En passant

De dag kondigde zich uitzonderlijk warm aan. De combinatie van winterjas en dikke wollen trui was duidelijk een verkeerde inschatting in de ochtendlijke planning. Ik liep over de Grasmarkt naar de goed verborgen Hortagalerij richting Centraal station toen er plots op een meter van mijn voeten een rood puntje verscheen. Het weerkaatste op de natte kasseien. Ik keek paniekerig om me heen. Mensen sjokten richting hun vroege bestemming. Alleen ik zag die laserstraal. Omsingeld door hotels kon die terrorist achter ieder raam zitten. Nergens zag ik die anders opvallend aanwezige militairen.

Ik zat tussen twee spervuren van gevoelens. Was ik me iets aan het inbeelden? Ik zag mezelf in gedachten lopen door het vizier van een geweer en tegelijkertijd beeldde ik me een lachend kind in, spelend met zijn lichtje. Ik voelde me angstig en beschaamd tegelijkertijd. Ik zette de pas erin, onopvallend. Ik wilde mij niet laten kennen en tegelijkertijd wilde ik zo snel mogelijk de veilige haven van het station bereiken. Nog enkele tientallen meters. Ze duurden een eeuwigheid. Ik liet me uiteindelijk verslinden in de onderaardse catacomben. Geen soldaat te zien. Ik was niet aan flarden geschoten.

Ik zag vorige week een doodgewone vrouw met een iets te dikke jas op een bank zitten in de stad. Zat daar iets onder? Ik zag deze morgen een gast met twee rugzakken, een grote zak met een muziekinstrument op de rug en een laptoptas op de buik in de weerspiegeling van een raam met me meelopen. De paranoia van de gebeurtenissen van afgelopen weken maakt van iedere onschuldige passant een potentiële terrorist.

Eén reactie

Wil je iets vertellen?