Categorie: Hoofdstuk 1.2 – Klei

Menenpoort Ieper

2) Loof

Dit is het vervolg van 1) Wortels.

Pas nadat ik het huis uit was ontdekte ik een boek over de veldslagen van ons dorp. Dag per dag werden de bewegingen van het front beschreven. Hoe alles tot puin werd geschoten en er na vier jaar strijd niks meer over was dan alleen maar modder. Toen de oorlog gestreden was kwamen de gevluchte inwoners en de oudstrijders terug naar mijn streek. Ofschoon de Engelsen het verwoeste landschap wilden bewaren, wilden en hebben de bewoners alles heropgebouwd. In die tijd verscheen ook mijn ouderlijk huis. In de kelder ontspringt er een bronnetje. Water loopt er ’s winters, ’s zomers via een buis naar buiten. In de tuin maakte ik geulen en versterkingen voor een mini-Rapid River, zoals het levensechte exemplaar een paar kilometer verderop in het pretpark Bellewaerde. Ik liet het water van de bron in mijn kleine rivierbedding lopen. Vele jaren later ontdekte ik op het internet kaarten en luchtfoto’s van in de oorlog waar ik mijn ouders perceel kon op draperen. Kriskras hadden de Duitsers er loopgraven gegraven. Waar mannen eerder vochten om de verovering van een paar meter klei speelde ik gewoon met diezelfde klei… Er is een obus, die nu nog altijd in het grensslootje met de buren piept en de loden bolletjes die op het land te vinden zijn. Overal nog relikwieën van munitie. Toen ik nog in de tuin speelde als klein manneke had ik niet eens door wat die dingen betekenden. Enkele jaren later, toen ik de kerkhoven zag passeren wanneer ik op mijn eentje ging fietsen op woensdagnamiddag kwam er een soort van eerste bewustzijn en nieuwsgierigheid. Ik wist wat de oorzaak was van die graven. Maar alle soorten van monumenten ten spijt, men sprak niet zo veel over de oorlog.

Ik herinner me nog heel veel 11 novembers. Als peuter ’s ochtends heel vroeg opstaan om te kijken of Sint-Maarten iets gebracht had. Tot ik ouder was en in de bare ochtendkou met de harmonie van Beselare voor het monument van de gesneuvelden moest spelen. Hoe opgewarmd we trachtten te zijn tijdens het wachten in het café tot de eucharistieviering op zijn einde liep en de oudstrijders een krans voor het monument gingen leggen onder de klanken van de Brabançonne, mijn hoge fa, het begin van de Vlaamse Leeuw, is nooit uit mijn bevroren trompetje gekomen. Mijn kepie werd eens weggeblazen door een windvlaag tussen de wielen van een voorbijrijdende vrachtwagen. Daar zat ik mee in. Ik verstoorde de plechtigheid! Wat zouden de mensen wel niet denken? Wat een onbenulligheid in vergelijking met de reden waarvoor we daar stonden te spelen. Wat de echte inpakt van de Eerste Wereldoorlog had op de streek en de mensen had ik nog niet door toen in de lagere school.

Duizenden soldaten zijn gesneuveld tussen mijn dorp en de weg naar Ieper, waar ik naar de middelbare school ging. Ik reed die weg iedere dag met de fiets en passeerde bij het binnenkomen van de stad onder de Menenpoort. Dit gaf mij iedere keer een soort van plechtig gevoel en een ingetogen en nederig tegelijkertijd. Af en toe stopte ik en luisterde naar de echo van de auto’s die onder de poort op de kasseien denderen. En dan die oorverdovende stilte wanneer het geluid uitstierf. Ik keek naar de namen die gegrift waren op de muren. Ik begon generaties te tellen tussen die namen en mezelf… ik schrok…

Polygon Wood Cemetery

1) Wortels

Naar aanleiding van de theatervoorstelling Slijk van Wouter Deprez [gezien op 29 november 2014 in de KVS Brussel] ben ik terug ondergedompeld in mijn verleden met de Groote Oorlog. Opgegroeid in de klei van de westhoek, beenhard in de zomer, plakkerig in de winter – als ge met uw botten op het land loopt hebt ge na tien passen al een klomp klei aan uw voeten gelijk een sokkel van een standbeeld. Van sinds ik klein was, heb ik altijd medelijden gehad met hoe moeilijk het de bronzen en stenen mannen en vrouwen hebben als ze een wandeling willen maken.

Wouter Deprez, afkomstig uit Geluwe – decor van de Eerste Wereldoorlog, graaft naar zijn wortels. Hij vertelt zijn verhaal door de ogen van toen hij nog zeven was. Zijn grootvader sprak, eerst zeer stilzwijgend en gaandeweg meer, tijdens wandelingen naar de Koelenberg. Daar keken ze neer op de weg naar Beselare waar zijn grootmoeder naartoe was gevlucht juist vooraleer de Duitsers Geluwe binnenvielen. Beselare werd een nacht later volledig met de grond gelijk gemaakt… De hele voorstelling sponnen er zich draden tussen zijn verleden en herinneringen uit het mijne. Ik, geboren te Geluveld, op een boogscheut van Geluwe, draag een stukje Eerste Wereldoorlog in mij. Dat was niet altijd zo.

Ik zie mezelf als peuter trippelen aan de hand van mijn overgrootvader. De weg naar Beselare – een paar heuvels verder dan die van Wouter Deprez, via de Kasteelstraat in Geluveld. Naast ons passeren we de kasteeltuin, waar ik enkele jaren later in ’t lager aan diverse loopcrossen zal moeten deelnemen. Ik eindigde steevast bij de laatste, diverse repen druivensuiker ten spijt. Verderop, in de vallei* tussen de twee dorpen is de autostrade een paar jaar geleden voltooid. De Staat legt op dat ogenblik nog een nieuwe brug over de snelweg. Ik herinner me nog dat beeld van de betonnen pijlers en liggers. Ik weet niet of mijn interesse naar civiele werken en urbanisatie toen is ontstaan? Op die leeftijd heb ik ook geen idee dat de fundering van de snelweg gebouwd wordt op duizenden doden.

Enkele wandelingen later met mijn grootmoeder in het bos Den Doel heb ik zelfs niets door, wanneer ik met mijn korte beentjes de kerkhofmuur overkruip vanuit de hoofddreef naar het Polygon Wood Cemetery, het kerkhof met de iconische heuvel. Ik zal opgroeien met Engelse kerkhoven: witte gebouwtjes, mausoleums , witte zerken, allemaal vol gebeiteld met namen van gesneuvelden. En het zachte gemillimeterd gazon, waar ik de geur nu nog uit mijn gedachten kan opsnuiven. De symmetrie en lijnen. De rust die vanuit zo’n plaats uitstraalt. Ik ervoer daar nog niet de gruwel van bloed en modder.

*een berg of vallei van enkele tientallen meters verschil. West-Vlamingen vinden heuvels bergen. Dat doen ze met iedere molshoop.