Stille zaterdag

De wind giert door de straat. Regen klettert tegen het raam. We schrijven januari. Buiten is het herfst. Enkele grote kerstballen zwiepen hoog boven de straat. Nog enkele dagen, en dan hangen ze, opgeborgen door de Stad. Binnen is het lekker warm. De verwarming draait op volle toeren. Ik doe alsof het zomer is in mijn korte mouwen. Als zomerkind moet ik enkele maanden geduld uitoefenen. De drukte van de kerstvakantie is al een weekje weggewerkt. Het slaaptekort werd deze ochtend de kop ingedrukt.

Vandaag zag ik geen mens. Ik ben het appartement niet uitgelopen. Ik sla tilt bij een lege agenda maar vandaag is zeer bewust. Er werd gepland: thuis, alleen en stil. Door de storm geen straatmuzikant te bespeuren. Mijn lief is aan het werk tot ergens in de nacht. Dit was zo welgekomen. Mijn lichaam en geest waren de aanvragers. Al een week was ik op drift. De inspiratie vervloog, zoals de dorre bladeren die deze week van de grond zwiepten na enkele maanden winterse rust. Dat was komiek. Herfsttaferelen na kerst.

We schrijven nu ergens in de avond. Uren heb ik gezwoegd en gewerkt. Aan teksten. Gelezen en geschreven. Batterijen zijn terug opgeladen. In mijn ooghoek staat de kaars* te branden. Eentje. De ander is de mijne. Straks, wanneer ik wij worden, dooft ook de zijne. Een fijn idee van mijn lief, sinds de dag dat we hier wonen.

Kaarsen

*Een kleine tip bij het fotograferen van een kaars: steek uw neus niet te dicht bij de vlam. Neusharen kunnen worden gereduceerd tot kippenvel.

Eén reactie

  1. Pingback: Afgebrand | peter

Wil je iets vertellen?