Tag: Brussel

Je suis Brusseleir

Ik snap het niet goed. Dat hoeft denk ik nog niet. Gewoon stilte. Mijn emoties zweven. Ik wil landen, maar ben bang om de grond te raken.

BXL2

 

BXL3
 
Foto’s net genomen op het Beursplein in het hart van de stad.

Ondertussen in het hellhole Brussel…

…staat iedereen zoals gewoonlijk op de kleine ring in de file.

In de fik

Groot was gisterenavond onze ontzetting toen oranje lichtschakeringen onze woonkamer verlichtten. We keken uit het raam en zagen hoge vlammen likken aan de gevels en daken van enkele achterburen. Een paar dagen eerder was er op de plaats waar de vuurzee flink huis hield een gebouw afgebroken. De restanten leken in brand te staan. Een lichte paniek nam het van mij over. Wat als die brand over ging slaan naar belendende huizen? Lichten waren nog overal aan achter de ramen van de huizen die zeer dicht bij de brandhaard staan.

Bellen naar 112 blijkt niet iets voor ongeduldige mensen te zijn. Voor ons gevoel duurden die seconden ettelijke minuten vooraleer er antwoord kwam aan de andere kant van de lijn. Ze meldden ons gelukkig dat ze op de hoogte waren en de brandweer op weg was. En dan was het wachten. Inmiddels was de politie via onze straat de kleine steegjes naar de brand aan het vrij maken. In de Rue des Bouchers en zijstraten moesten de terrassen aan de kant zodat de hulpdiensten konden passeren. Voor ons gevoel duurde het een eeuwigheid tegen dat de brandweer ter plaatse kon geraken. Wij konden alleen maar toezien en hopen dat alles snel onder controle kon raken zonder veel schade en vooral zonder slachtoffers. Er steeg ondertussen een enorme rookpluim boven het centrum. Toen de brandweer eenmaal ter plaatse kon geraken konden ze de brand blussen in een paar minuten. Chapeau voor de brandweermannen van Brussel!

We zijn niet ter plaatse gaan snuisteren. Ik voel me nu al ramptoerist genoeg met dit schrijven. Het ziet er vanuit ons woonkamerraam naar uit dat er geen schade is aan omliggende gebouwen, zoals onder andere het bekende poppentheater Toone. Toen ik deze ochtend door het raam keek zag ik verschillende buren naar buiten piepen. Er was geen rookpluim meer te zien. Op de naastliggende werf waren ze gewoon aan het werk. Heel eventjes stond het leven gisterenavond, net als onze televisie, een half uur pauze.

Eén jaar Cambio, een evaluatie

Toen ruim een jaar geleden een losliggende kassei er voor zorgde dat mijn auto de geest gaf was het de spreekwoordelijke druppel. In werkelijkheid was het een speut olie die mijn motor in een paar tellen deed droogdraaien. RIP VW Polo van drie jaar oud. En daarmee had ik het gehad om zorg te dragen voor een auto die meermaals weken aan een stuk stil stond ergens in een Brussels achterafsteegje. Ik vond altijd voldoende parkeerplaatsen, daar niet van. Hij stond altijd in de buurt van de kathedraal. Met als gevolg dat hij in een jaar tijd twee keer is weggesleept. De eerste keer omdat de Koning moest gaan zingen op het te deum en een tweede keer omdat er een begrafenis georganiseerd werd van een bekende Brusselse politicus. Samen goed voor ruim 500 knotsen. Ge kunt daar al een keer een stukske Comme Chez Soi mee gaan eten.

De vrijheid van het bezit van een auto werd voor mij een sleur van zorgen. Mijn stalen ros had geen stal. Dat is in het centrum van Brussel nogal wat aan de dure kant. Begrijpelijk. Ik had het er alleszins niet voor over. Met het Centraal Station letterlijk om de hoek begon er een soort van renaissance: ik nam al iedere dag gratis de trein naar het werk in Brugge en nam die meer en meer voor privédoeleinden met als gevolg dat ik minder graag met de auto begon te rijden. En dat voor iemand die 10 jaar geleden nog 60.000 kilometer per jaar op de teller had. Het begon me mateloos te vervelen, daar zitten kijken naar al dat voorbijvliegend asfalt. In de trein las ik boeken, keek ik series. Al die uren ontspanning bleken onbetaalbaar. Ik betaalde na verloop van tijd per maand trouwens meer verzekering dan diesel. Toch kon ik die onafhankelijkheid van een auto niet opgeven. Je wist maar nooit wanneer je dat ding nodig had. Het moest dus duren tot dat ongeval vooraleer ik de beslissing wel moest nemen. Daarmee was ook mijn grootste bezit verdwenen. Van renaissance naar verlichting. Achteraf besefte ik dat die vrijheid met bezit van een auto ook maar een illusie was. Maar dat komt natuurlijk ook door de plaats waar ik ben gaan wonen en het starten met autodelen…

Er zijn hier 4 havens met Cambio-auto’s die dichter staan dan mijn eigen auto meestal geparkeerd stond. En wanneer die op een verwaaide keer allemaal gereserveerd zijn wandelen we 10 minuten verder of nemen we een metro naar andere standplaatsen. Ik ben blijkbaar een atypische gebruiker – wat ook mijn vrees was in het begin. De meeste mensen reserveren de auto’s voor korte perioden en korte ritten. Mijn ritten zijn meestal ruim boven de 150 kilometer en veelal meerdere dagen. Verder reserveert de modale mens zeer kort op voorhand. Zelf kan ik mijn ritten meestal weken van te voren plannen. Ik heb nog geen problemen gehad met een te kort aan auto’s, ook die keren dat ik letterlijk 5 minuten voor ik vertrok eentje reserveerde. Op zondagen met mooi weer is de kans natuurlijk zeer groot dat de meeste verdwenen zijn. Plannen is de sleutel. Ik nam al de trein naar Brugge, Kortrijk of Luik om daar de Cambio te nemen. Dat spaarde mij vooral kosten omdat een treinrit goedkoper is dan een Cambiorit. Wij hebben noch kind noch kraai dus kunnen we makkelijk die tijd nemen. Het is natuurlijk eenvoudig met een station in de buurt waar bijna iedere trein van België passeert en nog eens rechtstreekse treinen naar Amsterdam, Londen, Parijs en Keulen heeft.

De meest gestelde vraag van mensen, buiten hoeveel het kost is hoe wij dan naar de winkel gaan. Wij gaan eigenlijk alleen maar als we iets nodig hebben. Voorraden aanleggen is niet nodig als de dichtstbijzijnde supermarkt iedere dag tot 22 uur open is. Omkomen van de honger doen we hier trouwens niet met al die eettoestanden in de buurt (dan spreek ik nog niet over wat je allemaal aan huis geleverd kunt krijgen). Het is gek waarom ik mijn eigen auto zo lang gehouden heb. Nu is het een luxe om geen auto te moeten hebben. Want wat een besparing! In 2015 spaarde ik ruim 1500 euro uit, als ik een kost voor eigen auto van gemiddeld 300/maand in rekening breng, wat nog niet zo zot veel is. Mijn Cambioverbruik kostte gemiddeld 130 euro per maand. Tel daarbij nog wat trein-, metro-, tram- en busritten erbij en ik kom op een mobiliteitsbudget van 160 euro/maand. Cambio is voor mij dus een enorm grote besparing.

Ik heb slechts één ongemak. Het inschatten wanneer je terug thuis komt. Daarom neem ik altijd een ruime marge. Als je de auto eerder terugbrengt moet je maar 30% van de resterende normaal uurtarief betalen. Cambio vervangt perfect mijn bezit van een auto, al kies ik soms voor de goedkoopste oplossing en neem ik het openbaar vervoer. Dat is het enige verschil, dat ik vroeger voor kleine afstanden sneller de auto zou nemen. In een stad als Brussel is dit perfect te doen met de MIVB. In steden waar De Lijn opereert ondervind ik toch wel wat meer problemen met bussen of trams die niet op tijd of zelfs niet komen. Een jaar later kan ik niet anders dan concluderen dat overstappen op Cambio voor mij de perfecte oplossing is.

Link: www.cambio.be

Reisfotochallenge 2016 + Reisfoto #1

Wij reizen er nogal op los. Vaak neem ik tal van digitale foto’s die op een gegeven moment op mijn harde schijf landen. Dan staan ze daar. Te wachten op mijn reeds uitgestorven nageslacht of op een buitenaardse archeoloog die ze binnen 150 jaar zal opgraven omdat wij intussen met aardbol en al vergaan zijn. Weliswaar help ik dat ruimtewezen door het verwijderen van alle mislukte exemplaren. Ze staan overigens allemaal mooi gesorteerd onder de letter f). Van foto’s.

Ik wou al langer iets doen met mijn foto’s. Ik zat echter een hele poos te broeden op een ei die niet kwam. Reisverslagen schrijven heb ik overwogen, maar er zijn mensen die dat zot veel beter kunnen. Er kruipt daar trouwens zoveel tijd in dat het snel zou leiden tot een nest ongeboren kuikens. Tot een jong vandaag plotsklaps op mijn scherm kwam gekwakt: https://thomaspannenkoek.wordpress.com/2016/01/02/nieuwe-jaaruitdaging-2016/.

Ik doop het beestje dan ook gewoon Reisfotochallenge 2016. Een gegeven kuiken moet je uiteraard niet in zijn snavel kijken. Het concept is simpel: neem ‘geblinddoekt’ een random foto uit je reisarchief, denk kort na waarom je die hebt genomen, post de foto en laat je verhaal of fantasie de vrije loop.

En zo reis ik gewoon af met de eerste:

Reisfoto #1

Op het einde van vorig jaar stapten we op het vliegtuig richting Kopenhagen. Ik moet altijd serieus nadenken hoe je dat schrijft. Kopengagen wil ik er altijd van maken. Op zijn West-Vlaams. De duikboot op de foto was eigenlijk van de bestemming die naast de onze vertrok. Mijn lief vroeg tijdens het instappen of ik de naam van het afgebeelde Kuifje-album kende. Ik moest er niet eens naar raden. Ik had geen flauw benul. De schat van Scharlaken Rackham verklapte hij dan maar. Het zei me niets, hoewel de afbeelding wel ergens in mijn hoofd was geklasseerd. Ik kende wel De schat van Beersel probeerde ik nog. Inmiddels liggen alle Kuifje-albums in onze boekenkast.

Tijdens de vlucht vroeg iemand wat zoal de specialiteiten waren in de Deense keuken. “Smørrebrød” antwoordde een kenner. Niemand buiten hem wist wat het nu precies was. Zijn deskundig en bondig antwoord was: “een boterham met beleg”. Ja, dat hadden we niet in België. Dat beleg bestond overigens niet uit een simpel schelletje hesp of plak paté, maar waren werkelijk kunstwerkjes mochten we enkele dagen later proeven. De boterham was roggebrood. Van dat brood kun je trouwens makkelijk van naar euh sneetjes snijden.