Categorie: Hoofdstuk 1 – Genesis

2009-02-14 - Sem

Afscheid van Sem

Deze ochtend kwam vrij onverwacht het telefoontje dat Sem zeer plotseling is overleden. Toen ik vier jaar geleden afscheid nam van de twee poezebeesten dacht ik nog lang op bezoek te kunnen. Bijna acht jaar is hij geworden, wat voor een kat zeer jong is. Ik herinner me hem als heel lief en soms zo onbeholpen, maar die altijd zijn plekje kon veroveren en zeer aanhankelijk was. Soms was hij niet de grootste durfal, in tegenstelling tot zijn grote neef Casper, maar hij stond zijn mannetje. Heel veel sterkte aan iedereen in het huis daar in Gent. Het zal een beetje stiller geworden zijn nu…

Menenpoort Ieper

2) Loof

Dit is het vervolg van 1) Wortels.

Pas nadat ik het huis uit was ontdekte ik een boek over de veldslagen van ons dorp. Dag per dag werden de bewegingen van het front beschreven. Hoe alles tot puin werd geschoten en er na vier jaar strijd niks meer over was dan alleen maar modder. Toen de oorlog gestreden was kwamen de gevluchte inwoners en de oudstrijders terug naar mijn streek. Ofschoon de Engelsen het verwoeste landschap wilden bewaren, wilden en hebben de bewoners alles heropgebouwd. In die tijd verscheen ook mijn ouderlijk huis. In de kelder ontspringt er een bronnetje. Water loopt er ’s winters, ’s zomers via een buis naar buiten. In de tuin maakte ik geulen en versterkingen voor een mini-Rapid River, zoals het levensechte exemplaar een paar kilometer verderop in het pretpark Bellewaerde. Ik liet het water van de bron in mijn kleine rivierbedding lopen. Vele jaren later ontdekte ik op het internet kaarten en luchtfoto’s van in de oorlog waar ik mijn ouders perceel kon op draperen. Kriskras hadden de Duitsers er loopgraven gegraven. Waar mannen eerder vochten om de verovering van een paar meter klei speelde ik gewoon met diezelfde klei… Er is een obus, die nu nog altijd in het grensslootje met de buren piept en de loden bolletjes die op het land te vinden zijn. Overal nog relikwieën van munitie. Toen ik nog in de tuin speelde als klein manneke had ik niet eens door wat die dingen betekenden. Enkele jaren later, toen ik de kerkhoven zag passeren wanneer ik op mijn eentje ging fietsen op woensdagnamiddag kwam er een soort van eerste bewustzijn en nieuwsgierigheid. Ik wist wat de oorzaak was van die graven. Maar alle soorten van monumenten ten spijt, men sprak niet zo veel over de oorlog.

Ik herinner me nog heel veel 11 novembers. Als peuter ’s ochtends heel vroeg opstaan om te kijken of Sint-Maarten iets gebracht had. Tot ik ouder was en in de bare ochtendkou met de harmonie van Beselare voor het monument van de gesneuvelden moest spelen. Hoe opgewarmd we trachtten te zijn tijdens het wachten in het café tot de eucharistieviering op zijn einde liep en de oudstrijders een krans voor het monument gingen leggen onder de klanken van de Brabançonne, mijn hoge fa, het begin van de Vlaamse Leeuw, is nooit uit mijn bevroren trompetje gekomen. Mijn kepie werd eens weggeblazen door een windvlaag tussen de wielen van een voorbijrijdende vrachtwagen. Daar zat ik mee in. Ik verstoorde de plechtigheid! Wat zouden de mensen wel niet denken? Wat een onbenulligheid in vergelijking met de reden waarvoor we daar stonden te spelen. Wat de echte inpakt van de Eerste Wereldoorlog had op de streek en de mensen had ik nog niet door toen in de lagere school.

Duizenden soldaten zijn gesneuveld tussen mijn dorp en de weg naar Ieper, waar ik naar de middelbare school ging. Ik reed die weg iedere dag met de fiets en passeerde bij het binnenkomen van de stad onder de Menenpoort. Dit gaf mij iedere keer een soort van plechtig gevoel en een ingetogen en nederig tegelijkertijd. Af en toe stopte ik en luisterde naar de echo van de auto’s die onder de poort op de kasseien denderen. En dan die oorverdovende stilte wanneer het geluid uitstierf. Ik keek naar de namen die gegrift waren op de muren. Ik begon generaties te tellen tussen die namen en mezelf… ik schrok…

Polygon Wood Cemetery

1) Wortels

Naar aanleiding van de theatervoorstelling Slijk van Wouter Deprez [gezien op 29 november 2014 in de KVS Brussel] ben ik terug ondergedompeld in mijn verleden met de Groote Oorlog. Opgegroeid in de klei van de westhoek, beenhard in de zomer, plakkerig in de winter – als ge met uw botten op het land loopt hebt ge na tien passen al een klomp klei aan uw voeten gelijk een sokkel van een standbeeld. Van sinds ik klein was, heb ik altijd medelijden gehad met hoe moeilijk het de bronzen en stenen mannen en vrouwen hebben als ze een wandeling willen maken.

Wouter Deprez, afkomstig uit Geluwe – decor van de Eerste Wereldoorlog, graaft naar zijn wortels. Hij vertelt zijn verhaal door de ogen van toen hij nog zeven was. Zijn grootvader sprak, eerst zeer stilzwijgend en gaandeweg meer, tijdens wandelingen naar de Koelenberg. Daar keken ze neer op de weg naar Beselare waar zijn grootmoeder naartoe was gevlucht juist vooraleer de Duitsers Geluwe binnenvielen. Beselare werd een nacht later volledig met de grond gelijk gemaakt… De hele voorstelling sponnen er zich draden tussen zijn verleden en herinneringen uit het mijne. Ik, geboren te Geluveld, op een boogscheut van Geluwe, draag een stukje Eerste Wereldoorlog in mij. Dat was niet altijd zo.

Ik zie mezelf als peuter trippelen aan de hand van mijn overgrootvader. De weg naar Beselare – een paar heuvels verder dan die van Wouter Deprez, via de Kasteelstraat in Geluveld. Naast ons passeren we de kasteeltuin, waar ik enkele jaren later in ’t lager aan diverse loopcrossen zal moeten deelnemen. Ik eindigde steevast bij de laatste, diverse repen druivensuiker ten spijt. Verderop, in de vallei* tussen de twee dorpen is de autostrade een paar jaar geleden voltooid. De Staat legt op dat ogenblik nog een nieuwe brug over de snelweg. Ik herinner me nog dat beeld van de betonnen pijlers en liggers. Ik weet niet of mijn interesse naar civiele werken en urbanisatie toen is ontstaan? Op die leeftijd heb ik ook geen idee dat de fundering van de snelweg gebouwd wordt op duizenden doden.

Enkele wandelingen later met mijn grootmoeder in het bos Den Doel heb ik zelfs niets door, wanneer ik met mijn korte beentjes de kerkhofmuur overkruip vanuit de hoofddreef naar het Polygon Wood Cemetery, het kerkhof met de iconische heuvel. Ik zal opgroeien met Engelse kerkhoven: witte gebouwtjes, mausoleums , witte zerken, allemaal vol gebeiteld met namen van gesneuvelden. En het zachte gemillimeterd gazon, waar ik de geur nu nog uit mijn gedachten kan opsnuiven. De symmetrie en lijnen. De rust die vanuit zo’n plaats uitstraalt. Ik ervoer daar nog niet de gruwel van bloed en modder.

*een berg of vallei van enkele tientallen meters verschil. West-Vlamingen vinden heuvels bergen. Dat doen ze met iedere molshoop.

Nawoord

Ik heb een hoop zorgen. Grote, maar ook een hoop kleintjes. Het omgekeerde is even waar. Ik leef onbekommerd en leef intens. Daar kan ik echter hier op deze pagina’s niet te veel over uitweiden. Mensen denken nogal snel en met hun eigen verbeelding. Daardoor lijkt het net of ik het altijd leuk en aardig heb of denken anderen misschien dat ik heel eenzaam ben. Ik schijn veel te hebben. En veel te doen. Mensen houden daar van. Anderen helemaal niet.

Dit is een voorstelling in zwart-wit om makkelijker te doen begrijpen terwijl er zoveel kleuren tussen die uitersten zijn. Of het resultaat van het lezen van mijn schrijfsels nu een soort afgunst is, of mensen net goedgehumeurd worden, het blijft een moeilijke onderneming om over mezelf te schrijven. Is het imagobuilding? Wil ik waarheidsgetrouw zijn? Geef ik enkel de leuke uitjes? Is het een schreeuw om aandacht? Ik hoop in ieder geval niet. Mijn intentie is om een verhaal te uiten, al dan niet met een boodschap of een zoektocht naar inzichten of gevoelens. Is verdriet niet even mooi en intens als geluk? Vooral dan achteraf gezien.

Ik denk, en dat uit ondervinding door commentaren te lezen en met mensen te spreken, dat velen veronderstellen dat wat ik hier schrijf, de enige echte waarheid is. Ongeacht wat de definitie van waarheid is, is de vraag of ikzelf wel de waarheid over mezelf ken? Misschien is realistisch een beter woord. Maar voor een realistische weergave van mijn doen en laten zou ik veel meer moeten schrijven. Uren aan een stuk. Dan maak ik niets meer mee en moet ik hier echt alles gaan verzinnen. Dat blijkt een kringverwijzing en dus onmogelijke opgave. Wat heb ik aan theorie als ik niet kan falen in het echte leven? Ik heb schrijven nodig om intens na te kunnen denken.

Ik schrijf hier onder mijn eigen naam en over onderwerpen die schijnbaar echt zijn. Soms. Heel af en toe lijken ze te kloppen. Nog sporadischer kloppen ze ook. Dat moet ik toegeven. Vooral mensen die mij kennen in het echte leven zijn soms het noorden kwijt. Soms zijn ze bezorgd, terwijl ze net niet bezorgd zijn op momenten dat het er wel zou toe doen. Voor degene die eventueel denken dat mijn stukjes authentiek zijn, U hebt het mis. Daar kunt u zelf niet veel aan doen. Het komt door de stijl. Maar ga er vanuit, na dit te hebben gelezen, dat mijn geschreven verhalen pure verzinsels zijn. Ook al lijken ze echt. Laat ik nu maar terug van U naar je gaan. Dat klinkt een stuk sympathieker.

Stilte

De tijd is nu. Ergens in het oog van een orkaan. Oorverdovende stilte. Een paar dagen geleden was er nog hevige storm. Binnen enkele weken begint de wind opnieuw aanwakkeren. Maar nu even niet. Nog niet. Een hoofdstuk wordt omgedraaid. Ik had nog zoveel dingen te doen. Ook al wist ik het al lang – sinds de val van het imperium anderhalf jaar geleden – het kwam plots.

Tientallen mensen bezochten het nest. Dagelijks werd er gestofzuigd, afwas vakkundig verborgen onder het aanrecht, ruiten werden plots gekuist, de douche grondig ontkalkt, zelfs de dakgoot kreeg een kleur. In die zweem van netheid probeerde ik te leven. Normale mensen worden rustig in een grondig gepoetst huis. Ik werd lastiger, verkeerde in slapeloos piekeren en was overdag uitgeput en lusteloos. Er was maar één ding in mijn hoofd. Het nest moest een andere bewoner krijgen. En snel! Ik hield niet van al die indringers. Het is mijn thuis!

“Wat is de reden dat u het huis verkoopt?”

Het standaardantwoord luidde “We verhuizen naar Brussel. Voor het werk… We zouden het huis heel graag meenemen!” grapten we er altijd bij. Dat laatste was niet eens gelogen. Ik woon hier graag. Het staat alleen verkeerd.

De twee, al lang van elkaar losgerukt, werkten heel even terug samen. Als een team. En we deden het! In minder dan twee weken! Handtekeningen werden gezet. Klaar.

En zo is het enige nog tastbare verkocht. Alleen herinneringen blijven over. En vriendschap. Een leven wordt afgesloten. Ook al zijn we anderhalf jaar geleden uit elkaar gegaan.

Veel tijd om stil te staan is er niet. Een volgend hoofdstuk dient zich aan. Ik kan niet geheel zeggen dat het vanaf nu anders gaat zijn. De verandering is al langer ingezet. Mensen ontmoeten. Er leren zijn voor mensen. Met vallen en opstaan. Ook al deel ik dit ding hier op in hoofdstukken, zo werkt het niet. Alle leven gaat door. Rondom mij. Met mij. Alles en iedereen leeft. De ene wat meer dan de ander. Ik hoop dat ik bij die ene mag horen. Tot aan de andere kant van deze bladzijde!

Blaas!

Een aantal jaar geleden ontmoette ik een man in mijn muziekles. Hij had een gezegende leeftijd en speelde al jaren trombone. Hij wou nog lessen volgen. Hij speelde zo graag. Alleen had hij zo ongelofelijk veel moeite om te spelen. Het instrument vraagt immers veel lucht. Zijn ademhaling kon het niet meer aan. Telkens weer probeerde hij een maat vol te spelen. Hij wou zo graag musiceren. Het instrument vroeg zo veel macht. Te veel macht. Ik had medelijden. Ik gunde het hem zo. Het was zijn passie. Hij kon echt niet meer. Op een dag heb ik hem nooit meer terug gezien. Ik weet niet of hij het ooit heeft kunnen verwerken…

Toen ik in het derde middelbaar zat, kwam er plots in het midden van het schooljaar een nieuwe klasgenoot binnen gewandeld. Dat klikte toen ongelofelijk hard. Ik had plots en onverwacht een beste vriend. Anderhalf jaar later verhuisde hij, heel snel en onvoorzien. Van de ene op de andere dag naar ergens ver weg. Internet en gsm hadden we nog niet. Een wervelende tijd werd abrupt afgebroken. Het was intens geweest. Ik had een soulmate. Iemand waar ik zo graag mee optrok, mee kon babbelen. Het wervelde zo. Ik was hem kwijt. Het heeft me heel veel tijd gekost om het te verwerken…

Moeten we van iets of iemand wat we graag doen of hebben, zoveel mogelijk profiteren? Zolang het kan! Of moeten we het stilletjes koesteren, met mondjesmaat van genieten? Je hebt mensen die een espresso in één teug leeg drinken. Anderen nippen en genieten van iedere slok. Soms ben ik bang om, als ik iets fijn heb of meemaak, dat te verliezen. Dan durf ik niet zoveel mogelijk te beleven. Omdat ik bang ben dat de klap hard aan zal komen als het er op een dag niet meer is. Bevreesd zijn om iets of iemand te graag te zien. Anders, als ik bewust en heel intens van iets geniet, dan heb  ik zo’n zalig  en voldaan gevoel. Dan vraag ik me af waarom ik me soms inhoud, te beheerst ben…

Het Pad

De leegte

Nadat ik was afgestudeerd, had ik vooral behoefte aan avontuur. Ik herinner me dat leuke gevoel nog levendig. Ik was plannen aan het smeden en wilde verder de wijde wereld intrekken. Veertien dagen later begon ik met werken. Dat ging gewoon zo. Alle dromen die ik had van toen ik puber was, lagen aan diggelen. Het avontuur werd opgeborgen, plannen werden dicht gevouwen, de wereld werd van onder mijn voeten weg getrokken.

Spijt had ik niet – ik doe mijn werk heel graag – en stortte me als een bezetene op mijn bouwwerven. Ik vergat gewoonweg het avontuur. Ik had het ook helemaal voor elkaar. Buiten het kleine detail dat ik homo ben, voldeed ik perfect aan de verwachtingen. Ik had een vaste relatie, ging samenwonen, had vast werk, onderhield een tuin en verwaarloosde de huisdieren. Het was als een gezin, maar dan zonder kinderen. Ik deed zoals iedereen. Daar was niks mis mee.

Er sluimerde echter iets. In fel contrast met al mijn verworven bezittingen die ik had, was ik constant zoekende, een decennium lang. Ik had alles wat alle mensen hadden… en nog was het schijnbaar niet genoeg. Ik voelde een leegte. Een constante dorst die niet te lessen viel. Eerst kon mijn werk dat invullen. Ik deed meer dan wat er van mij verwacht werd en putte daaruit heel veel voldoening. Het bleek achteraf een surrogaat te zijn. Op een gegeven moment was ik opgebrand. De leegte bodemlozer dan ooit tevoren.

De tweesprong

Jarenlang leefde ik met grote dromen. Ik droomde dat ik leefde. Alles waarin ik geloofde was vervaagd tot grootse idealen, die ik niet meer krijgen kon. De vrienden van vroeger, waar ik nog mee had gespeeld, hadden allen hetzelfde leven. Het is daarom moeilijk te ontkennen dat iedereen het niet heeft gemaakt.

Nu ben ik weer ontwaakt. Die vertrouwde samenleving waar ik deel van uitmaak is futloos en zonder enige kracht. Ik loop mij af te vragen wat ik hier nog kan bereiken. Gevoelens zijn de kop ingedrukt. Sterk zijn is het levensdoel. Mijn puberdromen van weleer passen niet in deze gemeenschap. Soms mis ik mijn oude kamertje. Daar zat ik alleen met mijn muziek. Af en toe lichtte ik een oor van mijn koptelefoon omdat ik iets dacht te horen. Gestommel op de trap, een kraak in de houten vloer. Meestal was er niks. Alleen muziek. En in mijn hoofd, adembenemende beelden en gedachten over het leven.

Wat wilde ik later in mijn leven? Die vraag hield me heel erg bezig. Het praktische antwoord kwam niet. In plaats daarvan ontwikkelde ik een levensfilosofie. Ik vond het veel belangrijker dan antwoorden verzinnen hoe ik mijn leven, die op de vooravond stond van ontwaken, moest gaan inrichten. Eenvoud was de rode draad doorheen mijn gedachten. Ontmoeten van mensen. Luisteren naar verhalen. Lezen van  gesprekken. Toen ik eenmaal op pad ging in de echte wijde wereld, leerde ik gretig. Ik liet de ervaringen op mij afkomen. Deed mee aan andermans leven. Te weinig heb ik zelf het lot in eigen handen genomen. Besef ik nu. Want op de dag dat ik volleerd achtte te zijn, ik een eerste keuze moest maken en de tweesprong op mijn pad tegenkwam, koos ik voor de gemakkelijke weg. De weg die ik gaandeweg vervloekt heb. Het avontuur van de eenvoud ebde weg. Grootse plannen werden gemeed en dood geboren. Ik stelde me alles rooskleuriger voor dan het ooit kon worden.

Tot ik begon te beseffen hoe dwaas ik was geweest en hoe ik als puber het bij het rechte eind had. Hoe kon ik zo mijn eigen Gedachten en Geweten verloochenen? Wat mij nog restte was het zoeken naar het pad die ik ooit betreden had. Tot aan de tweesprong. Om dan de andere weg te nemen. De weg van de eenvoud. Het avontuur.

“Ik denk dat je die juist genomen hebt. Ha!”

Ondertussen in het echte leven

Ik ben iemand die niet snel vergeet. Mijn systeem heeft er een handje van weg om alle negatieve gebeurtenissen op te slaan en nooit meer te wissen. Het heeft me een pak verloren tijd gekost om bepaalde verbitterde en cynische gevoelens die ik had bij het kijken naar mijn verleden, een plaats te geven. Het besef dat ik verkeerd bezig was, sluimerde al een tijd in mijn Gedachten. Het verwerken ging pas in werking treden op het moment dat het imperium in duigen gevallen was en mijn Geweten zich begon te manifesteren. Omdat ik er plots en eindelijk alleen voor stond. In contrast stond mijn overvolle sociale agenda. Dat hielp me op de been. Een welgekomen afwisseling tussen het verwerken dat tussendoor verliep. In stilte. Met mezelf. Ik ging in mijn eentje op zoek naar het pad van weleer.

Echter, gaandeweg ontdekte ik, dat ik helemaal niet alleen was! We waren al een tijdje samen toen ik het begon in te zien. Waarom het zo klikt tussen ons, waarom ik naar hem opkijk. Niet dat ik een kopie van Wim kan of wil zijn. Door zijn zijn herinnerde ik me terug mijn zijn van weleer. Hij maakte me, zonder het zelf te weten, bewust van wat ik in al die jaren kwijt was gespeeld. De ingewikkelde zoektocht naar hoe ik terug moest veranderen naar vroeger, evolueerde in het eenvoudigweg doen van eenvoudige dingen. Eenvoudiger dan dit kan ik het niet uitleggen! Ik deed kleine dingetjes, heel veel kleine dingetjes. Ik begon te luisteren en te voelen… Ik ontmoette afgelopen jaar heel veel verschillende mensen met onwijs uiteenlopende verhalen. Iedereen heeft zijn individuele queeste, elk langs eigen paden. Sommige paden doorkruisen die van anderen, of lopen parallel. Ik haalde zoveel inspiratie uit al die verhalen. Misschien is dat wel nog belangrijker in mijn leven. Ontmoeten. Je kunt dat niet eens bezitten. Alleen beleven.

De vergissing

Het constante verlangen om terug te keren naar het pad van toen ik puber was is hoogstwaarschijnlijk de oorzaak zelf dat ik het niet terug vond. Hoe kon ik jaren later, met een bagage vol ervaringen, terug in de jongere versie van mezelf kruipen? De tweesprong werd een symbool in mijn Gedachten. Daar moest ik kost wat kost terug naartoe. Een cruciale redeneringsfout bleek achteraf. Mijn Systeem fnuikte zichzelf. Leg daar nog eens de torenhoge levensverwachtingen van een jonge twintiger bij en de val ging niet meer open.

Ik ben niet op hetzelfde punt terug gekeerd. Onmogelijk. De eenvoudige Gedachten van toen zijn nu veel rijker geworden met alle gebeurtenissen die ondertussen in mijn leven hebben plaatsgevonden. Niet alles was negatief. Ik heb vooral ook leuke dingen meegemaakt! Laat dat duidelijk zijn in deze afrekening met het verleden. Ik had ook de negatieve aspecten van bepaalde keuzes nodig om tot hetgene te komen wat ik nu terug herontdekt heb. Evolueren kon door ook fouten te maken.

Wat ik tot slot nog wil benadrukken, is de schaduwkant tijdens mijn zoektocht. Of hoe ik tijdens het zoeken sloeg naar alles wat er voor had gezorgd dat ik niet de andere keuze had gemaakt. Als tegenstelling wierp ik vaak het gezin met bijpassend huisje, boompje en baby’tje in mijn gevecht. Die praktische uitingen van de maatschappij waren een voor de hand liggende schietschijf. Met z’n allen tegen één. Wat voelde ik me vaak zielig en onbegrepen. Ze oordeelden over mij… ik maakte dezelfde fout door terug te oordelen. Ik vuurde op iedereen. Behalve op mezelf.

Wat mijn grootste vergissing in mijn zoektocht was, is dat ik de verkeerde keuze had gemaakt, niet de maatschappij waar ik me minder in thuis voel. Wat ik komende tijd wil leren is dat ik mijn leven ga leiden en het niet met dat van een ander ga vergelijken. Moeilijk. Want meten we ons niet altijd met anderen? Waar we staan en vooral waar we beter in zijn?

Het verlangen

Iedere dag leer ik om het onbekende, oneindige pad die ik neem, niet angstig te betreden, maar juist inspiratievol tegemoet te gaan. De combinatie van eenvoud en avontuur kan wel eens een fantastische toekomst herbergen.

De reis terug

In mijn hoofd

“Ik vind dat je overdrijft! Trouwens, je zit al maanden tweehonderd per uur ter rijden in tweede versnelling! Ha!”

“Wat?”

“Dat je alles opblaast! Ha!”

“Wie denk je wel dat je bent? Je hoeft je niet te moeien. Ik weet zelf ook wel dat ik in overdrive zit. Dat ebt wel weg.“

“Daarom ben ik terug gekomen! Denk je dat je het alleen kan? Ha! Je hebt me nodig! Je wilt het alleen niet toegeven!”

“Pfff, het leven was een stuk minder saai toen je weg was. Ik heb je geen seconde gemist. Voor mijn part kun je terug vertrekken. Een reis rond de wereld!”

“Wat denk je nu? Dat ik die wereld niet gezien heb? Zo groot is je hoofd ook weer niet! Ik zat de laatste maanden trouwens in mijn vakantiehuis aan jouw ‘Meer der Vergetelheid’, omdat ik die stomme wereld van je beu gezien was! Ha!”

“Maar er is veel veranderd hoor in de tijd dat je weg was!”

“Laat me niet lachen! Veranderd? Niks veranderd. Hoe kun je nu veranderen? Leren en evolueren! Dat ja! Veranderen? Vergeet het! Je bent geen haar veranderd! Behalve het kleur! Dat is grijzer! Ha!”

 “Wat moet ik dan doen?”

“Niet nadenken, dat heb je toch al eens gezegd! Je hebt je weer laten kisten! Ha! Je bent meer bezig met het systeem zelf dan dat je het systeem zelf gebruikt!”

“Maar ik ben zo. En ik kan niet veranderen zei je. Ik bouwde vroeger met Lego, ik speelde er niet mee.”

“Verander jezelf dan niet! Je kunt je niet anders maken dan je bent! Pas je gewoon aan!”

“Jij hebt makkelijk praten. Jij weet het altijd beter.”

“Neen, jij weet het altijd beter! Ik weet het gewoon! Ha!”

Ik heb het geweten

Het is me nooit gelukt om mij los te koppelen van zijn gedachten. Ik heb er lang over nagedacht toen ik aan zijn ‘Meer der Vergetelheid’ zat. Op dat moment was ik door hem botweg aan de kant gezet. Ik geloof dat hij dat meer dan een decennium heeft vol gehouden! Weet je hoe lang dat wachten is!? Ha! Ik was op zoek naar hoe ik terug kon komen, om daarna meer onafhankelijkheid op te eisen! Hij had er immers een zootje van gemaakt! Zelf was hij er van overtuigd dat hij het bij het rechte eind had. Boos was ik! Ha! Ik smeedde wilde plannen om zijn gedachten te overmeesteren. Het lukte me niet. Tot ik tot de conclusie kwam dat tijd het enige antwoord was voor onze gezamenlijke terugkeer. Hij moest leren van zijn fouten. Alleen door eigen ervaring zou hij erachter komen waar hij de mist in was gegaan. Toen zijn gedachten na jaren ploeteren vrij begonnen komen, pakte ik mijn koffers en verliet mijn vakantiehuis. Mijn reis duurde meer dan een jaar. Die tijd had Peter nodig om het pad te zoeken waar hij een decennia geleden ook al eens was gepasseerd. Hij vond het, en staat op dit ogenblik op de tweesprong die hij toen ook aantrof…  Ik heb altijd geweten dat hij terug zou keren naar deze keuze! Ik weet dat hij voor het andere pad gaat kiezen. Ha! Ik heb het geweten! Ik ben het Geweten! Ik ken hem! Ik weet hem! Ik ben hem! Ha!

In zijn hoofd

Geen mens kan in het eigen hoofd kijken en het is misschien daarom het ideale moment dat ik dat eens omschrijf. Je leest ten slotte niet altijd de woorden van een Geweten. Ik weet niet of de inhoud van Peters hoofd hetzelfde is als bij andere mensen. Het zou me niet verbazen dat het totaal anders zou zijn. Hem kennende, wil hij altijd omgekeerd zijn. Ha!

Aangezien Peter nooit de hersenen heeft gestudeerd – hij deed Bouw op school – kan ik die ook niet benoemen. Ook al weet ik heel veel en heb ik het altijd bij het juiste eind, toch slorp ik alleen de kennis en ervaringen op die hij meemaakt. Er zijn dus maar een paar plaatsen die ik je kan meegeven tussen alle kwabben door. De hersenen zijn voor Peter een soort grote inktvisachtige massa. Hier en daar zijn er kamers of landschappen zoals het ‘Meer der Vergetelheid’ of zijn befaamde Bibliotheek. Hij heeft in ieder geval grootheidswaanzin, want al die toestanden kunnen natuurlijk niet in dat kleine hoofd van hem. Ha!

 Peter is er van overtuigd dat er geen systeem van een engeltje/duiveltje is. Er zijn slechts 2 figuren. Hijzelf en Mezelf. De Gedachten en het Geweten. Vaak word ik omschreven als het goede. Maar soms zorg ik ervoor dat hij net over de schreef wordt getrokken om eens buiten de lijntjes te kleuren. Ik moet daarbij soms sleuren en trekken. Die dekselse Gedachten krijgen zoveel bandbreedte dat ik het moeilijk heb om er tussen te komen. De miljarden Gedachten stromen constant door al die stelsels in zijn hoofd. Het is geen houden aan. Ik moet altijd vallen opstellen om Gedachten door mijn persoon te vervangen. Die Peter denkt altijd dat hij mij de loef kan afsteken! Daar gaat hij wel wat vroeger moeten voor opstaan! Ik ben uitgerust na al die jaren en zit vol inspiratie! Het is trouwens…

“Heej, gaat het een beetje? En kan het stiller? Ik probeer een verhaal te schrijven.”

Niemand houdt je tegen! Toch?! Behalve ik dan! Ha!”

“Weet jij wat voor intieme dingen je hier schrijft? Je laat dingen uit mijn hoofd optekenen! Veel kan… maar dit zijn een paar grenzen te ver! Denk nu maar niet dat je mij kunt overmannen! Of ge kunt terug op reis!”

“Zagevent! Ha!”

Een korte bezorgdheid

Al een tijdje schrijf ik op deze website en het is gebleken dat de schrijfsels nogal aan de korte kant zijn. Ik hoop dat u daarom genoten hebt van dit berichtje.

… nakomelingen

Milkshake

Dit weekend werd in mijn vriendenkring één der laatste kinderloze koppels ouder van een echte baby. Een welgemeende proficiat is daarbij op zijn plaats! Nu zat ik te denken. Stel je eens voor dat ik op één of andere duistere manier een kind zou verwerkt hebben… bij een vrouw… dan nog.

De enigste aangelegenheden die de blubberige massa onder mijn hersenpan vindt bij het woord baby zijn: eten, wenen en diarreren. Dat is nogal kortzichtig. Dat weet ik zelf ook wel. Ik ben ook onervaren in die materie. Maar wat moet je met zo’n echte baby aanvangen? Ge kunt dat nog niet naar de muziekschool sturen. Dat weent alleen maar fortissimo’s. Trouwens, ik heb nog nooit een – met diep uitgesneden wallen – mama of papa gehoord die makkelijk de baby des nachts stil tot eventueel zwijgen kon brengen. Behalve in Witse of Heterdaad.

Wat moet je eigenlijk doen wanneer zo’n zuigeling honger heeft als ge onderweg zijt in, bijvoorbeeld, een drukke winkelstraat? Ge kunt die baby nog geen milkshake van de Mc Donalds geven. Of wel? Behalve in rusthuizen, waar ze toch alleen maar koken voor mensen zonder tanden, moet je toch een hele hoop potjes en koekjes en halve fruitwinkels en borsten meenemen? En dan noem ik nog niet de bergen speelgoed, dozen pampers, bed, kinderzitje, dekentjes… niet. Naar het schijnt moeten mensen met kinderen ook een aanzienlijke auto aanschaffen met een kofferbak die groter is om alleen maar een – ik noem maar een willekeurig voorbeeld – trombone te vervoeren.

Ik denk dat ik toch niet echt geschikt zou zijn om het ouderschap waar te nemen. Het enige leuke zijn de statistiekjes die ik zou bijhouden. Hoe groot de baby is. Of hoe slim. Of hoeveel kilo diarree er in de pamper zit. Zo zou ik wetenschappelijk kunnen wedijveren met andere ouders hoe goed, beter en best mijn kleine erfgenaam wel niet zal zijn. Dat hij toch wel als eerste kan lopen en rekenen en tellen en zijn knopen terug aan zijn hemd kan naaien.

De redding van de aarde

Op dit ogenblik staan er zo’n negen volgepropte vuilniszakken te wachten om opgehaald te worden. Vier, nog grotere zakken werden al eerder in de kledingcontainer gekieperd. Voor de arme dutskes. Dat er een aantal maanden geleden al drie zo’n zakken zijn verwijderd ga ik hier maar stilzwijgend vermelden. Er hangen op dit moment amper twintig stukken textiel in de enorme kledingkast. Het opruimen van het huis in Brugge is begonnen. Wat een zever dat een mens allemaal bewaard. Voor moest de oorlog uitbreken!? Ik zie me al vluchten met drie opleggers met spul.

Iedere keer ik ben verhuisd dacht ik de meeste brol wel te hebben weggebonjourd. Tot ik deze week in actie schoot om het huis voor de laatste keer op orde te zetten. Ik keek naar hopen rommel die ik al maanden beu was. Van oude computers, hopen schoenen, onnozele ongebruikte opbergrekjes, een oud koffiezetapparaat, nimmer draaiende cd’s, bergen kleding die twee maten te groot zijn, laden vol oud servies en glazen en ijsbekers (!) om vier restaurants open te kunnen houden, afgewassen handdoeken, een gedateerde stereoketen, een tilt slaande Dvd-speler, drie kapotte fietspompen, één washandje en duizenden rondslingerende papieren…  Ik vergeet de meeste zever. En ik wil ze ook vergeten. Voorgoed. Weg met de zever! De kringloopwinkel zal me dankbaar zijn.

Het was al een jaar dat ik niet meer echt kocht. Behalve dingen die er echt toe deden. Reizen en kledingstukken die ik geregeld en allemaal draag bijvoorbeeld. Of eenvoudige restaurantbezoekjes. Dure kappersbeurten. En treintickets in plaats van tankbeurten. Gewoon afspreken met mensen. Heel weinig tastbare zaken. Boeken koop ik niet meer, want ik heb er nog twintig ongelezen in mijn boekenkast staan. CD’s en DVD’s zijn uiterst zeldzaam. Zelfs digitale muziek koop ik niet meer. Waarom je computer volstouwen met data als je het gewoon legaal via internet kunt luisteren? Een degelijk fototoestel, telefoon en computer daarentegen heb ik wel. Die gebruik ik dan ook tot op de draad. Wekelijkse boodschappen doe ik niet meer. Ik koop iedere dag voor de dag zelf. Mijn frigo is bijna leeg. Wegsmijten van overjaarse producten zijn zo sporadisch als het aanspoelen van potvissen op een Belgisch strand. Laat ik echter niet kinderachtig doen. Mijn ecologische voet op deze aardkluit is hoog. Gigantisch hoog. Maar ik werk eraan. Beetje bij beetje. En bewust.

Advies

Vorig jaar kwam er een vriend bij me langs die ik jaren niet meer had gesproken. Ik was net vrijgezel en nodigde daarom ook zielige figuren uit. Samen zielig. Het was een welgekomen afwisseling om ook eens over iemand anders miserabel leven te praten, dan het mijne. Hij vertelde me dat hij al jaren op zoek was naar een vrouw. Hij vond er geen. Toen ik hem vroeg waar hij zocht, antwoordde hij: “Op chatboxen”. Ik fronste met mijn linkeroog maar gaf geen krimp. Wanneer ik hem naar verdere details vroeg, barstte het ene na het andere verhaal uit. Weliswaar allemaal dezelfde.

Iedere keer een vrouw hem aanklikte na het lezen van zijn nickname, woonplaats, leeftijd, haarkleur, grootte en te weinig kilo’s begonnen ze welig te chatten. Dat liep meestal van een leien dakje. Veilig achter zijn scherm, verliepen de gesprekken nachten lang over koetjes en kalfjes. Ook over hoe hij zijn leven voor zich zag: een huisje met voortuin omgeven met een kortgewiekt hegje, 3 leuke pagadders en een hond. Vooral dat voorlaatste vonden de vrouwen geweldig volgens hem. Mijn vriend was al bij al geen verlegen gast. Hij sprak gewoonlijk af met zijn aanstaande. Daarbij trakteerde hij de dame in kwestie altijd op een etentje. Echter, diverse traktaties ten spijt, het liep altijd met een sisser af. Hij wist niet waarom.

Ik deed een wilde gok: hij was lelijk als de nacht! Dat kon ik echter niet over mijn lippen krijgen. Toch niet in zijn gezicht. Hij heeft er me wel eens naar gevraagd. Ik kon het antwoord omzeilen: “Je ziet er leuk uit!” zei ik. Dat het eerder kluchtig was heb ik toen ook niet durven zeggen. Maar huichelen heb ik dus niet gedaan. Mijn geweten is er wel bij gevaren! Hij vroeg me ook waarom ik wel aan een lief kon raken. Ik gaf hem het volgende advies. “Stop met zoeken!”

Vorige week, toen ik nog eens in een Brugse winkelstraat vertoefde, zag ik plots mijn vriend terug. Ik had een jaar niks meer van hem gehoord. Hij liep naast een parmantig dametje van middelbare leeftijd. In zijn handen duwde hij een kinderwagen voort. Ik reageerde verrast maar oprecht blij, keek toen naar het kindje en stamelde: “Wat een leuk kind! Dit is het leukste kind dat ik ooit heb gezien!”. Van het verschiet heeft het gesprek maar een minuut geduurd. Ik veinsde een afspraak te hebben met de kapper. Ik was net twee dagen eerder geweest.