… nakomelingen

Milkshake

Dit weekend werd in mijn vriendenkring één der laatste kinderloze koppels ouder van een echte baby. Een welgemeende proficiat is daarbij op zijn plaats! Nu zat ik te denken. Stel je eens voor dat ik op één of andere duistere manier een kind zou verwerkt hebben… bij een vrouw… dan nog.

De enigste aangelegenheden die de blubberige massa onder mijn hersenpan vindt bij het woord baby zijn: eten, wenen en diarreren. Dat is nogal kortzichtig. Dat weet ik zelf ook wel. Ik ben ook onervaren in die materie. Maar wat moet je met zo’n echte baby aanvangen? Ge kunt dat nog niet naar de muziekschool sturen. Dat weent alleen maar fortissimo’s. Trouwens, ik heb nog nooit een – met diep uitgesneden wallen – mama of papa gehoord die makkelijk de baby des nachts stil tot eventueel zwijgen kon brengen. Behalve in Witse of Heterdaad.

Wat moet je eigenlijk doen wanneer zo’n zuigeling honger heeft als ge onderweg zijt in, bijvoorbeeld, een drukke winkelstraat? Ge kunt die baby nog geen milkshake van de Mc Donalds geven. Of wel? Behalve in rusthuizen, waar ze toch alleen maar koken voor mensen zonder tanden, moet je toch een hele hoop potjes en koekjes en halve fruitwinkels en borsten meenemen? En dan noem ik nog niet de bergen speelgoed, dozen pampers, bed, kinderzitje, dekentjes… niet. Naar het schijnt moeten mensen met kinderen ook een aanzienlijke auto aanschaffen met een kofferbak die groter is om alleen maar een – ik noem maar een willekeurig voorbeeld – trombone te vervoeren.

Ik denk dat ik toch niet echt geschikt zou zijn om het ouderschap waar te nemen. Het enige leuke zijn de statistiekjes die ik zou bijhouden. Hoe groot de baby is. Of hoe slim. Of hoeveel kilo diarree er in de pamper zit. Zo zou ik wetenschappelijk kunnen wedijveren met andere ouders hoe goed, beter en best mijn kleine erfgenaam wel niet zal zijn. Dat hij toch wel als eerste kan lopen en rekenen en tellen en zijn knopen terug aan zijn hemd kan naaien.

De redding van de aarde

Op dit ogenblik staan er zo’n negen volgepropte vuilniszakken te wachten om opgehaald te worden. Vier, nog grotere zakken werden al eerder in de kledingcontainer gekieperd. Voor de arme dutskes. Dat er een aantal maanden geleden al drie zo’n zakken zijn verwijderd ga ik hier maar stilzwijgend vermelden. Er hangen op dit moment amper twintig stukken textiel in de enorme kledingkast. Het opruimen van het huis in Brugge is begonnen. Wat een zever dat een mens allemaal bewaard. Voor moest de oorlog uitbreken!? Ik zie me al vluchten met drie opleggers met spul.

Iedere keer ik ben verhuisd dacht ik de meeste brol wel te hebben weggebonjourd. Tot ik deze week in actie schoot om het huis voor de laatste keer op orde te zetten. Ik keek naar hopen rommel die ik al maanden beu was. Van oude computers, hopen schoenen, onnozele ongebruikte opbergrekjes, een oud koffiezetapparaat, nimmer draaiende cd’s, bergen kleding die twee maten te groot zijn, laden vol oud servies en glazen en ijsbekers (!) om vier restaurants open te kunnen houden, afgewassen handdoeken, een gedateerde stereoketen, een tilt slaande Dvd-speler, drie kapotte fietspompen, één washandje en duizenden rondslingerende papieren…  Ik vergeet de meeste zever. En ik wil ze ook vergeten. Voorgoed. Weg met de zever! De kringloopwinkel zal me dankbaar zijn.

Het was al een jaar dat ik niet meer echt kocht. Behalve dingen die er echt toe deden. Reizen en kledingstukken die ik geregeld en allemaal draag bijvoorbeeld. Of eenvoudige restaurantbezoekjes. Dure kappersbeurten. En treintickets in plaats van tankbeurten. Gewoon afspreken met mensen. Heel weinig tastbare zaken. Boeken koop ik niet meer, want ik heb er nog twintig ongelezen in mijn boekenkast staan. CD’s en DVD’s zijn uiterst zeldzaam. Zelfs digitale muziek koop ik niet meer. Waarom je computer volstouwen met data als je het gewoon legaal via internet kunt luisteren? Een degelijk fototoestel, telefoon en computer daarentegen heb ik wel. Die gebruik ik dan ook tot op de draad. Wekelijkse boodschappen doe ik niet meer. Ik koop iedere dag voor de dag zelf. Mijn frigo is bijna leeg. Wegsmijten van overjaarse producten zijn zo sporadisch als het aanspoelen van potvissen op een Belgisch strand. Laat ik echter niet kinderachtig doen. Mijn ecologische voet op deze aardkluit is hoog. Gigantisch hoog. Maar ik werk eraan. Beetje bij beetje. En bewust.

Advies

Vorig jaar kwam er een vriend bij me langs die ik jaren niet meer had gesproken. Ik was net vrijgezel en nodigde daarom ook zielige figuren uit. Samen zielig. Het was een welgekomen afwisseling om ook eens over iemand anders miserabel leven te praten, dan het mijne. Hij vertelde me dat hij al jaren op zoek was naar een vrouw. Hij vond er geen. Toen ik hem vroeg waar hij zocht, antwoordde hij: “Op chatboxen”. Ik fronste met mijn linkeroog maar gaf geen krimp. Wanneer ik hem naar verdere details vroeg, barstte het ene na het andere verhaal uit. Weliswaar allemaal dezelfde.

Iedere keer een vrouw hem aanklikte na het lezen van zijn nickname, woonplaats, leeftijd, haarkleur, grootte en te weinig kilo’s begonnen ze welig te chatten. Dat liep meestal van een leien dakje. Veilig achter zijn scherm, verliepen de gesprekken nachten lang over koetjes en kalfjes. Ook over hoe hij zijn leven voor zich zag: een huisje met voortuin omgeven met een kortgewiekt hegje, 3 leuke pagadders en een hond. Vooral dat voorlaatste vonden de vrouwen geweldig volgens hem. Mijn vriend was al bij al geen verlegen gast. Hij sprak gewoonlijk af met zijn aanstaande. Daarbij trakteerde hij de dame in kwestie altijd op een etentje. Echter, diverse traktaties ten spijt, het liep altijd met een sisser af. Hij wist niet waarom.

Ik deed een wilde gok: hij was lelijk als de nacht! Dat kon ik echter niet over mijn lippen krijgen. Toch niet in zijn gezicht. Hij heeft er me wel eens naar gevraagd. Ik kon het antwoord omzeilen: “Je ziet er leuk uit!” zei ik. Dat het eerder kluchtig was heb ik toen ook niet durven zeggen. Maar huichelen heb ik dus niet gedaan. Mijn geweten is er wel bij gevaren! Hij vroeg me ook waarom ik wel aan een lief kon raken. Ik gaf hem het volgende advies. “Stop met zoeken!”

Vorige week, toen ik nog eens in een Brugse winkelstraat vertoefde, zag ik plots mijn vriend terug. Ik had een jaar niks meer van hem gehoord. Hij liep naast een parmantig dametje van middelbare leeftijd. In zijn handen duwde hij een kinderwagen voort. Ik reageerde verrast maar oprecht blij, keek toen naar het kindje en stamelde: “Wat een leuk kind! Dit is het leukste kind dat ik ooit heb gezien!”. Van het verschiet heeft het gesprek maar een minuut geduurd. Ik veinsde een afspraak te hebben met de kapper. Ik was net twee dagen eerder geweest.

Wil je iets vertellen?