Hoofdstuk 5 – Zondaar

Dachtereir #8 – Bijna geflitst

Geen tijd om weblogpagina’s vol te schrijven maar wel om er vandoor te gaan aan 128 kilometer per uur! Op een plaats waar ik maar 30 kilometer per uur mag. In Brussel kijken ze zo nauw niet. Gelukkig! Menig flitskastje is bijna ontploft van de snelheid waarmee het moest werken toen ik voorbij kwam gegaloppeerd. Die zijn alleen gewend om files te flitsen.

En neen, ik ben niet aan het oefenen voor de 20 kilometer van Brussel volgend weekend. Daar is mijn broek net iets te kort voor. Iemand zin om mee te doen in de Urban Trail dit jaar?

Zijn er eigenlijk nog mensen die last hebben van een Runkeeper die af en toe tilt slaat?

Dachtereir #7 – Nieuwe kussens

Vorige week kochten wij nieuwe kussens. Of we ze goed vinden weten we nog niet… Trouwens, in deze lakens voel ik mij altijd liggen in een glas sprankelende limonade met citroensmaak.

Dachtereir #6 – In de Dardennen

Over dit beekje was een onzichtbaar touw gespannen…

Dachtereir #5 – Over Jens

Ik stapte deze middag binnen in het plaatselijk KBC-kantoor alwaar een vriendelijke bankbediende me vroeg: “Goeiemiddag, kan ik u helpen”.

“Wel ja”, zei ik. “Ik heb vorige week Yens besteld en kom die nu ophalen”.

Hij trok één wenkbrauw op en keek me vragend aan…

Na enkele seconden viel mijn Frank. Ik verbeterde snel: “Voor vijfhonderd euro aan Yens” maakte ik het nog erger.

Toen kregen we de slappe lach!

Ik heb zo nog eens een dubbelzinnig gesprek gehad. Op het werk notabene, toen ik vroeg aan een aannemer: “Hoe lang denk je nog bezig te zijn schat je”?

Toen kreeg ik ook een vreemde blik en bleef het bij een grijns van weerskanten want hij moest zich echt wel beginnen reppen om het werk af te krijgen.

That gay thing

En een beetje Dachtereir #4

Hoewel ik in mijn hoofdstuk Overgangsritueel schrijf over hoe ik mijn leven aan het veranderen ben of op zijn minst een poging onderneem is er hier en daar wel een uitzondering. Ik bespaar ik bijvoorbeeld op kleine aankopen zoals boeken en muziekalbums, rij meestal met het openbaar vervoer en sporadisch met Cambio, koop enkel levensmiddelen op korte termijn zodat wegsmijten bijna tot nul herleid is,… om er maar enkele te noemen. Mijn leven heeft in de afgelopen tien jaar wendingen genomen die ik niet voor mogelijk hield. Ik durf zowaar oude spullen weggooien die ik amper gebruik. Het leven wordt zo een beetje minder materialistisch en daardoor kan ik meer geld uitgeven aan bijvoorbeeld reizen. Dat de vliegtuigreizen de (milieu)besparing van mijn geringe autoverbruik ruimschoots overvleugelen moffel ik nu maar even weg.

Nu zijn er enkele afwijkingen in dit overgangsritueel. Ik sta bijzonder graag onder de douche met als gevolg dat de waterfactuur buitensporige bedragen vertoond. Als oplossing dacht ik om mij slechts om de veertien dagen te wassen maar dan moest ik mij meer deodoreren. De kostprijs en druk op het milieu zou er niet op verbeterd zijn. Of we moeten meer op reis gaan zodat de waterfactuur zakt door op hotel te douchen. Op gebied van kleding en schoenen valt het allemaal wel binnen de perken. Zelfs met niet al te dure zalfjes wis ik mijn wallen iedere morgen weg. Er is echter dat ene gay thing waar ik geen cent op wil besparen: mijn haar.

Wat ben ik blij dat ik gezegend ben met veel haar. Het mag dan wel zo hard zijn om er tandenborstels van te maken, met een haardroger, wat zeezout en wax is dat allemaal te temmen. Dat ik serieus grijs word (lees: ben) is al sinds mijn achttiende een constante in mijn leven. Ik moet toch niet op mezelf vallen, dus heb ik dat wel aanvaard. Als ik geen tijd of zin heb ’s ochtends om het in model te plooien wordt het me warempel zwaar ten moede als ik de deur uitstap. Ik word daar neerslachtig van zodat zelfs mijn zelfvertrouwen er van gaat zakken. Het zit (en staat) hem misschien tussen mijn oren. Verbeeld ik me dat ik me beter in mijn vel voel als mijn haar goed zit? Ik vraag het me af. Ik voel me in ieder geval aantrekkelijker. Makkelijk is het soms niet. Deze week regent het om de haverklap mollejoeng. Dan kan ik niet anders dan de anderhalve kilometer van het station naar kantoor te wandelen in plaats van te fietsen. Omdat ik dan een paraplu kan hanteren. Dat is de enige manier om mijn haar niet te vermassacreren. Ik laat het alleen pas echt schieten op pretparktrips. Dat is echt niet te doen met al die coasters en spetterbootjes. Er zijn dus mensen die mij nog nooit aantrekkelijk hebben mogen waarnemen.

Mijn kapper was tot voor kort maar een gewone stylist zodat ik maar 35 euro moest betalen. In die prijs zat koffie met een koekje, een wasbeurt op een massagestoel en maar een half uurtje in de kappersstoel zelf. Ik mag dan mijn persoonlijke levenssfeer afbakenen, aan mijn haar mag geprutst worden en liefst zo lang mogelijk! Gelukkig is mijn kapper overlaatst in Londen een examen gaan doen en mag hij zich top stylist noemen. Gevolg, een prijsverhoging naar 45 euro en een uur in de kappersstoel. Een uur rommelen in mijn haar en dat voor de prijs van een abonnement op Bellewaerde. Moest ik kunnen, ga ik iedere week. Mijn haar wil zo snel niet groeien. Ik geef meer geld uit per knipbeurt dan de meeste mannen in een heel jaar. Als ik vanuit mijn puberteit naar mijn midlifecrisis zal glijden zal ik alvast geen moto aanschaffen. Kun je een kapper kopen? Een snelle kapper weliswaar, die traag knipt!

Dachtereir #3 – Cool!

Toen ik zaterdagavond het station Gent Sint-Pieters verliet werd ik tegemoet gekomen door een bende losgeslagen pubers die luidkeels iets van K3 zongen. Ik dacht bij mezelf dit moesten wij niet proberen op die leeftijd. Wij zouden om de gelijkenis te doen kloppen iets uit de beginjaren van Samson en Gert gezongen hebben. Maar in de jaren negentig zou dat absoluut niet cool zijn geweest. Wij konden alleen maar kiezen tussen Rock of House om in de mode te zijn.

Een paar uur later was ik duchtig aan het feesten in de Vooruit vol wilde homo’s. Plots kwam K3 uit de boksen gebulderd. Iedereen begon onmiddellijk mee te zingen. Ik dacht dit is niet mogelijk. In mijn tijd zou dit echt niet cool geweest zijn. Ik was de enige die met ronddraaiende ogen de zaal stond aan te gapen. Ik vond het vreselijk dat iedereen die liedjes van K3 kon meezingen. Moest er op dat ogenblik een UFO op het dak van de Vooruit geland zijn, die Aliens zouden per direct terug de ruimte in gevlogen zijn omdat er geen intelligent leven op aarde gedetecteerd werd.

Aan de ontbijttafel zaten wij met enkele generaties samen. Wij waren de groten van ergens halverwege in de dertig en tussen ons in zaten de kleintjes van ergens halverwege de twintig. Wij, de groten, waren in een nostalgische bui geraakt. We zongen van Dommel (gekke hond, heel dik, wit en rond) en Vrouwtje Theelepel (een lepel is een ding, daar kun je pap mee roeren). Terwijl ik zong dacht ik dit zou niet cool geweest zijn moesten wij dit vroeger gezongen hebben. En dat was precies de reactie van de kleintjes van ergens halverwege de twintig. Die zaten ons aan te gapen met een blik op hun gezicht met de vraag van welke planeet wij kwamen. Daardoor begonnen wij nog luider te zingen, van de Freggels en Plons. Zij deden nog een poging om in te breken met Piet Piraat maar wij zongen lustig verder van Carolientje (met haar bootje). Volgens mij waren dat in mijn tijd al heruitzendingen (hoop ik).

“Cool” antwoordde ik op een chatbericht van een twintigjarige maat die zei dat hij uit was geweest in Brussel.
“Haha! Zo jaren negentig van jou! Cool zeggen wij niet meer hoor” kreeg ik terug.
Ik dacht bij mezelf cool, dat bestond nog geeneens in de jaren negentig. Wij zeiden sjiek en bère. Ik vroeg hem, alsof ik zijn opmerking niet gelezen had: “Was het een leuk feestje? Ze hebben toch geen K3 gedraaid?”
“Tuurlijk niet, die Franstaligen kennen dat toch niet?”
Daar had hij een punt natuurlijk. Misschien dat die aliens alleen maar de Franstaligen zouden ontvoeren?

Dachtereir #2 Koffie

Op het jaarlijks medisch onderzoek vraagt de zuster mij altijd: “Drinkt u koffie? 2 à 3 tassen per dag?”
Ik vraag me af waarom ze ieder jaar de vraag in mijn plaats beantwoordt? Als ze het aantal tassen op haar computerscherm telt wat ik vorige jaren antwoordde moet ze toch weten dat 3 belachelijk weinig is. Ooit was er een jaar toen ik zei, en niet eens voor de grap: “Neen zuster, dat moeten er wel 20 zijn.” Ze schrok zichtbaar. Ik had last van stress in die periode, maar dát vond ze niet zo belangrijk. Misschien geloofde ze het niet. Want zeg nu zelf, ambtenaar en stress in één zin klinkt nogal louche.

Nu vind ik van mezelf wanneer ik na de achtste tas stop, ik die dag mijn best heb gedaan. Vanaf de zesde krijg ik trouwens last van uitdrogingsverschijnselen en beginnen mijn wenkbrauwen tegen te trekken. Dan moet ik enkele glazen water drinken om mijn levenssappen terug op gang te trekken. Om 20h00 drink ik steevast mijn laatste kopje koffie van de dag. Ik ken mensen wanneer ze om 10 uur ‘s morgens nog een tas koffie drinken de volgende nacht niet meer kunnen slapen. Het zit hem in de gewenning natuurlijk. Naar het schijnt is het cafeïne die voor verslaving zorgt. Ik denk eerder dat het ambtenaar zijn voor de verslaving zorgt. Er staat altijd 10 liter koffie op mij te wachten. De koffie op mijn werk is bovendien zo slap dat het eerder een waterverslaving waar ik aan leid.

Thuis hebben we zo een fancy Nespressomachien. Je weet wel, dat van de reclame waarbij er een piano achter George Clooney zijn gat valt. Als we koffie willen drinken moeten we eerst speciaal naar de Avenue Louise om koffiecapsules te halen. Zeer lekkere koffie overigens. Gelukkig kan ik wanneer ik niet meer te houden ben naar de plaatselijke Starbucks en kan ik verder met een zuigkoffie in de hand. Je kent het wel. De koffie in een kartonnen bekertje met plastieken dekseltje inclusief gat waaruit je je veel te hete koffie moet uitzwabberen. Dat zuigen in plaats van gewoon laten lopen heb ik pas een paar jaar geleden geleerd. Ervoor liet ik het gewoon op mijn boy druipen.  Je zal me nog dankbaar zijn voor deze inlichting!

Dachtereir #1

Zachtjes drupt de douchekop nog na in de badkuip. Vlug spring ik in mijn boxershort. Ik hijs hem op en merk dat ik er al een aan heb. Geschrokken controleer ik of die boxershort niet nat is. Oef. Ik heb hem pas aangetrokken na het douchen. Ik wil mij deodoreren en denk bij mezelf ze gaan me hier geen twee keer liggen hebben.

Enkele uren later.
Op mijn werk in de middagpauze doe ik even enkele boodschappen. In mijn winkelmandje: 2 pistolets, een schel paté, een blikje verse soep, 1 bus deodorant.