In de fik

Groot was gisterenavond onze ontzetting toen oranje lichtschakeringen onze woonkamer verlichtten. We keken uit het raam en zagen hoge vlammen likken aan de gevels en daken van enkele achterburen. Een paar dagen eerder was er op de plaats waar de vuurzee flink huis hield een gebouw afgebroken. De restanten leken in brand te staan. Een lichte paniek nam het van mij over. Wat als die brand over ging slaan naar belendende huizen? Lichten waren nog overal aan achter de ramen van de huizen die zeer dicht bij de brandhaard staan.

Bellen naar 112 blijkt niet iets voor ongeduldige mensen te zijn. Voor ons gevoel duurden die seconden ettelijke minuten vooraleer er antwoord kwam aan de andere kant van de lijn. Ze meldden ons gelukkig dat ze op de hoogte waren en de brandweer op weg was. En dan was het wachten. Inmiddels was de politie via onze straat de kleine steegjes naar de brand aan het vrij maken. In de Rue des Bouchers en zijstraten moesten de terrassen aan de kant zodat de hulpdiensten konden passeren. Voor ons gevoel duurde het een eeuwigheid tegen dat de brandweer ter plaatse kon geraken. Wij konden alleen maar toezien en hopen dat alles snel onder controle kon raken zonder veel schade en vooral zonder slachtoffers. Er steeg ondertussen een enorme rookpluim boven het centrum. Toen de brandweer eenmaal ter plaatse kon geraken konden ze de brand blussen in een paar minuten. Chapeau voor de brandweermannen van Brussel!

We zijn niet ter plaatse gaan snuisteren. Ik voel me nu al ramptoerist genoeg met dit schrijven. Het ziet er vanuit ons woonkamerraam naar uit dat er geen schade is aan omliggende gebouwen, zoals onder andere het bekende poppentheater Toone. Toen ik deze ochtend door het raam keek zag ik verschillende buren naar buiten piepen. Er was geen rookpluim meer te zien. Op de naastliggende werf waren ze gewoon aan het werk. Heel eventjes stond het leven gisterenavond, net als onze televisie, een half uur pauze.

Eén reactie

Wil je iets vertellen?