Nawoord

Ik heb een hoop zorgen. Grote, maar ook een hoop kleintjes. Het omgekeerde is even waar. Ik leef onbekommerd en leef intens. Daar kan ik echter hier op deze pagina’s niet te veel over uitweiden. Mensen denken nogal snel en met hun eigen verbeelding. Daardoor lijkt het net of ik het altijd leuk en aardig heb of denken anderen misschien dat ik heel eenzaam ben. Ik schijn veel te hebben. En veel te doen. Mensen houden daar van. Anderen helemaal niet.

Dit is een voorstelling in zwart-wit om makkelijker te doen begrijpen terwijl er zoveel kleuren tussen die uitersten zijn. Of het resultaat van het lezen van mijn schrijfsels nu een soort afgunst is, of mensen net goedgehumeurd worden, het blijft een moeilijke onderneming om over mezelf te schrijven. Is het imagobuilding? Wil ik waarheidsgetrouw zijn? Geef ik enkel de leuke uitjes? Is het een schreeuw om aandacht? Ik hoop in ieder geval niet. Mijn intentie is om een verhaal te uiten, al dan niet met een boodschap of een zoektocht naar inzichten of gevoelens. Is verdriet niet even mooi en intens als geluk? Vooral dan achteraf gezien.

Ik denk, en dat uit ondervinding door commentaren te lezen en met mensen te spreken, dat velen veronderstellen dat wat ik hier schrijf, de enige echte waarheid is. Ongeacht wat de definitie van waarheid is, is de vraag of ikzelf wel de waarheid over mezelf ken? Misschien is realistisch een beter woord. Maar voor een realistische weergave van mijn doen en laten zou ik veel meer moeten schrijven. Uren aan een stuk. Dan maak ik niets meer mee en moet ik hier echt alles gaan verzinnen. Dat blijkt een kringverwijzing en dus onmogelijke opgave. Wat heb ik aan theorie als ik niet kan falen in het echte leven? Ik heb schrijven nodig om intens na te kunnen denken.

Ik schrijf hier onder mijn eigen naam en over onderwerpen die schijnbaar echt zijn. Soms. Heel af en toe lijken ze te kloppen. Nog sporadischer kloppen ze ook. Dat moet ik toegeven. Vooral mensen die mij kennen in het echte leven zijn soms het noorden kwijt. Soms zijn ze bezorgd, terwijl ze net niet bezorgd zijn op momenten dat het er wel zou toe doen. Voor degene die eventueel denken dat mijn stukjes authentiek zijn, U hebt het mis. Daar kunt u zelf niet veel aan doen. Het komt door de stijl. Maar ga er vanuit, na dit te hebben gelezen, dat mijn geschreven verhalen pure verzinsels zijn. Ook al lijken ze echt. Laat ik nu maar terug van U naar je gaan. Dat klinkt een stuk sympathieker.

Stilte

De tijd is nu. Ergens in het oog van een orkaan. Oorverdovende stilte. Een paar dagen geleden was er nog hevige storm. Binnen enkele weken begint de wind opnieuw aanwakkeren. Maar nu even niet. Nog niet. Een hoofdstuk wordt omgedraaid. Ik had nog zoveel dingen te doen. Ook al wist ik het al lang – sinds de val van het imperium anderhalf jaar geleden – het kwam plots.

Tientallen mensen bezochten het nest. Dagelijks werd er gestofzuigd, afwas vakkundig verborgen onder het aanrecht, ruiten werden plots gekuist, de douche grondig ontkalkt, zelfs de dakgoot kreeg een kleur. In die zweem van netheid probeerde ik te leven. Normale mensen worden rustig in een grondig gepoetst huis. Ik werd lastiger, verkeerde in slapeloos piekeren en was overdag uitgeput en lusteloos. Er was maar één ding in mijn hoofd. Het nest moest een andere bewoner krijgen. En snel! Ik hield niet van al die indringers. Het is mijn thuis!

“Wat is de reden dat u het huis verkoopt?”

Het standaardantwoord luidde “We verhuizen naar Brussel. Voor het werk… We zouden het huis heel graag meenemen!” grapten we er altijd bij. Dat laatste was niet eens gelogen. Ik woon hier graag. Het staat alleen verkeerd.

De twee, al lang van elkaar losgerukt, werkten heel even terug samen. Als een team. En we deden het! In minder dan twee weken! Handtekeningen werden gezet. Klaar.

En zo is het enige nog tastbare verkocht. Alleen herinneringen blijven over. En vriendschap. Een leven wordt afgesloten. Ook al zijn we anderhalf jaar geleden uit elkaar gegaan.

Veel tijd om stil te staan is er niet. Een volgend hoofdstuk dient zich aan. Ik kan niet geheel zeggen dat het vanaf nu anders gaat zijn. De verandering is al langer ingezet. Mensen ontmoeten. Er leren zijn voor mensen. Met vallen en opstaan. Ook al deel ik dit ding hier op in hoofdstukken, zo werkt het niet. Alle leven gaat door. Rondom mij. Met mij. Alles en iedereen leeft. De ene wat meer dan de ander. Ik hoop dat ik bij die ene mag horen. Tot aan de andere kant van deze bladzijde!

Blaas!

Een aantal jaar geleden ontmoette ik een man in mijn muziekles. Hij had een gezegende leeftijd en speelde al jaren trombone. Hij wou nog lessen volgen. Hij speelde zo graag. Alleen had hij zo ongelofelijk veel moeite om te spelen. Het instrument vraagt immers veel lucht. Zijn ademhaling kon het niet meer aan. Telkens weer probeerde hij een maat vol te spelen. Hij wou zo graag musiceren. Het instrument vroeg zo veel macht. Te veel macht. Ik had medelijden. Ik gunde het hem zo. Het was zijn passie. Hij kon echt niet meer. Op een dag heb ik hem nooit meer terug gezien. Ik weet niet of hij het ooit heeft kunnen verwerken…

Toen ik in het derde middelbaar zat, kwam er plots in het midden van het schooljaar een nieuwe klasgenoot binnen gewandeld. Dat klikte toen ongelofelijk hard. Ik had plots en onverwacht een beste vriend. Anderhalf jaar later verhuisde hij, heel snel en onvoorzien. Van de ene op de andere dag naar ergens ver weg. Internet en gsm hadden we nog niet. Een wervelende tijd werd abrupt afgebroken. Het was intens geweest. Ik had een soulmate. Iemand waar ik zo graag mee optrok, mee kon babbelen. Het wervelde zo. Ik was hem kwijt. Het heeft me heel veel tijd gekost om het te verwerken…

Moeten we van iets of iemand wat we graag doen of hebben, zoveel mogelijk profiteren? Zolang het kan! Of moeten we het stilletjes koesteren, met mondjesmaat van genieten? Je hebt mensen die een espresso in één teug leeg drinken. Anderen nippen en genieten van iedere slok. Soms ben ik bang om, als ik iets fijn heb of meemaak, dat te verliezen. Dan durf ik niet zoveel mogelijk te beleven. Omdat ik bang ben dat de klap hard aan zal komen als het er op een dag niet meer is. Bevreesd zijn om iets of iemand te graag te zien. Anders, als ik bewust en heel intens van iets geniet, dan heb  ik zo’n zalig  en voldaan gevoel. Dan vraag ik me af waarom ik me soms inhoud, te beheerst ben…

Het Pad

De leegte

Nadat ik was afgestudeerd, had ik vooral behoefte aan avontuur. Ik herinner me dat leuke gevoel nog levendig. Ik was plannen aan het smeden en wilde verder de wijde wereld intrekken. Veertien dagen later begon ik met werken. Dat ging gewoon zo. Alle dromen die ik had van toen ik puber was, lagen aan diggelen. Het avontuur werd opgeborgen, plannen werden dicht gevouwen, de wereld werd van onder mijn voeten weg getrokken.

Spijt had ik niet – ik doe mijn werk heel graag – en stortte me als een bezetene op mijn bouwwerven. Ik vergat gewoonweg het avontuur. Ik had het ook helemaal voor elkaar. Buiten het kleine detail dat ik homo ben, voldeed ik perfect aan de verwachtingen. Ik had een vaste relatie, ging samenwonen, had vast werk, onderhield een tuin en verwaarloosde de huisdieren. Het was als een gezin, maar dan zonder kinderen. Ik deed zoals iedereen. Daar was niks mis mee.

Er sluimerde echter iets. In fel contrast met al mijn verworven bezittingen die ik had, was ik constant zoekende, een decennium lang. Ik had alles wat alle mensen hadden… en nog was het schijnbaar niet genoeg. Ik voelde een leegte. Een constante dorst die niet te lessen viel. Eerst kon mijn werk dat invullen. Ik deed meer dan wat er van mij verwacht werd en putte daaruit heel veel voldoening. Het bleek achteraf een surrogaat te zijn. Op een gegeven moment was ik opgebrand. De leegte bodemlozer dan ooit tevoren.

De tweesprong

Jarenlang leefde ik met grote dromen. Ik droomde dat ik leefde. Alles waarin ik geloofde was vervaagd tot grootse idealen, die ik niet meer krijgen kon. De vrienden van vroeger, waar ik nog mee had gespeeld, hadden allen hetzelfde leven. Het is daarom moeilijk te ontkennen dat iedereen het niet heeft gemaakt.

Nu ben ik weer ontwaakt. Die vertrouwde samenleving waar ik deel van uitmaak is futloos en zonder enige kracht. Ik loop mij af te vragen wat ik hier nog kan bereiken. Gevoelens zijn de kop ingedrukt. Sterk zijn is het levensdoel. Mijn puberdromen van weleer passen niet in deze gemeenschap. Soms mis ik mijn oude kamertje. Daar zat ik alleen met mijn muziek. Af en toe lichtte ik een oor van mijn koptelefoon omdat ik iets dacht te horen. Gestommel op de trap, een kraak in de houten vloer. Meestal was er niks. Alleen muziek. En in mijn hoofd, adembenemende beelden en gedachten over het leven.

Wat wilde ik later in mijn leven? Die vraag hield me heel erg bezig. Het praktische antwoord kwam niet. In plaats daarvan ontwikkelde ik een levensfilosofie. Ik vond het veel belangrijker dan antwoorden verzinnen hoe ik mijn leven, die op de vooravond stond van ontwaken, moest gaan inrichten. Eenvoud was de rode draad doorheen mijn gedachten. Ontmoeten van mensen. Luisteren naar verhalen. Lezen van  gesprekken. Toen ik eenmaal op pad ging in de echte wijde wereld, leerde ik gretig. Ik liet de ervaringen op mij afkomen. Deed mee aan andermans leven. Te weinig heb ik zelf het lot in eigen handen genomen. Besef ik nu. Want op de dag dat ik volleerd achtte te zijn, ik een eerste keuze moest maken en de tweesprong op mijn pad tegenkwam, koos ik voor de gemakkelijke weg. De weg die ik gaandeweg vervloekt heb. Het avontuur van de eenvoud ebde weg. Grootse plannen werden gemeed en dood geboren. Ik stelde me alles rooskleuriger voor dan het ooit kon worden.

Tot ik begon te beseffen hoe dwaas ik was geweest en hoe ik als puber het bij het rechte eind had. Hoe kon ik zo mijn eigen Gedachten en Geweten verloochenen? Wat mij nog restte was het zoeken naar het pad die ik ooit betreden had. Tot aan de tweesprong. Om dan de andere weg te nemen. De weg van de eenvoud. Het avontuur.

“Ik denk dat je die juist genomen hebt. Ha!”

Ondertussen in het echte leven

Ik ben iemand die niet snel vergeet. Mijn systeem heeft er een handje van weg om alle negatieve gebeurtenissen op te slaan en nooit meer te wissen. Het heeft me een pak verloren tijd gekost om bepaalde verbitterde en cynische gevoelens die ik had bij het kijken naar mijn verleden, een plaats te geven. Het besef dat ik verkeerd bezig was, sluimerde al een tijd in mijn Gedachten. Het verwerken ging pas in werking treden op het moment dat het imperium in duigen gevallen was en mijn Geweten zich begon te manifesteren. Omdat ik er plots en eindelijk alleen voor stond. In contrast stond mijn overvolle sociale agenda. Dat hielp me op de been. Een welgekomen afwisseling tussen het verwerken dat tussendoor verliep. In stilte. Met mezelf. Ik ging in mijn eentje op zoek naar het pad van weleer.

Echter, gaandeweg ontdekte ik, dat ik helemaal niet alleen was! We waren al een tijdje samen toen ik het begon in te zien. Waarom het zo klikt tussen ons, waarom ik naar hem opkijk. Niet dat ik een kopie van Wim kan of wil zijn. Door zijn zijn herinnerde ik me terug mijn zijn van weleer. Hij maakte me, zonder het zelf te weten, bewust van wat ik in al die jaren kwijt was gespeeld. De ingewikkelde zoektocht naar hoe ik terug moest veranderen naar vroeger, evolueerde in het eenvoudigweg doen van eenvoudige dingen. Eenvoudiger dan dit kan ik het niet uitleggen! Ik deed kleine dingetjes, heel veel kleine dingetjes. Ik begon te luisteren en te voelen… Ik ontmoette afgelopen jaar heel veel verschillende mensen met onwijs uiteenlopende verhalen. Iedereen heeft zijn individuele queeste, elk langs eigen paden. Sommige paden doorkruisen die van anderen, of lopen parallel. Ik haalde zoveel inspiratie uit al die verhalen. Misschien is dat wel nog belangrijker in mijn leven. Ontmoeten. Je kunt dat niet eens bezitten. Alleen beleven.

De vergissing

Het constante verlangen om terug te keren naar het pad van toen ik puber was is hoogstwaarschijnlijk de oorzaak zelf dat ik het niet terug vond. Hoe kon ik jaren later, met een bagage vol ervaringen, terug in de jongere versie van mezelf kruipen? De tweesprong werd een symbool in mijn Gedachten. Daar moest ik kost wat kost terug naartoe. Een cruciale redeneringsfout bleek achteraf. Mijn Systeem fnuikte zichzelf. Leg daar nog eens de torenhoge levensverwachtingen van een jonge twintiger bij en de val ging niet meer open.

Ik ben niet op hetzelfde punt terug gekeerd. Onmogelijk. De eenvoudige Gedachten van toen zijn nu veel rijker geworden met alle gebeurtenissen die ondertussen in mijn leven hebben plaatsgevonden. Niet alles was negatief. Ik heb vooral ook leuke dingen meegemaakt! Laat dat duidelijk zijn in deze afrekening met het verleden. Ik had ook de negatieve aspecten van bepaalde keuzes nodig om tot hetgene te komen wat ik nu terug herontdekt heb. Evolueren kon door ook fouten te maken.

Wat ik tot slot nog wil benadrukken, is de schaduwkant tijdens mijn zoektocht. Of hoe ik tijdens het zoeken sloeg naar alles wat er voor had gezorgd dat ik niet de andere keuze had gemaakt. Als tegenstelling wierp ik vaak het gezin met bijpassend huisje, boompje en baby’tje in mijn gevecht. Die praktische uitingen van de maatschappij waren een voor de hand liggende schietschijf. Met z’n allen tegen één. Wat voelde ik me vaak zielig en onbegrepen. Ze oordeelden over mij… ik maakte dezelfde fout door terug te oordelen. Ik vuurde op iedereen. Behalve op mezelf.

Wat mijn grootste vergissing in mijn zoektocht was, is dat ik de verkeerde keuze had gemaakt, niet de maatschappij waar ik me minder in thuis voel. Wat ik komende tijd wil leren is dat ik mijn leven ga leiden en het niet met dat van een ander ga vergelijken. Moeilijk. Want meten we ons niet altijd met anderen? Waar we staan en vooral waar we beter in zijn?

Het verlangen

Iedere dag leer ik om het onbekende, oneindige pad die ik neem, niet angstig te betreden, maar juist inspiratievol tegemoet te gaan. De combinatie van eenvoud en avontuur kan wel eens een fantastische toekomst herbergen.

De reis terug

In mijn hoofd

“Ik vind dat je overdrijft! Trouwens, je zit al maanden tweehonderd per uur ter rijden in tweede versnelling! Ha!”

“Wat?”

“Dat je alles opblaast! Ha!”

“Wie denk je wel dat je bent? Je hoeft je niet te moeien. Ik weet zelf ook wel dat ik in overdrive zit. Dat ebt wel weg.“

“Daarom ben ik terug gekomen! Denk je dat je het alleen kan? Ha! Je hebt me nodig! Je wilt het alleen niet toegeven!”

“Pfff, het leven was een stuk minder saai toen je weg was. Ik heb je geen seconde gemist. Voor mijn part kun je terug vertrekken. Een reis rond de wereld!”

“Wat denk je nu? Dat ik die wereld niet gezien heb? Zo groot is je hoofd ook weer niet! Ik zat de laatste maanden trouwens in mijn vakantiehuis aan jouw ‘Meer der Vergetelheid’, omdat ik die stomme wereld van je beu gezien was! Ha!”

“Maar er is veel veranderd hoor in de tijd dat je weg was!”

“Laat me niet lachen! Veranderd? Niks veranderd. Hoe kun je nu veranderen? Leren en evolueren! Dat ja! Veranderen? Vergeet het! Je bent geen haar veranderd! Behalve het kleur! Dat is grijzer! Ha!”

 “Wat moet ik dan doen?”

“Niet nadenken, dat heb je toch al eens gezegd! Je hebt je weer laten kisten! Ha! Je bent meer bezig met het systeem zelf dan dat je het systeem zelf gebruikt!”

“Maar ik ben zo. En ik kan niet veranderen zei je. Ik bouwde vroeger met Lego, ik speelde er niet mee.”

“Verander jezelf dan niet! Je kunt je niet anders maken dan je bent! Pas je gewoon aan!”

“Jij hebt makkelijk praten. Jij weet het altijd beter.”

“Neen, jij weet het altijd beter! Ik weet het gewoon! Ha!”

Ik heb het geweten

Het is me nooit gelukt om mij los te koppelen van zijn gedachten. Ik heb er lang over nagedacht toen ik aan zijn ‘Meer der Vergetelheid’ zat. Op dat moment was ik door hem botweg aan de kant gezet. Ik geloof dat hij dat meer dan een decennium heeft vol gehouden! Weet je hoe lang dat wachten is!? Ha! Ik was op zoek naar hoe ik terug kon komen, om daarna meer onafhankelijkheid op te eisen! Hij had er immers een zootje van gemaakt! Zelf was hij er van overtuigd dat hij het bij het rechte eind had. Boos was ik! Ha! Ik smeedde wilde plannen om zijn gedachten te overmeesteren. Het lukte me niet. Tot ik tot de conclusie kwam dat tijd het enige antwoord was voor onze gezamenlijke terugkeer. Hij moest leren van zijn fouten. Alleen door eigen ervaring zou hij erachter komen waar hij de mist in was gegaan. Toen zijn gedachten na jaren ploeteren vrij begonnen komen, pakte ik mijn koffers en verliet mijn vakantiehuis. Mijn reis duurde meer dan een jaar. Die tijd had Peter nodig om het pad te zoeken waar hij een decennia geleden ook al eens was gepasseerd. Hij vond het, en staat op dit ogenblik op de tweesprong die hij toen ook aantrof…  Ik heb altijd geweten dat hij terug zou keren naar deze keuze! Ik weet dat hij voor het andere pad gaat kiezen. Ha! Ik heb het geweten! Ik ben het Geweten! Ik ken hem! Ik weet hem! Ik ben hem! Ha!

In zijn hoofd

Geen mens kan in het eigen hoofd kijken en het is misschien daarom het ideale moment dat ik dat eens omschrijf. Je leest ten slotte niet altijd de woorden van een Geweten. Ik weet niet of de inhoud van Peters hoofd hetzelfde is als bij andere mensen. Het zou me niet verbazen dat het totaal anders zou zijn. Hem kennende, wil hij altijd omgekeerd zijn. Ha!

Aangezien Peter nooit de hersenen heeft gestudeerd – hij deed Bouw op school – kan ik die ook niet benoemen. Ook al weet ik heel veel en heb ik het altijd bij het juiste eind, toch slorp ik alleen de kennis en ervaringen op die hij meemaakt. Er zijn dus maar een paar plaatsen die ik je kan meegeven tussen alle kwabben door. De hersenen zijn voor Peter een soort grote inktvisachtige massa. Hier en daar zijn er kamers of landschappen zoals het ‘Meer der Vergetelheid’ of zijn befaamde Bibliotheek. Hij heeft in ieder geval grootheidswaanzin, want al die toestanden kunnen natuurlijk niet in dat kleine hoofd van hem. Ha!

 Peter is er van overtuigd dat er geen systeem van een engeltje/duiveltje is. Er zijn slechts 2 figuren. Hijzelf en Mezelf. De Gedachten en het Geweten. Vaak word ik omschreven als het goede. Maar soms zorg ik ervoor dat hij net over de schreef wordt getrokken om eens buiten de lijntjes te kleuren. Ik moet daarbij soms sleuren en trekken. Die dekselse Gedachten krijgen zoveel bandbreedte dat ik het moeilijk heb om er tussen te komen. De miljarden Gedachten stromen constant door al die stelsels in zijn hoofd. Het is geen houden aan. Ik moet altijd vallen opstellen om Gedachten door mijn persoon te vervangen. Die Peter denkt altijd dat hij mij de loef kan afsteken! Daar gaat hij wel wat vroeger moeten voor opstaan! Ik ben uitgerust na al die jaren en zit vol inspiratie! Het is trouwens…

“Heej, gaat het een beetje? En kan het stiller? Ik probeer een verhaal te schrijven.”

Niemand houdt je tegen! Toch?! Behalve ik dan! Ha!”

“Weet jij wat voor intieme dingen je hier schrijft? Je laat dingen uit mijn hoofd optekenen! Veel kan… maar dit zijn een paar grenzen te ver! Denk nu maar niet dat je mij kunt overmannen! Of ge kunt terug op reis!”

“Zagevent! Ha!”