De terugkomst

Het verduisteren van de schaduwzijde

Toen ik een jaar geleden het webloggen stopte, berustte dat op een motivatie. Mijn leven veranderde op zodanig drastische wijze dat ik mezelf in de knoop had geschreven. Ik verklaar me nader. Het ging altijd over koetjes en kalfjes, terwijl in het echte leven er in de verste verten geen vee meer te zien was. Het schrijven over een veestapel hoeft natuurlijk op zich geen probleem te zijn. Of omgekeerd gezegd hoeft niet alles van mijn privé op straat te liggen. Het was alleen zo oppervlakkig geworden. Ik durfde niet de diepte in te gaan. Rond de pot draaien zei iemand me dit weekend. “Je zegt weinig met veel woorden”. Dat ik een heel voorzichtig mens ben zal daar wel voor iets tussen zitten. Maar net die behoedzaamheid begon ik beu te worden. Dat samen, met de evolutie in mijn leven zorgde er voor dat ik stopte met schrijven.

Je moet nu nog eens de tekst hierboven lezen. Veel woorden. Maar wat heb ik nu in feite verteld? Ik probeer het nog eens. Dit keer met één zin: Ik heb mezelf verbannen omdat ik bang was mij bloot te geven. En om het toch even te duiden: ik was het beu om mezelf op een zodanige manier te censureren dat ik mijn ei niet meer kwijt kon.

De terugkeer van een banneling

Toch zit ik al een tijd te broeden. Met de geruisloze aftocht in mijn achterhoofd, wou ik een niet al te heroïsche terugkeer. En er moest ook eerst het een en ander worden afgesloten. Tastbare zaken. Ook onzichtbare zaken. Al waren die waarschijnlijk merkbaar voor de buitenwereld.

De grootste onzichtbare obstakels waren de muren rondom mij, die ik in de loop van de jaren had opgetrokken. Achteraf gezien heb ik ze plots heel snel afgebroken. Nog steeds weet ik niet hoe ik het gedaan heb.  Ze waren opeens weg. Nu goed, een decennium kun je misschien niet al te snel noemen. Al die tijd bleef ik malen. Nadenken. Het is echter ironisch te moeten vaststellen dat net door minder te gaan nadenken en het loslaten van dat ik het zelf wel kon oplossen, ik een stuk verder kwam. Ik begon te communiceren. En met anderen. Zo van die levende wezens. Mensen! Dat was nieuw. Of het was toch al lang geleden. Zes miljard mensen rondom mij en ik had ze al die tijd niet opgemerkt.

De gedachte

Hoe dan ook, nadat ik deze morgen de deur achter mij dicht had getrokken en mijn stalen ros aan het bespringen was, moest ik aan iets denken. Gelukkig had ik vijf kilometer woon-werkverkeer voor de boeg. En dat aan 15 cent per kilometer! Ken je dat gevoel als je aan het rijden bent, of het nu met de auto of fiets is, je een eind van je afgelegde weg niet meer herinnert? Je ontwaakt plots een aantal honderd meter verder, en in het slechtste geval een paar kruis- en ronde punten dichter bij je eindbestemming.

Ik dacht en bleef denken: “En nu?” Het antwoord was even doordacht als de vraag: “Niet nadenken!”. En zo kwam ik even later aan op mijn werk. Uitgeput. Van het fietsen uiteraard. Het was wind tegen. Maar zonnig! Ik straalde en gleed gezwind mijn portefeuille over de prikklok. Piep.

Wil je iets vertellen?