Lieve Passagiers

Met honderden word je in enkele seconden als het ware ingezogen en kwak je, als je niet snel een paal in je handen hebt, ergens tegenaan. Ziektekiemen genoeg op zo’n paal. Te mijden, zeker voor een mens met smetvrees als ik, weliswaar in afleiding*. Om uw verbeelding wat te helpen: ik heb het over de tijd om in te stappen in een metro en je direct schrap te zetten vooraleer het ding er met een rotvaart vandoor gaat.

Spannend was die keer dat ik in een school kinderen terecht kwam. Ik kon me net vergrijpen aan de juffrouw voor ik een kind ging vertrappelen. De kinderen waren eigenlijk nog rustig. Waarschijnlijk waren die gedrild om in zo’n drukke situaties gewoon te doen wat ze moeten doen. Ik heb dat toen ik klein was nooit geleerd. Ik ging met de fiets naar school. Tussen de koeien. De kinderen kwetterden er ondertussen op los en dat in tegenstelling tot andere pendelaars. Mensen vertellen amper iets tegen elkaar, terwijl de meeste gewoon in een collectieve wachtmodus zitten. Jammer vind ik dat toch. Ook al werk ik zelf mee aan die stilte. Ik lees een boek of luister muziek en neem daarmee niet deel aan de bewaking van de tijd, maar ook niet aan sociaal contact. Anderen verzamelen rijen snoep op hun mobiel apparaat – ik weet niet of dat dan wel de moeite van de tijd is? Ik ben gestopt op level in de vierhonderd en liefst voorgoed. Al die verhalen die daar voor het rapen liggen! Niemand die een onbekende aanspreekt. In New York daarentegen sprak er ons direct iemand aan toen we net aankwamen en de metro zochten. Zo spontaan! Direct daarna vroeg hij geld voor zijn hulpvaardigheid. We waren meteen een illusie armer.

Een paar weken terug dan, was ik ergens in de diepe westhoek uit een trein gevallen en op weg met de bus. Er was verder niemand, behalve dan de bestuurder en mijn machien**. Ik voelde me alleen te vergelijken met een soort heimwee, niet dat ik huis mistte, maar gewoon mensen om me heen. Passerend in een tussenliggend dorpje pikte de chauffeur nog een verdwaalde reiziger op. Die merkte mij meteen op en kwam regelrecht mijn territorium binnengewandeld. Of em een klapke met mij mocht doen en in één adem vertelde hij dat hij op weg was naar zijn lief, dat hij twee jaar van school was en als timmerman werkte en eerst ramen en nu wegens te saai heuse keukens in elkaar timmerde. Ik was meteen enthousiast en had mijn boek al in mijn rugzak gestoken. We keuvelden over alledaagse dingen. Dat ik in Brussel woonde, in Brugge werkte en nu op weg was naar mijn ouders in Ieper***. Of hoe je elkaars levensverhaal in een kwartier met elkaar deelt. Veel te snel moest ik afstappen, met een brede glimlach en de gedachte dat ik dat meer zou moeten doen. Maar durf ik dat wel?

Ik heb een paar vrienden die, wanneer ze op de trein zitten altijd wel in een gesprek verwikkeld raken. Hoe doen die dat toch? Een tijd terug sprak iemand mij aan op een feestje. Hij had mij al een paar keer zien zitten op de trein. Hij durfde mij echter niet aanspreken. Ik zat altijd zo boos te kijken en in mijn boek te lezen deelde hij mij mee. Dat was confronterend om te horen! Kijk ik zo chagrijnig als ik geconcentreerd ben? Nu zit ik iedere dag op de trein met een lach tot achter mijn oren, zelfs als ik triestige passages zit te lezen. En of het werkt! Deze morgen sprak ik met maar liefst vier mensen. Vier lieve collega’s die niet zo toevallig naar dezelfde vergadering als ik in Oostende moesten zijn.

* het werkwoord afleiden, als in tegenovergesteld van opleiden. Ik ben in afleiding is in deze dus een positieve evolutie. Terwijl ik vroeger geen paal in mijn handen durfde nemen, valt dit nu al geregeld doch selectief voor. Leve de bacteriën van een ander!

** machien: in de volksmond meestal foutief schuiftrompet genoemd.

*** ik lieg altijd als ik zeg dat ik van Ieper vandaan kom. Dat is uit praktische overwegingen omdat het naastliggende dorpje waar ik opgegroeid ben nogal onbekend is en ik zo minder woorden moet gebruiken om uit te leggen (terwijl de leugens hier elkaar opvolgen: ik ben weldegelijk geboren in Ieper en zo lieg ik technisch gezien niet als ik zeg dat ik daar ook vandaan kom).

Geschreven op een treinreis van Oostende naar Brugge. Trouwens, op dit moment zit iedereen rondom mij te slapen of de Libelle te lezen. Niemand ziet mij. Nu kan ik toch nog snel even boos kijken!

Eén reactie

  1. ElsS zegt:

    Handschoenen zijn ideaal om palen vast te houden (al is dat dan vooral in de winter toepasbaar en ligt dat in de warmere maanden iets moeilijker).

Wil je iets vertellen?