan zetten. Wat ik persoonlijk jammer vind is dat de identiteit Europeaan geen echte grond van bestaan heeft. Dat zou ik een mooie gedachte vinden. Dan ben ik verwant aan die knappe blonde Denen of die zwartgeblakerde Italianen, maar evenzeer aan die melkfleswitte Wit-Russen. Maar zoals gezegd is er geen echte Europese identiteit. Toch niet in de definitie dat we met z’n allen binding voelen met een staat genaamd Europa, zoals een echte Vlaming wel binding heeft met het grondgebied Vlaanderen. Moest er nu buitenaards leven worden ontdekt kan ik tenminste een identiteit als bewoner van de aarde aannemen. Dat zie ik wel zitten op mijn naamkaartje: Peter, Aardling. Maakt alles een stuk eenvoudiger.

Met de jaren onderging ik toch een evolutie. Meer en meer ben ik overtuigd geraakt dat ik niet per se trots moet zijn op mijn geboortegrond. Ik kan er namelijk zelf niks aan doen dat ik daar geboren ben. Ik ben bijvoorbeeld trots op bepaalde dingen die ik doe of heb geleerd, dat ik bepaalde talenten ontwikkel. Maar binding met een staat die ergens omlijnd is door administratieve grenzen bepaald door een toevallige geschiedenis en die nogal onderhevig was (is) aan veranderingen? Neen, daar kan ik geen weg mee. Waarom wordt er dan niet gestreden om Frans- en Zeeuws-Vlaanderen, en Nederlands Limburg? Consequent is dat allemaal niet. En trouwens, hebben West-Vlamingen en – ik noem maar een streek – Limburgers dan zoveel gemeen? En wat moet dan de hoofdstad worden? Het huidige Brussel die niet op Vlaams grondgebied ligt? Antwerpen als grootste Vlaamse stad? Brugge als oorspronkelijke eerste hoofdstad? Of misschien Rijsel als compromis.

Waar ik echt de kriebels van krijg zijn de zogenaamde patriottische symbolen. Al lachend zeg ik wel eens dat we binnenkort iedere dag op het werk eerst de Vlaemsche vlag moeten hijsen onder het zingen van de Vlaemsche Leeuw. Nu is dat niet geheel fantasie want toen wij enkele jaren geleden in Seaworld Orlando aan de kassa stonden werd het leven plots onderbroken om het Amerikaanse volkslied te zingen. Een stapje verder ging het toen we naar de trieste orkashow gingen en eerste alle militairen mochten rechtstaan die voor hun vaderland hadden moeten vechten. Stel je het eens voor wanneer de Samson en Gertshow in Plopsaland begint we eerst hand in hand de Brabançonne moeten meebrabbelen. Laat ons dan maar nog eventjes aanmodderen met al deze identiteiten. Het klinkt ook veel spectaculairder:

Met vriendelijke groeten,

Peter

Aardling
Europeaan
Belg
Brusseleir
Vlaming
West-Vlaming
en bovenal: mens


Foto: België in 1830, credits: http://www.ancestryimages.com/

 

Spring is in the air

SpringWimNu de lente met rasse schreden aan komt huppelen en de winter na een dag piepen terug in de koelkast is gestopt, konden we vandaag echt de zonnestralen voelen. Niet dat we direct onze korte broek mogen aan doen of de terrasstoelen mogen kuisen. Het weer doet nogal wat bokkesprongen de laatste dagen (net als mijn lief twee jaar geleden), terwijl de velden nog onder water staan. Zet de ijsblokjes voor de cocktails alvast maar in het vriesvak!

Schapen smijten

Nu de lente met rasse schreden aan komt huppelen wil de winter zich nog even laten gelden. Terwijl die toch genoeg tijd heeft gehad. Op het ogenblik van schrijven smijten ze hele schapen naar beneden. Dikke vlokken sneeuw waar ze op de Alpentoppen nog een bijkomend puntje aan kunnen zuigen. Straks moet ik dit seizoen toch nog mijn wintersjaal uit de kast halen. Misschien een idee om deze avond een popup-Kerstmarkt uit de kasseien te stampen? Voor mij alvast een warme chocomelk, perfect te maken met gesmolten paaseieren.

Een Vlaemsche stad

In de Book Challenge 2016 staat de uitdaging 27 een boek te lezen die zich in de dichtstbijzijnde Vlaamse stad afspeelt. Nu woon ik toevallig in de stad Brussel. Dat moet niet moeilijk zijn dacht ik aan het begin van het jaar. Nu sprong mij begin deze week een vacature in het oog van de stad Antwerpen. Het was in mijn rechter en ik zie daar nog altijd een beetje troebel door. Op de vacature stond in grote letters “Je kan veel betekenen voor de grootste stad van Vlaanderen”. Wel verdraaid, dat is apart, Antwerpen die een job zoekt voor Brussel? Ik vond het hoogst merkwaardig. Ik dacht niet meteen aan de megalomane mentaliteit van de Antwerpenaar. Ik dacht eerder aan politiek.

Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen. Dat is officieel zo. Mijn oude Belgische frank viel pas na het lezen van de vacature: Brussel ligt niet eens in Vlaanderen! Juridisch gezien ligt Brussel in het Brussels Gewest en niet in het Vlaams Gewest. Dus de deelstaat Vlaanderen heeft als hoofdstad een stad die in een andere deelstaat ligt. Wij maken dat hier in België nogal ingewikkeld. Ik dacht een boek uit Brussel te kunnen lezen als uitdaging. Dus moest ik op zoek naar een andere, dichtstbijzijnde stad, in de naburige provincie Vlaams Brabant. Een korte studie gaf aan dat ik op zoek moet naar een boek die zich in Vilvoorde afspeelt. Daar had ik niet op gerekend. Bestaat De geschiedenis van de VTM? Of iets met boerenpaarden? Of het verval van een station. Ik weet niet of ik de memoires van Jean-Luc Dehaene zie zitten. Een boek over de bouw van het gelijknamige viaduct ligt dan wel weer in mijn interesseveld. Heeft er iemand een idee trouwens?

Er wonen ruim 1.150.000 inwoners in het Brussels Gewest. Stad Antwerpen heeft er ruim 500.000. Stad Brussel heeft ruim 170.000 inwoners. Over wat spreek ik dan eigenlijk?


Appendix

Dat dit kluwen, genaamd België, voor discussie zorgt is een open raam ingooien. Nu kreeg ik na het schrijven van dit stuk de opmerking: “Je vergeet de gemeenschappen”. Want inderdaad, Vlaanderen heeft bevoegdheden via de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Dit zijn persoonsgebonden materies. Nu zijn de decreten die de gemeenten en provincies regelen een Gewestmaterie. Dus valt de stad Brussel in die redenering niet (ten dele) onder de Vlaamse Gemeenschap, maar onder het Brussels Gewest. Of ik hier juridische flaters bega zal mij worst wezen. Het blijft gewoon ingewikkeld. En nu kan ik tenminste beweren dat ik in het buitenland woon. In ieder geval woon ik niet in een provincie.

#BC16 Ten zuiden van de grens

In het nawoord van mijn vorig gelezen boek De opwindvogelkronieken schreef Murakami dat enkele overbodige hoofdstukken de basis vormden van zijn boek Ten zuiden van de grens. Daarom nam ik het zo snel ter hand om het nog eens terug te lezen. Het boek staat echter volledig op zichzelf. Hajime, de hoofdpersoon in dit boek, was oorspronkelijk Toru Okada in De opwindvogelkronieken. Door het splitsen van deze verhalen kregen volgens de schrijver beide personages elk een eigen bestemming, als het ware tweelingbroers die op jonge leeftijd van elkaar zijn gescheiden en in een volledig verschillende omgeving zijn opgegroeid. Ten zuiden van de grens gaat over het enig kind Hajime, waarmee ik nogal paralellen met mezelf kan trekken. Ik had nu meer binding met het verhaal dan toen ik het de eerste keer las. Dat zal zeker door mijn gemoedstoestand en overpeinzingen van de laatste tijd te maken hebben. Soms komen boeken op de juiste tijd aan.

Daarmee heb ik wat dezelfde uitdagingen als mijn vorige boek, behalve de lengte natuurlijk met amper 240 bladzijden. Ik merk dat ik met dunnere boeken toch sneller ondergedompeld geraak. Uitdaging 15 (auteur met Aziatische roots) , 28 (boek gekocht in 2015) en 29 (een boek van dezelfde auteur ook in 2015 gelezen) bleven dus dezelfde.


Ook dit jaar doe ik mee aan de Verbeelding Book Challenge.

Afscheid van Sem

Deze ochtend kwam vrij onverwacht het telefoontje dat Sem zeer plotseling is overleden. Toen ik vier jaar geleden afscheid nam van de twee poezebeesten dacht ik nog lang op bezoek te kunnen. Bijna acht jaar is hij geworden, wat voor een kat zeer jong is. Ik herinner me hem als heel lief en soms zo onbeholpen, maar die altijd zijn plekje kon veroveren en zeer aanhankelijk was. Soms was hij niet de grootste durfal, in tegenstelling tot zijn grote neef Casper, maar hij stond zijn mannetje. Heel veel sterkte aan iedereen in het huis daar in Gent. Het zal een beetje stiller geworden zijn nu…

Muziek van voor je geboren bent: Pulstar

Toen ik op diverse blogs leuke muziekjes tegenkwam dacht ik hé, dat is een goed idee! En dus geschiedde.

Tiny daagt je uit: muziek van vòòr je geboren werd
Noem het een tag, noem het een stokje, noem het gewoon een zot idee. Ga eens op zoek naar een liedje van een hele tijd geleden. Zo lang geleden dat je zelfs nog niet eens geboren was. Maar toch blijft het hangen, vind je het mooi of net niet – dat kan ook.
Maak er een blogje over en link deze post van mij er aan, zo leren we én andere blogs én andere nummers kennen.

Mijn werkwijze was simpel. In mijn lijst starred op Spotify ging ik gewoon op zoek naar het eerste nummer die ik tegenkwam van voor 1979: Pulstar van Vangelis (uit 1976).
Niet dat ik per se fan van synthesizer ben. Het nummer heeft echter een kleine geschiedenis. Het was namelijk lang de begin- en eindtune van de regionale ontkoppeling van Radio 2 West-Vlaanderen. Ik spreek nu van een lang vervlogen tijd toen ik nog in het lager en middelbaar zat. De radio was thuis vastgeroest op BRT2 (eigenlijk nog altijd als ik nog es thuis kom). Ik herinner me dat als zeer fijne radio, met allemaal iconische radiostemmen die al lang niet meer te horen zijn. In mijn herinnering had het zelfs iets magisch. Radiostemmen die geen gezicht hadden. Misschien dat enkele West-Vlamingen dit nog weten: de aanstekelijke lach van Peter de Groot, Wim Chielens, Maggy Van Herreweghe, Peter Hermans… en radio Erekederie! Ik vrees dat de huidige radioprogramma’s nooit meer dit niveau kunnen halen. Misschien dat ik daarom niet vaak meer naar de radio luister. Jammer eigenlijk.

De muziek zelf klinkt een beetje gedateerd…