Categorie: Hoofdstuk 1.1 – Afscheid

2009-02-14 - Sem

Afscheid van Sem

Deze ochtend kwam vrij onverwacht het telefoontje dat Sem zeer plotseling is overleden. Toen ik vier jaar geleden afscheid nam van de twee poezebeesten dacht ik nog lang op bezoek te kunnen. Bijna acht jaar is hij geworden, wat voor een kat zeer jong is. Ik herinner me hem als heel lief en soms zo onbeholpen, maar die altijd zijn plekje kon veroveren en zeer aanhankelijk was. Soms was hij niet de grootste durfal, in tegenstelling tot zijn grote neef Casper, maar hij stond zijn mannetje. Heel veel sterkte aan iedereen in het huis daar in Gent. Het zal een beetje stiller geworden zijn nu…

Nawoord

Ik heb een hoop zorgen. Grote, maar ook een hoop kleintjes. Het omgekeerde is even waar. Ik leef onbekommerd en leef intens. Daar kan ik echter hier op deze pagina’s niet te veel over uitweiden. Mensen denken nogal snel en met hun eigen verbeelding. Daardoor lijkt het net of ik het altijd leuk en aardig heb of denken anderen misschien dat ik heel eenzaam ben. Ik schijn veel te hebben. En veel te doen. Mensen houden daar van. Anderen helemaal niet.

Dit is een voorstelling in zwart-wit om makkelijker te doen begrijpen terwijl er zoveel kleuren tussen die uitersten zijn. Of het resultaat van het lezen van mijn schrijfsels nu een soort afgunst is, of mensen net goedgehumeurd worden, het blijft een moeilijke onderneming om over mezelf te schrijven. Is het imagobuilding? Wil ik waarheidsgetrouw zijn? Geef ik enkel de leuke uitjes? Is het een schreeuw om aandacht? Ik hoop in ieder geval niet. Mijn intentie is om een verhaal te uiten, al dan niet met een boodschap of een zoektocht naar inzichten of gevoelens. Is verdriet niet even mooi en intens als geluk? Vooral dan achteraf gezien.

Ik denk, en dat uit ondervinding door commentaren te lezen en met mensen te spreken, dat velen veronderstellen dat wat ik hier schrijf, de enige echte waarheid is. Ongeacht wat de definitie van waarheid is, is de vraag of ikzelf wel de waarheid over mezelf ken? Misschien is realistisch een beter woord. Maar voor een realistische weergave van mijn doen en laten zou ik veel meer moeten schrijven. Uren aan een stuk. Dan maak ik niets meer mee en moet ik hier echt alles gaan verzinnen. Dat blijkt een kringverwijzing en dus onmogelijke opgave. Wat heb ik aan theorie als ik niet kan falen in het echte leven? Ik heb schrijven nodig om intens na te kunnen denken.

Ik schrijf hier onder mijn eigen naam en over onderwerpen die schijnbaar echt zijn. Soms. Heel af en toe lijken ze te kloppen. Nog sporadischer kloppen ze ook. Dat moet ik toegeven. Vooral mensen die mij kennen in het echte leven zijn soms het noorden kwijt. Soms zijn ze bezorgd, terwijl ze net niet bezorgd zijn op momenten dat het er wel zou toe doen. Voor degene die eventueel denken dat mijn stukjes authentiek zijn, U hebt het mis. Daar kunt u zelf niet veel aan doen. Het komt door de stijl. Maar ga er vanuit, na dit te hebben gelezen, dat mijn geschreven verhalen pure verzinsels zijn. Ook al lijken ze echt. Laat ik nu maar terug van U naar je gaan. Dat klinkt een stuk sympathieker.

Stilte

De tijd is nu. Ergens in het oog van een orkaan. Oorverdovende stilte. Een paar dagen geleden was er nog hevige storm. Binnen enkele weken begint de wind opnieuw aanwakkeren. Maar nu even niet. Nog niet. Een hoofdstuk wordt omgedraaid. Ik had nog zoveel dingen te doen. Ook al wist ik het al lang – sinds de val van het imperium anderhalf jaar geleden – het kwam plots.

Tientallen mensen bezochten het nest. Dagelijks werd er gestofzuigd, afwas vakkundig verborgen onder het aanrecht, ruiten werden plots gekuist, de douche grondig ontkalkt, zelfs de dakgoot kreeg een kleur. In die zweem van netheid probeerde ik te leven. Normale mensen worden rustig in een grondig gepoetst huis. Ik werd lastiger, verkeerde in slapeloos piekeren en was overdag uitgeput en lusteloos. Er was maar één ding in mijn hoofd. Het nest moest een andere bewoner krijgen. En snel! Ik hield niet van al die indringers. Het is mijn thuis!

“Wat is de reden dat u het huis verkoopt?”

Het standaardantwoord luidde “We verhuizen naar Brussel. Voor het werk… We zouden het huis heel graag meenemen!” grapten we er altijd bij. Dat laatste was niet eens gelogen. Ik woon hier graag. Het staat alleen verkeerd.

De twee, al lang van elkaar losgerukt, werkten heel even terug samen. Als een team. En we deden het! In minder dan twee weken! Handtekeningen werden gezet. Klaar.

En zo is het enige nog tastbare verkocht. Alleen herinneringen blijven over. En vriendschap. Een leven wordt afgesloten. Ook al zijn we anderhalf jaar geleden uit elkaar gegaan.

Veel tijd om stil te staan is er niet. Een volgend hoofdstuk dient zich aan. Ik kan niet geheel zeggen dat het vanaf nu anders gaat zijn. De verandering is al langer ingezet. Mensen ontmoeten. Er leren zijn voor mensen. Met vallen en opstaan. Ook al deel ik dit ding hier op in hoofdstukken, zo werkt het niet. Alle leven gaat door. Rondom mij. Met mij. Alles en iedereen leeft. De ene wat meer dan de ander. Ik hoop dat ik bij die ene mag horen. Tot aan de andere kant van deze bladzijde!

Blaas!

Een aantal jaar geleden ontmoette ik een man in mijn muziekles. Hij had een gezegende leeftijd en speelde al jaren trombone. Hij wou nog lessen volgen. Hij speelde zo graag. Alleen had hij zo ongelofelijk veel moeite om te spelen. Het instrument vraagt immers veel lucht. Zijn ademhaling kon het niet meer aan. Telkens weer probeerde hij een maat vol te spelen. Hij wou zo graag musiceren. Het instrument vroeg zo veel macht. Te veel macht. Ik had medelijden. Ik gunde het hem zo. Het was zijn passie. Hij kon echt niet meer. Op een dag heb ik hem nooit meer terug gezien. Ik weet niet of hij het ooit heeft kunnen verwerken…

Toen ik in het derde middelbaar zat, kwam er plots in het midden van het schooljaar een nieuwe klasgenoot binnen gewandeld. Dat klikte toen ongelofelijk hard. Ik had plots en onverwacht een beste vriend. Anderhalf jaar later verhuisde hij, heel snel en onvoorzien. Van de ene op de andere dag naar ergens ver weg. Internet en gsm hadden we nog niet. Een wervelende tijd werd abrupt afgebroken. Het was intens geweest. Ik had een soulmate. Iemand waar ik zo graag mee optrok, mee kon babbelen. Het wervelde zo. Ik was hem kwijt. Het heeft me heel veel tijd gekost om het te verwerken…

Moeten we van iets of iemand wat we graag doen of hebben, zoveel mogelijk profiteren? Zolang het kan! Of moeten we het stilletjes koesteren, met mondjesmaat van genieten? Je hebt mensen die een espresso in één teug leeg drinken. Anderen nippen en genieten van iedere slok. Soms ben ik bang om, als ik iets fijn heb of meemaak, dat te verliezen. Dan durf ik niet zoveel mogelijk te beleven. Omdat ik bang ben dat de klap hard aan zal komen als het er op een dag niet meer is. Bevreesd zijn om iets of iemand te graag te zien. Anders, als ik bewust en heel intens van iets geniet, dan heb  ik zo’n zalig  en voldaan gevoel. Dan vraag ik me af waarom ik me soms inhoud, te beheerst ben…

Het Pad

De leegte

Nadat ik was afgestudeerd, had ik vooral behoefte aan avontuur. Ik herinner me dat leuke gevoel nog levendig. Ik was plannen aan het smeden en wilde verder de wijde wereld intrekken. Veertien dagen later begon ik met werken. Dat ging gewoon zo. Alle dromen die ik had van toen ik puber was, lagen aan diggelen. Het avontuur werd opgeborgen, plannen werden dicht gevouwen, de wereld werd van onder mijn voeten weg getrokken.

Spijt had ik niet – ik doe mijn werk heel graag – en stortte me als een bezetene op mijn bouwwerven. Ik vergat gewoonweg het avontuur. Ik had het ook helemaal voor elkaar. Buiten het kleine detail dat ik homo ben, voldeed ik perfect aan de verwachtingen. Ik had een vaste relatie, ging samenwonen, had vast werk, onderhield een tuin en verwaarloosde de huisdieren. Het was als een gezin, maar dan zonder kinderen. Ik deed zoals iedereen. Daar was niks mis mee.

Er sluimerde echter iets. In fel contrast met al mijn verworven bezittingen die ik had, was ik constant zoekende, een decennium lang. Ik had alles wat alle mensen hadden… en nog was het schijnbaar niet genoeg. Ik voelde een leegte. Een constante dorst die niet te lessen viel. Eerst kon mijn werk dat invullen. Ik deed meer dan wat er van mij verwacht werd en putte daaruit heel veel voldoening. Het bleek achteraf een surrogaat te zijn. Op een gegeven moment was ik opgebrand. De leegte bodemlozer dan ooit tevoren.

De tweesprong

Jarenlang leefde ik met grote dromen. Ik droomde dat ik leefde. Alles waarin ik geloofde was vervaagd tot grootse idealen, die ik niet meer krijgen kon. De vrienden van vroeger, waar ik nog mee had gespeeld, hadden allen hetzelfde leven. Het is daarom moeilijk te ontkennen dat iedereen het niet heeft gemaakt.

Nu ben ik weer ontwaakt. Die vertrouwde samenleving waar ik deel van uitmaak is futloos en zonder enige kracht. Ik loop mij af te vragen wat ik hier nog kan bereiken. Gevoelens zijn de kop ingedrukt. Sterk zijn is het levensdoel. Mijn puberdromen van weleer passen niet in deze gemeenschap. Soms mis ik mijn oude kamertje. Daar zat ik alleen met mijn muziek. Af en toe lichtte ik een oor van mijn koptelefoon omdat ik iets dacht te horen. Gestommel op de trap, een kraak in de houten vloer. Meestal was er niks. Alleen muziek. En in mijn hoofd, adembenemende beelden en gedachten over het leven.

Wat wilde ik later in mijn leven? Die vraag hield me heel erg bezig. Het praktische antwoord kwam niet. In plaats daarvan ontwikkelde ik een levensfilosofie. Ik vond het veel belangrijker dan antwoorden verzinnen hoe ik mijn leven, die op de vooravond stond van ontwaken, moest gaan inrichten. Eenvoud was de rode draad doorheen mijn gedachten. Ontmoeten van mensen. Luisteren naar verhalen. Lezen van  gesprekken. Toen ik eenmaal op pad ging in de echte wijde wereld, leerde ik gretig. Ik liet de ervaringen op mij afkomen. Deed mee aan andermans leven. Te weinig heb ik zelf het lot in eigen handen genomen. Besef ik nu. Want op de dag dat ik volleerd achtte te zijn, ik een eerste keuze moest maken en de tweesprong op mijn pad tegenkwam, koos ik voor de gemakkelijke weg. De weg die ik gaandeweg vervloekt heb. Het avontuur van de eenvoud ebde weg. Grootse plannen werden gemeed en dood geboren. Ik stelde me alles rooskleuriger voor dan het ooit kon worden.

Tot ik begon te beseffen hoe dwaas ik was geweest en hoe ik als puber het bij het rechte eind had. Hoe kon ik zo mijn eigen Gedachten en Geweten verloochenen? Wat mij nog restte was het zoeken naar het pad die ik ooit betreden had. Tot aan de tweesprong. Om dan de andere weg te nemen. De weg van de eenvoud. Het avontuur.

“Ik denk dat je die juist genomen hebt. Ha!”

Ondertussen in het echte leven

Ik ben iemand die niet snel vergeet. Mijn systeem heeft er een handje van weg om alle negatieve gebeurtenissen op te slaan en nooit meer te wissen. Het heeft me een pak verloren tijd gekost om bepaalde verbitterde en cynische gevoelens die ik had bij het kijken naar mijn verleden, een plaats te geven. Het besef dat ik verkeerd bezig was, sluimerde al een tijd in mijn Gedachten. Het verwerken ging pas in werking treden op het moment dat het imperium in duigen gevallen was en mijn Geweten zich begon te manifesteren. Omdat ik er plots en eindelijk alleen voor stond. In contrast stond mijn overvolle sociale agenda. Dat hielp me op de been. Een welgekomen afwisseling tussen het verwerken dat tussendoor verliep. In stilte. Met mezelf. Ik ging in mijn eentje op zoek naar het pad van weleer.

Echter, gaandeweg ontdekte ik, dat ik helemaal niet alleen was! We waren al een tijdje samen toen ik het begon in te zien. Waarom het zo klikt tussen ons, waarom ik naar hem opkijk. Niet dat ik een kopie van Wim kan of wil zijn. Door zijn zijn herinnerde ik me terug mijn zijn van weleer. Hij maakte me, zonder het zelf te weten, bewust van wat ik in al die jaren kwijt was gespeeld. De ingewikkelde zoektocht naar hoe ik terug moest veranderen naar vroeger, evolueerde in het eenvoudigweg doen van eenvoudige dingen. Eenvoudiger dan dit kan ik het niet uitleggen! Ik deed kleine dingetjes, heel veel kleine dingetjes. Ik begon te luisteren en te voelen… Ik ontmoette afgelopen jaar heel veel verschillende mensen met onwijs uiteenlopende verhalen. Iedereen heeft zijn individuele queeste, elk langs eigen paden. Sommige paden doorkruisen die van anderen, of lopen parallel. Ik haalde zoveel inspiratie uit al die verhalen. Misschien is dat wel nog belangrijker in mijn leven. Ontmoeten. Je kunt dat niet eens bezitten. Alleen beleven.

De vergissing

Het constante verlangen om terug te keren naar het pad van toen ik puber was is hoogstwaarschijnlijk de oorzaak zelf dat ik het niet terug vond. Hoe kon ik jaren later, met een bagage vol ervaringen, terug in de jongere versie van mezelf kruipen? De tweesprong werd een symbool in mijn Gedachten. Daar moest ik kost wat kost terug naartoe. Een cruciale redeneringsfout bleek achteraf. Mijn Systeem fnuikte zichzelf. Leg daar nog eens de torenhoge levensverwachtingen van een jonge twintiger bij en de val ging niet meer open.

Ik ben niet op hetzelfde punt terug gekeerd. Onmogelijk. De eenvoudige Gedachten van toen zijn nu veel rijker geworden met alle gebeurtenissen die ondertussen in mijn leven hebben plaatsgevonden. Niet alles was negatief. Ik heb vooral ook leuke dingen meegemaakt! Laat dat duidelijk zijn in deze afrekening met het verleden. Ik had ook de negatieve aspecten van bepaalde keuzes nodig om tot hetgene te komen wat ik nu terug herontdekt heb. Evolueren kon door ook fouten te maken.

Wat ik tot slot nog wil benadrukken, is de schaduwkant tijdens mijn zoektocht. Of hoe ik tijdens het zoeken sloeg naar alles wat er voor had gezorgd dat ik niet de andere keuze had gemaakt. Als tegenstelling wierp ik vaak het gezin met bijpassend huisje, boompje en baby’tje in mijn gevecht. Die praktische uitingen van de maatschappij waren een voor de hand liggende schietschijf. Met z’n allen tegen één. Wat voelde ik me vaak zielig en onbegrepen. Ze oordeelden over mij… ik maakte dezelfde fout door terug te oordelen. Ik vuurde op iedereen. Behalve op mezelf.

Wat mijn grootste vergissing in mijn zoektocht was, is dat ik de verkeerde keuze had gemaakt, niet de maatschappij waar ik me minder in thuis voel. Wat ik komende tijd wil leren is dat ik mijn leven ga leiden en het niet met dat van een ander ga vergelijken. Moeilijk. Want meten we ons niet altijd met anderen? Waar we staan en vooral waar we beter in zijn?

Het verlangen

Iedere dag leer ik om het onbekende, oneindige pad die ik neem, niet angstig te betreden, maar juist inspiratievol tegemoet te gaan. De combinatie van eenvoud en avontuur kan wel eens een fantastische toekomst herbergen.

De reis terug

In mijn hoofd

“Ik vind dat je overdrijft! Trouwens, je zit al maanden tweehonderd per uur ter rijden in tweede versnelling! Ha!”

“Wat?”

“Dat je alles opblaast! Ha!”

“Wie denk je wel dat je bent? Je hoeft je niet te moeien. Ik weet zelf ook wel dat ik in overdrive zit. Dat ebt wel weg.“

“Daarom ben ik terug gekomen! Denk je dat je het alleen kan? Ha! Je hebt me nodig! Je wilt het alleen niet toegeven!”

“Pfff, het leven was een stuk minder saai toen je weg was. Ik heb je geen seconde gemist. Voor mijn part kun je terug vertrekken. Een reis rond de wereld!”

“Wat denk je nu? Dat ik die wereld niet gezien heb? Zo groot is je hoofd ook weer niet! Ik zat de laatste maanden trouwens in mijn vakantiehuis aan jouw ‘Meer der Vergetelheid’, omdat ik die stomme wereld van je beu gezien was! Ha!”

“Maar er is veel veranderd hoor in de tijd dat je weg was!”

“Laat me niet lachen! Veranderd? Niks veranderd. Hoe kun je nu veranderen? Leren en evolueren! Dat ja! Veranderen? Vergeet het! Je bent geen haar veranderd! Behalve het kleur! Dat is grijzer! Ha!”

 “Wat moet ik dan doen?”

“Niet nadenken, dat heb je toch al eens gezegd! Je hebt je weer laten kisten! Ha! Je bent meer bezig met het systeem zelf dan dat je het systeem zelf gebruikt!”

“Maar ik ben zo. En ik kan niet veranderen zei je. Ik bouwde vroeger met Lego, ik speelde er niet mee.”

“Verander jezelf dan niet! Je kunt je niet anders maken dan je bent! Pas je gewoon aan!”

“Jij hebt makkelijk praten. Jij weet het altijd beter.”

“Neen, jij weet het altijd beter! Ik weet het gewoon! Ha!”

Ik heb het geweten

Het is me nooit gelukt om mij los te koppelen van zijn gedachten. Ik heb er lang over nagedacht toen ik aan zijn ‘Meer der Vergetelheid’ zat. Op dat moment was ik door hem botweg aan de kant gezet. Ik geloof dat hij dat meer dan een decennium heeft vol gehouden! Weet je hoe lang dat wachten is!? Ha! Ik was op zoek naar hoe ik terug kon komen, om daarna meer onafhankelijkheid op te eisen! Hij had er immers een zootje van gemaakt! Zelf was hij er van overtuigd dat hij het bij het rechte eind had. Boos was ik! Ha! Ik smeedde wilde plannen om zijn gedachten te overmeesteren. Het lukte me niet. Tot ik tot de conclusie kwam dat tijd het enige antwoord was voor onze gezamenlijke terugkeer. Hij moest leren van zijn fouten. Alleen door eigen ervaring zou hij erachter komen waar hij de mist in was gegaan. Toen zijn gedachten na jaren ploeteren vrij begonnen komen, pakte ik mijn koffers en verliet mijn vakantiehuis. Mijn reis duurde meer dan een jaar. Die tijd had Peter nodig om het pad te zoeken waar hij een decennia geleden ook al eens was gepasseerd. Hij vond het, en staat op dit ogenblik op de tweesprong die hij toen ook aantrof…  Ik heb altijd geweten dat hij terug zou keren naar deze keuze! Ik weet dat hij voor het andere pad gaat kiezen. Ha! Ik heb het geweten! Ik ben het Geweten! Ik ken hem! Ik weet hem! Ik ben hem! Ha!

In zijn hoofd

Geen mens kan in het eigen hoofd kijken en het is misschien daarom het ideale moment dat ik dat eens omschrijf. Je leest ten slotte niet altijd de woorden van een Geweten. Ik weet niet of de inhoud van Peters hoofd hetzelfde is als bij andere mensen. Het zou me niet verbazen dat het totaal anders zou zijn. Hem kennende, wil hij altijd omgekeerd zijn. Ha!

Aangezien Peter nooit de hersenen heeft gestudeerd – hij deed Bouw op school – kan ik die ook niet benoemen. Ook al weet ik heel veel en heb ik het altijd bij het juiste eind, toch slorp ik alleen de kennis en ervaringen op die hij meemaakt. Er zijn dus maar een paar plaatsen die ik je kan meegeven tussen alle kwabben door. De hersenen zijn voor Peter een soort grote inktvisachtige massa. Hier en daar zijn er kamers of landschappen zoals het ‘Meer der Vergetelheid’ of zijn befaamde Bibliotheek. Hij heeft in ieder geval grootheidswaanzin, want al die toestanden kunnen natuurlijk niet in dat kleine hoofd van hem. Ha!

 Peter is er van overtuigd dat er geen systeem van een engeltje/duiveltje is. Er zijn slechts 2 figuren. Hijzelf en Mezelf. De Gedachten en het Geweten. Vaak word ik omschreven als het goede. Maar soms zorg ik ervoor dat hij net over de schreef wordt getrokken om eens buiten de lijntjes te kleuren. Ik moet daarbij soms sleuren en trekken. Die dekselse Gedachten krijgen zoveel bandbreedte dat ik het moeilijk heb om er tussen te komen. De miljarden Gedachten stromen constant door al die stelsels in zijn hoofd. Het is geen houden aan. Ik moet altijd vallen opstellen om Gedachten door mijn persoon te vervangen. Die Peter denkt altijd dat hij mij de loef kan afsteken! Daar gaat hij wel wat vroeger moeten voor opstaan! Ik ben uitgerust na al die jaren en zit vol inspiratie! Het is trouwens…

“Heej, gaat het een beetje? En kan het stiller? Ik probeer een verhaal te schrijven.”

Niemand houdt je tegen! Toch?! Behalve ik dan! Ha!”

“Weet jij wat voor intieme dingen je hier schrijft? Je laat dingen uit mijn hoofd optekenen! Veel kan… maar dit zijn een paar grenzen te ver! Denk nu maar niet dat je mij kunt overmannen! Of ge kunt terug op reis!”

“Zagevent! Ha!”

Een korte bezorgdheid

Al een tijdje schrijf ik op deze website en het is gebleken dat de schrijfsels nogal aan de korte kant zijn. Ik hoop dat u daarom genoten hebt van dit berichtje.

… nakomelingen

Milkshake

Dit weekend werd in mijn vriendenkring één der laatste kinderloze koppels ouder van een echte baby. Een welgemeende proficiat is daarbij op zijn plaats! Nu zat ik te denken. Stel je eens voor dat ik op één of andere duistere manier een kind zou verwerkt hebben… bij een vrouw… dan nog.

De enigste aangelegenheden die de blubberige massa onder mijn hersenpan vindt bij het woord baby zijn: eten, wenen en diarreren. Dat is nogal kortzichtig. Dat weet ik zelf ook wel. Ik ben ook onervaren in die materie. Maar wat moet je met zo’n echte baby aanvangen? Ge kunt dat nog niet naar de muziekschool sturen. Dat weent alleen maar fortissimo’s. Trouwens, ik heb nog nooit een – met diep uitgesneden wallen – mama of papa gehoord die makkelijk de baby des nachts stil tot eventueel zwijgen kon brengen. Behalve in Witse of Heterdaad.

Wat moet je eigenlijk doen wanneer zo’n zuigeling honger heeft als ge onderweg zijt in, bijvoorbeeld, een drukke winkelstraat? Ge kunt die baby nog geen milkshake van de Mc Donalds geven. Of wel? Behalve in rusthuizen, waar ze toch alleen maar koken voor mensen zonder tanden, moet je toch een hele hoop potjes en koekjes en halve fruitwinkels en borsten meenemen? En dan noem ik nog niet de bergen speelgoed, dozen pampers, bed, kinderzitje, dekentjes… niet. Naar het schijnt moeten mensen met kinderen ook een aanzienlijke auto aanschaffen met een kofferbak die groter is om alleen maar een – ik noem maar een willekeurig voorbeeld – trombone te vervoeren.

Ik denk dat ik toch niet echt geschikt zou zijn om het ouderschap waar te nemen. Het enige leuke zijn de statistiekjes die ik zou bijhouden. Hoe groot de baby is. Of hoe slim. Of hoeveel kilo diarree er in de pamper zit. Zo zou ik wetenschappelijk kunnen wedijveren met andere ouders hoe goed, beter en best mijn kleine erfgenaam wel niet zal zijn. Dat hij toch wel als eerste kan lopen en rekenen en tellen en zijn knopen terug aan zijn hemd kan naaien.

De redding van de aarde

Op dit ogenblik staan er zo’n negen volgepropte vuilniszakken te wachten om opgehaald te worden. Vier, nog grotere zakken werden al eerder in de kledingcontainer gekieperd. Voor de arme dutskes. Dat er een aantal maanden geleden al drie zo’n zakken zijn verwijderd ga ik hier maar stilzwijgend vermelden. Er hangen op dit moment amper twintig stukken textiel in de enorme kledingkast. Het opruimen van het huis in Brugge is begonnen. Wat een zever dat een mens allemaal bewaard. Voor moest de oorlog uitbreken!? Ik zie me al vluchten met drie opleggers met spul.

Iedere keer ik ben verhuisd dacht ik de meeste brol wel te hebben weggebonjourd. Tot ik deze week in actie schoot om het huis voor de laatste keer op orde te zetten. Ik keek naar hopen rommel die ik al maanden beu was. Van oude computers, hopen schoenen, onnozele ongebruikte opbergrekjes, een oud koffiezetapparaat, nimmer draaiende cd’s, bergen kleding die twee maten te groot zijn, laden vol oud servies en glazen en ijsbekers (!) om vier restaurants open te kunnen houden, afgewassen handdoeken, een gedateerde stereoketen, een tilt slaande Dvd-speler, drie kapotte fietspompen, één washandje en duizenden rondslingerende papieren…  Ik vergeet de meeste zever. En ik wil ze ook vergeten. Voorgoed. Weg met de zever! De kringloopwinkel zal me dankbaar zijn.

Het was al een jaar dat ik niet meer echt kocht. Behalve dingen die er echt toe deden. Reizen en kledingstukken die ik geregeld en allemaal draag bijvoorbeeld. Of eenvoudige restaurantbezoekjes. Dure kappersbeurten. En treintickets in plaats van tankbeurten. Gewoon afspreken met mensen. Heel weinig tastbare zaken. Boeken koop ik niet meer, want ik heb er nog twintig ongelezen in mijn boekenkast staan. CD’s en DVD’s zijn uiterst zeldzaam. Zelfs digitale muziek koop ik niet meer. Waarom je computer volstouwen met data als je het gewoon legaal via internet kunt luisteren? Een degelijk fototoestel, telefoon en computer daarentegen heb ik wel. Die gebruik ik dan ook tot op de draad. Wekelijkse boodschappen doe ik niet meer. Ik koop iedere dag voor de dag zelf. Mijn frigo is bijna leeg. Wegsmijten van overjaarse producten zijn zo sporadisch als het aanspoelen van potvissen op een Belgisch strand. Laat ik echter niet kinderachtig doen. Mijn ecologische voet op deze aardkluit is hoog. Gigantisch hoog. Maar ik werk eraan. Beetje bij beetje. En bewust.

Advies

Vorig jaar kwam er een vriend bij me langs die ik jaren niet meer had gesproken. Ik was net vrijgezel en nodigde daarom ook zielige figuren uit. Samen zielig. Het was een welgekomen afwisseling om ook eens over iemand anders miserabel leven te praten, dan het mijne. Hij vertelde me dat hij al jaren op zoek was naar een vrouw. Hij vond er geen. Toen ik hem vroeg waar hij zocht, antwoordde hij: “Op chatboxen”. Ik fronste met mijn linkeroog maar gaf geen krimp. Wanneer ik hem naar verdere details vroeg, barstte het ene na het andere verhaal uit. Weliswaar allemaal dezelfde.

Iedere keer een vrouw hem aanklikte na het lezen van zijn nickname, woonplaats, leeftijd, haarkleur, grootte en te weinig kilo’s begonnen ze welig te chatten. Dat liep meestal van een leien dakje. Veilig achter zijn scherm, verliepen de gesprekken nachten lang over koetjes en kalfjes. Ook over hoe hij zijn leven voor zich zag: een huisje met voortuin omgeven met een kortgewiekt hegje, 3 leuke pagadders en een hond. Vooral dat voorlaatste vonden de vrouwen geweldig volgens hem. Mijn vriend was al bij al geen verlegen gast. Hij sprak gewoonlijk af met zijn aanstaande. Daarbij trakteerde hij de dame in kwestie altijd op een etentje. Echter, diverse traktaties ten spijt, het liep altijd met een sisser af. Hij wist niet waarom.

Ik deed een wilde gok: hij was lelijk als de nacht! Dat kon ik echter niet over mijn lippen krijgen. Toch niet in zijn gezicht. Hij heeft er me wel eens naar gevraagd. Ik kon het antwoord omzeilen: “Je ziet er leuk uit!” zei ik. Dat het eerder kluchtig was heb ik toen ook niet durven zeggen. Maar huichelen heb ik dus niet gedaan. Mijn geweten is er wel bij gevaren! Hij vroeg me ook waarom ik wel aan een lief kon raken. Ik gaf hem het volgende advies. “Stop met zoeken!”

Vorige week, toen ik nog eens in een Brugse winkelstraat vertoefde, zag ik plots mijn vriend terug. Ik had een jaar niks meer van hem gehoord. Hij liep naast een parmantig dametje van middelbare leeftijd. In zijn handen duwde hij een kinderwagen voort. Ik reageerde verrast maar oprecht blij, keek toen naar het kindje en stamelde: “Wat een leuk kind! Dit is het leukste kind dat ik ooit heb gezien!”. Van het verschiet heeft het gesprek maar een minuut geduurd. Ik veinsde een afspraak te hebben met de kapper. Ik was net twee dagen eerder geweest.

Van seks tot…

Vogelen

Op zondag bootsen wij vaak diverse gezinnen na. Dan nemen we de auto en rijden we naar keurig aangelegde parkings in het bos of midden op het platteland. Meestal van die verlaten stukken waar niemand komt.

Vorige zondag was anders. We waren niet alleen…

Het krioelde van de mensen! Van heinde en verre waren ze afgezakt. Velen waren gecamoufleerd in legerkleuren, zodat ze onopgemerkt konden observeren. Dat deden ze vanaf de wegberm met verrekijkers. De meesten hadden ook fototoestellen mee, uitgerust met een enorme telelenzen. Zo konden ze de momenten wanneer het spannend werd, voor de eeuwigheid vastleggen. Wat ze aan het observeren waren, was echter niet in de buurt… Die zaten met z’n allen een paar honderd meter verder…

Duizenden vogels zaten zich steendood te vervelen in kreken en weilanden. Om het te kunnen voorstellen: neem tientallen voetbalvelden met diverse waterpartijen, leg die naast elkaar en omring ze met grachtjes. Rond dat geheel aan weilanden leg je dan een geasfalteerd landbouwwegje, geheel afgewerkt met een bewegwijzerde wandeling. En daar liepen wij. Tussen de auto’s… die in ieder vrij gat of opening geparkeerd stonden. Volk dat daar aanwezig was. Vergelijk het met een voetbalmatch, maar dan nog saaier. Er gebeurde helemaal niks. Het enthousiasme dat van de toeschouwers afdroop was zo minuscuul, dat het zelfs met hun eigen telelenzen niet te zien was.

Toch was er een snuggere mens onder de supporters. Die had waarschijnlijk naar een plaatselijk vliegveld gebeld. Plots en uit het niets kwam er een helikopter aangewaaid. Wat er toen gebeurde was eigenlijk wel onbeschrijfelijk mooi! Alle vogels vlogen op. Een kind aan een schietkraam had minder kans om de staafjes te raken dan wij daar vogels uit de lucht konden plukken. Een paar minuten lang vloog alles wat poten en oren en vleugels had. Naar alle waarschijnlijkheid hebben er toen ettelijke orgasmes plaats gevonden bij de vogelbewonderaars. Wij hebben dat echter niet gecontroleerd.

De meeste kijkers waren trouwens mannen. Als er al een vrouw aanwezig was, zat die meestal op Man Bijt Hondse wijze in de auto kruiswoordpuzzels op te lossen. Kinderen waren er al helemaal niet. Behalve dat ene exemplaar die met een hels kabaal makende brommer door het gebied aan het zoeven was. Dat was vermoedelijk een boerenzoon die van zijn vader er op uit gestuurd werd om de menigte te ambeteren. “We gaan wij wel werken, terwijl die groene hier maar naar de vogeltjes komen kijken” moet die gedacht hebben. Geen vogel die er trouwens van opkeek. Ze waren al te veel geconditioneerd van zijn sabotageacties.

En wij? Wij waren daar toevallig. Om te genieten van het landschap. En een winterse zonsondergang. Waar ik foto’s van heb genomen. Zonder vogels… want mijn lens was niet spectaculair genoeg…

Rode wijn

Meester wijnproever. Zo mag mijn lief officieel genoemd worden! Als dat niet cool is. Zelf drink ik alleen maar wijn. In het bijzonder witte wijn. Omdat ik de rode versies niet zo lekker vind. Daarom heb ik als goede voornemen van dit jaar met mezelf afgesproken om rode wijn te leren drinken! Met mijn lief die daar bekwaam in is bevonden moet dat geen probleem zijn. Hij leert het me bij iedere gelegenheid.

Om de avond vanaf het begin al niet te verpesten, kiest mijn lief de wijn. Nadat hij geproefd heeft en zijn goedkeuring geuit aan de ober van dienst, mag ik aan de slag. Eerst moet ik een mini-wervelwind in mijn glas draaien en proberen niks overboord te gooien. Waarom ik dat moet doen vergeet ik steeds te vragen. Daarna moet ik mijn lieftallig reukorgaan in het glas steken en raden wat ik aan het ruiken ben. Ik vind dat persoonlijk moeilijk. Ze ruiken ook bijna altijd hetzelfde. Maar de meest voorkomende geur moet wel dat van poppers zijn. Echt waar! Geil word ik echter niet van de wijn.  Stel je eens voor op familiefeesten. Het zou vonken geven met al die nonkels en tantes. Maar ik dwaal af. Poppers dus. Voor de niet-kenners onder mijn lezertjes: het is een vloeistof die in een soort van neusdruppelflesje zit, weliswaar zonder sprayknop of laboratoriumbuisje die je in je neus moet steken. Drinken doe je er ook niet van. Alhoewel ik niet weet of het effect zou geven. Misschien een betere stoelgang, plotsklaps. Je moet er eigenlijk gewoon aan ruiken. Het ruikt naar rode wijn.

Daarna mag ik van de wijn proeven. Ik neem dan een behoorlijke slok van een kubieke millimeter. Een hele opgave! Want in de meeste gevallen draaien dan mijn ogen twee achterwaartse salto’s en dat zes keer na elkaar. Ik denk dat azijn, gemengd met eau de javel nog beter smaakt. Of witte wijn natuurlijk! Er gaan nog veel rode druiven vruchteloos sneuvelen…

Bejaarden

Ik moet iets kwijt. Dat doe ik wel meer hier op dit stukje internet. Maar dit moet er uit. Om een soort verwerkingsproces op gang te laten komen…

Gisteren stond ik aan de kassa van mijn plaatselijk Delhaize te wachten om mijn aan te kopen goederen aan te kopen. Komt er plots een dame van hoge leeftijd achter me staan. Ik schat dat ze al enkele decennia geleden met pensioen is gegaan. Alleen besefte ze het zelf niet. Ze was gekleed in tienermoeder, geheel met minirok en schmink tot achter haar oren. Haar haren waren hoogblond, haar huid Benidormbruin geverfd. Rode lippenstift, geheel  compatibel met de rode hoge hakken en een rode glanzende milletjas(!). Bijpassend had ze een sjakos met luipaardmotief onder de oksels. De droom van elke heterovent!

Als dat nog niet erg genoeg was voor mijn ogen, kwam plots vanuit de shampoo- en douchegelafdeling, een iets jongere, tegen het pensioen aanzittende versie van de dame in kwestie te voorschijn. Ze leken sprekend op elkaar. Op alle gebied! Behalve de muts met luipaardmotief. Moeder en dochter redeneerde ik een paar seconden later. En ze bevestigden mijn gedachte toen ze met elkaar aan de praat gingen.

Toen gebeurde er iets waar zelfs de heteromannen van hun melk zouden zijn. De dochter ving mijn toevallige oogcontact op en keek me recht in de ogen terug… met haar meest verleidelijke blik… Ik kon geen kant op. Ik voelde me betrapt. Zij helemaal niet. Ze maakte het af met een wenkbrauwfrons die duidelijk liet verstaan dat ze het nogal aangenaam vond. Ik draaide me direct om, zocht eerst als een bezetene naar niks in mijn portefeuille, typte daarna een leeg sms’je naar niemand, stak alles snel in mijn boodschappentas, betaalde en nam de kortste vluchtroute naar mijn fiets.

Morgen ga ik naar de Delhaize aan de andere kant van de stad.

Taboe

“Steek maar een bord in je broek”, zei ik tegen hem, nadat hij smalend reageerde op het feit dat we die dag samen op pad moesten gaan. Niet dat ik veel commentaar krijg. Waarschijnlijk omdat ik assertief genoeg ben om eerder een aanval in te zetten dan mij achteraf te moeten verdedigen. Ik heb het over mijn geaardheid. En laat ik vooral van een mug geen olifant maken. Ik heb quasi nooit negatieve ervaringen. Behalve een verwaaide keer. Dan valt het me op dat de meeste heteromannen zich totaal geen houding weten aan te nemen als het over seks tussen jongens gaat. Ze reageren dan precies of iedere homo hen gaat bespringen. Waarom ze zo’n groot gedacht over zichzelf hebben is mij een raadsel. Precies of iedere vrouw die naar hen kijkt direct in zwijm valt en zich laat gaan tot alle lusten die de mannen willen botvieren. In hun wildste dromen!

Als wij, homo’s, met elkaar over seks praten, fantaseren wij toch ook niet om met de ander van alles te foefelen?

Echt niet!

Het oordeel

Tussen de leegte en de liefde

Stel je eens voor dat ik een weekje mijn liefde kan uitschakelen. Voor de lezers die na dit stukje willen experimenteren raad ik aan om die domme dingen te doen wanneer je geliefde even een weekje met de vrienden op vakantie is of als je zeker bent dat je goed toneel kunt spelen. Een experiment dus, die er voor kan zorgen dat ik, los van de liefdessentimenten die mijn verstand bewieroken, alleen met mijn eigen gevoelens hoef rekening te houden. Mijn geweten mort bij deze gedachte. Egoïstischer dan dit kan ik het in ieder geval niet laten klinken. Er is echter een reden waarom ik mijn liefde uitschakel in dit theoretisch model. Misschien dat ik mezelf die reden opleg. Ze vloeit wel voort uit reacties van mensen.

“Brussel?” herhaalt men meestal mijn mededeling en dat met een iet wat geschrokken stem en bijpassend wenkbrauwgefrons. Dan komt veelal een hoop bezorgdheden naar boven. Of ik het wel ga aarden in die stad? En dat het duur is. Dat ik er mijn auto niet ga kwijt kunnen. En wat ik met mijn werk in Brugge ga doen? Of ik echt wel zeker ben?

Nooit heeft iemand me de volgende vraag gesteld, maar het is net alsof ze bij iedereen op de lippen ligt: “Je gaat toch niet alleen omdat je lief daar woont hé?” In mijn hoofd is die stilzwijgende vraag ondertussen geëvolueerd naar: “Zou je ook naar Brussel verhuizen moest je single zijn?”. Vandaar mijn theorie van even mijn lief uitschakelen. Het probleem is echter dat ik niet weet of het werkelijk de mensen zijn die de vraag zouden stellen? Misschien stel ik de vraag wel zelf? Waarom doe ik dat? Om zeker te zijn of Brussel wel de stad is waar ik kan wonen en leven? De stad was, in mijn korte vrijgezellenbestaan vorig jaar, niet mijn eerste keuze…

De verloren zoon

Brussel stond op nummer twee. Gent, dat sympathieke en naar mijn mening toegankelijker stadje stond op één. In Gent zouden mijn tentakels naar West-Vlaanderen ook veel makkelijker kunnen blijven bestaan. Die stad was als het ware een soort van veiligheid die ik wilde inbouwen. Weg uit West-Vlaanderen, maar niet ver weg. Van een culturele revolutie die ik voor ogen had, bleef er echter  niet veel over. Gent was de makkelijke oplossing. Het West-Vlaams is er waarschijnlijk de tweede stadstaal.

Het viel me op dat veel (West-)Vlamingen aan mij begonnen trekken. Eenmaal ze hoorden dat ik hun ging verlaten, had ik een ongemakkelijk gevoel dat ik me moest verantwoorden. De perceptie van mijn toekomstig leven, dat voornamelijk zou bestaan uit op de lappen gaan, was in schril contrast met de Vlaemsche normen en waarden: werken, sparen en een huis, auto en baby’s kopen. Ik ging op mijn eentje gaan wonen in een stad. Dat kon alleen maar wijzen op vrijheid en dat ik die vrijheid met beide handen zou grijpen. Dat ze met dit oordeel niet ver af waren, kan ik alleen maar toegeven.  De culturele ommekeer zit echter in mijn hoofd niet bij uitgaan (alleen). Cultuur is toch meer dan een discotheek? Vooruitgang, civilisatie, evolutie, ontplooiing, ontwikkeling, trend, onderwijs, bloei, beweging, evenement, belevenis, avontuur, kunst…  zijn allemaal vormen van cultuur! De omvang is gigantisch. Je kan je de vraag stellen of ik dat alleen in een grote stad als Brussel kan vinden? Tuurlijk niet. Mijn maatschappelijke ontvoogding zit daar ook nog voor iets tussen. Het nabootsen van de heterowereld wil ik achter me laten. En drastisch. Maar met respect.

Schakel in: de liefde

De maatschappij oordeelde. Zichtbaar. Opmerkelijk was, toen ik geen vrijgezel meer was, alle getrek en gesleur stopte… De persoonlijke reden om de provincie te verlaten was voor de mensen veranderd naar een andere en maatschappelijk aanvaardbaardere reden: een relatie.

De druk bleef echter in mijn hoofd. De theorie van schakel eens mijn lief uit was geboren. Ook al had ik het gevoel niet meer dat men oordeelde. Mijn veronderstellingen namen het over. Dat ging ook makkelijk. Ik was er vatbaar voor. Ik wou immers met zekerheid weten of ik ging aarden in een grote stad. Plantrekker dat ik ben, wou ik alle denkbeelden uitproberen. Wim uitschakelen was er eentje van. Ik wou persé dat hij niet de reden was van mijn verhuis naar Brussel. Dat ik het deed voor mijn eigen revolutie!

Ik kon hem niet uitschakelen. Tuurlijk kon ik dat niet. En waarom zou ik dat moeten doen? Hij is een reden om naar Brussel te verhuizen. Plus, mijn persoonlijke verlangen naar verandering is groot, groog genoeg. Net hij zorgt er voor dat ik mezelf over de streep kan trekken om dit avontuur aan te gaan. Dat ik eindelijk eens in mijn leven de touwtjes kan loslaten. Dat ik één keer niet voor vertrouwen en gewoonte ga. Dat ik eindelijk eens iets doe met niet al te veel voorbereiding. Dat ik niet voor veilig ga. En dat kon ik niet zonder Wim. En ik heb er zin in! Ongelofelijk veel.