Een zielepoot gelijk ik.

Een onherbergzaam hoopje

Het valt me wat tegen. Zeker na twee weken vakantie. Het voelt heel erg aan. Een gevoel van zieligheid bekruipt me. Terwijl ik schijnbaar geen reden heb. Ik bedoel, als ik er gewoon objectief naar kijk is er geen reden. Maar gevoelens zijn natuurlijk niet altijd objectief. Ze kunnen je om de tuin leiden. Zoals het gevoel van eenzaamheid die nu in mijn hoofd rondsluipt.

Dat klinkt redelijk belachelijk. Zeker omdat ik afgelopen twee weken samen met mijn lief was. Dat was daarvoor ook al, maar ik in Brugge, hij in Brussel. En dat het gewoon net daarom is dat ik mij nu ellendig alleen voel. Heel even proefden we van samen leven. Heel even… En net op dit moment, wanneer ik in de grootste dip van de avond ben gesukkeld, ben ik beginnen schrijven aan dit berichtje. Terwijl ik het over plezantere dinges wou hebben. Zoals, nou ja, laat het nu ook maar.

Zielig, die zieligheid

Ek wul kraak piep. HHHHHHHHHMMMM. Zo. Eerst even mijn ochtendstem weg moeten schrapen. Ze klonk als een gevangenisdeur die na vier jaar terug voor de eerste keer werd geopend. Ochtendlijk schrijven vanuit bed is toch een aparte belevenis. Normaal sta ik nu op om naar mijn werk te strompelen. Het moet er alleen eerst even uit. Omdat ik nogal goed geluimd ben om uit mijn bedkamer te stappen en dat nogal tegenstrijdig is met die zieligaard van een paar uur geleden. Ik zit met mijn rug tegen het hoofdeinde met het hoofdkussen daar nog ergens tussen gepropt. Dat mijn bovenbenen nogal warm worden van mijn hete laptop proberen mijn hersenen uit te schakelen. Wedden dat jullie afvragen of ik überhaupt iets van nachtelijke klederdracht draag? Alleszins niet zo’n sponzen pyjama.  Enfin. Ik begin dus opnieuw met dit bericht. En dat zonder koffie op mijn nuchtere maag.

Ik wil er komaf mee maken: Dat zielig gevoel die plots uit het niets en niemendal mijn hersenspieren doet verlammen. Dan wil ik mij zo nietig en klein tegelijkertijd voelen. Dat heel de wereld rond me staat te wenen en te krijsen hoe miserabel ik wel niet ben. Vergelijk mijn gemoedstoestand met een kom spaghetti die een uur te lang gekookt is. Dat wordt ook een futloze drap. Ik voel alle energie uit me vallen tot er alleen een lamlendige vleesmassa overschiet, die dan ook nog eens in elkaar zakt op een ijzig koude beton. Of vergelijk het wanneer je als het ware en op geheel empirische wijze aan het altaar zou staan en je geliefde geeneens neen zou zeggen op het moment van het jawoord en gewoon wegloopt en vlucht via een in de lucht hangende touwladder die leidt naar een, weliswaar traag, voorbijvliegende helikopter. Daar zou je ook niet goed van zijn. Ewel dat gevoel.

Of gelijk een ontplofte bitterbal. Ik probeer ook maar mijn best te doen mijn emotie van gisterenavond uit te leggen. Ik voelde me helegans tragisch, afgelegen, beklagenswaardig, treurig, afgezonderd, meelijwekkend, sneu, eenzaam, troosteloos en droevig op de koop toe en dat op hetzelfde moment en gecumuleerd. Moeilijk om een gevoel uit te leggen. Ik weet niet zeker of jullie iet of wat mee zijn in welke emotionele toestand ik me gisteren bevond?

Er rest mij één vraag. Hoe kan ik op dat ogenblik uit dat uiterst onaangenaam sentiment stappen? Zonder in bed te kruipen en te liggen woelen tot ik toevallig in slaap sukkel en merk des ochtends dat het allemaal over is. Vanzelf. “Ge moet gaan werken en ge moet nog uw haar omhoog blazen” zeg ik abrupt tegen mezelf.

Haarhendel

Toen ik deze ochtend in mijn auto stapte moest ik eerst mijn zetel naar beneden pompen. Ik doe dat met wat ik zelf noem, de haarhendel. Hoe die in werkelijkheid heet moet ik eens opzoeken in de gebruiksaanwijzingen van mijn auto. Ik heb die trouwens overlaatst weggesmeten. Ik was toch niets met de Franse versie. De Nederlandse zit ergens in een verborgen luikje in mijn dashboard. Aangezien ik altijd zelf rijd kan ik die niet op mijn gemak lezen. De haarhendel dus, waarmee ik met spierkracht de bestuurderszetel een tiental centimeter heb laten zakken. Wegens mijn haar die vermassacreerd zou zijn geweest moest ik dat niet gedaan hebben. Het stond immers recht omhoog geblazen. Ik had geen zin om mijn blaaswerk zomaar tegen mijn autoplafond te smeren.

Dat mijn haar naar de hemel wijst is een goed teken. Het betekent dat ik op die dag goed in mijn vel zit. De omgekeerde redenering geldt trouwens niet. Wanneer het gelijk een plat gestampte vijg op mijn kop ligt, wil niet zeggen dat ik per definitie mottig ben opgestaan. Het kan ook luiheid zijn. Of geen inspiratie hebben, maar dat leunt in mijn geval eigenlijk al tegen mottig zijn.

Nu zit ik alleen nog met dat zielige gevoel in mijn maag. En omdat het over is, heb ik er niet veel zin in om te achterhalen waarom die plotselinge teneergeslagenheid van eergisterenavond zo erg was. En mijn lief is trouwens aan het skypen. Met mij. Dus mijn aandacht gaat enigszins door de draden van de draadloze verbinding. Misschien dat ik me volgende week terug zielig ga voelen. Dan onderneem ik nog een poging. Of spreek ik gewoon af met mensen. Dat helpt naar het schijnt ook.

Wil je iets vertellen?