Lui en stout

IJver en vlijt

Naar het schijnt bestaan er mensen die iedere dag hun huis proper houden aan de hand van kuisgerief en zepen in allerhande bussen en elektrische apparaten die kunnen zuigen en al! Het vermoeden, dat jullie immer propere lezers, van mij zullen hebben na deze inleidende zinsconstructie, is dat ik waarschijnlijk op een mesthoop woon. Ik weet het eigenlijk niet. Ik veronderstel dat hier vroeger weilanden waren. En als er toevallig een hofstede in de buurt zou gestaan hebben, is er een, weliswaar kleine, kans dat hier vroeger een mesthoop heeft gelegen.  Ik zal eens vragen aan de archeoloog van mijn werk of ie kan komen graven. Buiten zijn uren natuurlijk, als liefhebberij.

Voor ik mijn poetsimago helemaal om zeep ga helpen, wil ik enige uitleg verschaffen. Van mezelf vind ik dat ik dat redelijk doe. Het ligt hier niet vol met blikken bier en lege zakken chips gelijk bij de marginalen thuis. Hoogstens wat lege koppen koffie en soms een plastiek zak waar de katten graag mee spelen. Ik kan hun speeltje toch niet zomaar weggooien hé. Van die stofbakken gesproken, die poezebeesten zijn een hel gelijk! Ik moet hier minstens om de twee dagen haren zuigen. Ik heb al ettelijke pluchen beesten kunnen vullen met wat er uit de zakloze stofzuiger komt.

Enig lichtpuntje in deze sobere kuiswereld is dat ik een tiendelige set borden en kopjes heb. Bestek is er in overvloed. Ik denk zestiendelig. Dat is praktisch wanneer ik de afwas eens laat staan. De was ligt voor altijd te drogen in de muziekkamer. Handig! Ik kan gewoon de deur sluiten als er eventuele bezoekers komen. Niet dat iedereen hier naar boven komt. Dat is per abuis of in uitzonderlijke gevallen. De was is trouwens een goede geluidsabsorberende materie voor als ik daar aan het repeteren ben! Anders lijkt het of ik in een kerk zit te spelen. Of ergens in de alpen om toch niet helemaal te overdrijven.

En waarom ik dit schrijf? Gewoon omdat ik eigenlijk al een paar uur zou moeten aan de afwas, stofzuig en kuis zitten en ik niet echt veel goesting heb en alle afleiding gebruik om er maar niet aan te hoeven beginnen en het eigenlijk al over middernacht is en ik de buren niet meer wil wakker maken en ik mijn komende genodigden wil waarschuwen voor eventuele vuilnisbelten her en der. Al kan dit bericht met enig drama en opgeblazen overdrijving worden geïnterpreteerd.

Wie stout is de roe!

Terug in de tijd, naar de 11 novembers van mijn jeugd. Toen ik nog blonde lokken had. Of neen, iets later. Want dat van die blonde haren ken ik alleen van op foto en ik heb daar geen herinneringen meer van. Het was in de tijd dat de Sint nog kwam en mijn schoentje vulde met lekkers en boerderijen. Of een campingkar van Playmobil. Die later vakkundig werd gemolesteerd door Benny, mijn zus. Over de ontstaansgeschiedenis van Benny schrijf ik nog wel eens. Als ik mag. Dat ga ik in het echt moeten vragen. Ik weet niet zeker of Benny akkoord is dat ik haar naam hier zomaar op het wereldwijde webgebeuren plaats.

“De Sint?” hoor ik jullie denken? (Behalve bepaalde Zuid-West-Vlamingen en die Aalstenaar die hier toevallig verzeild is). Sint-Maarten was de goede Sint die in mijn jeugd kwam aangetreden met naast hem een Zwarte Piet. Dat die twee figuren verdacht veel op Sinterklaas en zijn Zwarte Piet lijkten vonden we normaal. Wij hadden daar geen mening over. Dat was allemaal hetzelfde. Alleen een andere man. En een andere datum. Maar dezelfde liedjes!

Ieder jaar kwam de goede Sint naar de parochiezaal om daar ons één voor één op zijn schoot te hijsen. Dat waren nogal tijden. Geen ouder die toen bang was dat die oude man ons ging toucheren. Frappant was dat hij uit zijn grote boek voorlas en onze stoutste ongehoorzaamheden voor heel de zaal verkondigde! Wij waren echt bang van die man! Hoewel ze altijd dreigden om stoute kinderen in de zak te steken, is er nooit iemand vermist geweest. Zelfs de echte ambetanteriken niet. En ook niet de kinderen die mijn Playmobil attaqueerden!

Wil je iets vertellen?