Concertgebouw

Een diepe put (3)

Tussen verschillende werelden

Vaak heb ik het gevoel dat ik tegelijkertijd in verschillende werelden sta. Met mijn ene been sta ik bijvoorbeeld in het nu en met mijn andere in het digitale. Dit is een zeer concreet en hedendaags fenomeen. Alleen maakt het alles een beetje ingewikkelder. Tegelijkertijd ergens zijn én ergens aan denken die verschillend is van elkaar. Vroeger had ik dat vaak wanneer ik met de auto reed en plots besefte ettelijke kilometer verder te zijn. Zo erg ernstig als tegenwoordig had ik dat nooit. Zou het echt een fenomeen van deze tijd zijn? Ik zwalp tussen lichamelijke en geestelijke statussen. Dat maakt dat geen van beide intens beleefd worden. Behalve bij serie kijken, lezen, concerten en waarom ook niet eens mijn werk te vernoemen. En dan nog! Trouwens, romantiseer ik vroeger niet? Was ik ook niet vlug afgeleid?

Android op vliegtuigmodus. Windows op stiltetijd.

Op dit ogenblik zou ik één status moeten zijn. Die van het nu. Er zou niets anders mogen zijn die mij kan afleiden buiten enkele oerelementen: een tikkende klok, pratende mensen op straat, het ruisen van de koelkast. In mijn ooghoek staat een piano en trombone mij in stilte gezelschap te houden. Samen met de leegte? Dat laatste vraag ik me af. Ik ben zo gewoon met dit ding te leven dat ik niet meer doorheb wanneer het eventjes minder is. Door de ambacht van het schrijven van dit vehikel van een tekst lijkt het wel te krimpen. Hoe kan niks nu verminderen?

Ik las een verhaal over mensen in een oorlog. Ik kan me niet voorstellen dat zij met zulke dingen bezig zijn. Zij moeten overleven. Letterlijk. Of hebben zij ook dagelijkse beslommeringen buiten eten zoeken, schuilen, vluchten of vechten? Als ik mijn toestand relativeer zijn mijn zorgen maar onaangenaamheden. Hebben die mensen ook dat lege gevoel? Het langgerekte niets voelen. Of is het leven alleen maar een eenvoudige weg van geboorte naar dood, net als een rivier van bron naar oceaan stroomt en af en toe wervelt in een maalstroom… ik ben ondertussen in een status waarin ik waterdruppels leven geef. Hoe mooi is dat. Kan dat stromen van water ook in mijn diepe put? Het lijkt me een geruststellende gedachte dat het stromen van leven eenvoudig is. Toch heb ik het gevoel dat ik het eigenhandig ingewikkeld wil maken, want alleen dan kan er geen leegte zijn. Ondertussen lijkt het oorlogsverhaal gestrand in mijn gedachten. Zelfs zonder afleiding leid ik mezelf af. Maar daardoor begint water wat te kronkelen. Kleine draaikolkjes wervelen hier en daar. Was dit niet wat er zou moeten zijn toen ik afdaalde in de lege put? Een bemoedigend gevoel maakt zich meester van mij. Een kraan lijkt te zijn ontzegelt. Druppeltjesgewijs. Gedachten beginnen te sijpelen en ervaar ik enkele barsten naar andere werelden. Ik wrik met mijn opengehaalde vingers de scheuren verder open. Ik kijk naar beneden en zie plots de bodem van de put. Woorden vallen en vormen zinnen. Volle zinnen! Een mysterieus gevoel overspoeld mij en doet me drijven naar een andere wereld.


Eergisteren luisterden (en keken (ik vind dat moeilijk kiezen, ga je kijken of ga je luisteren naar concert?)) we naar het symfonie.orkest.vlaanderen in het concertgebouw van Brugge. Ze brachten er onder meer Janánček’s Sinfonietta. Of hoe boeken van Murakami heel af en toe mijn leven aanraken. Zijn boek 1q84 begint in een taxi ergens in Tokio, met de Sinfonietta die op de radio speelt. Bij het direct horen van de Sinfonietta begon er mij het een en ander te dagen. Ik kende het stuk zeer goed. Maar bij het voelen van de vijf delen deed het mij wegdromen naar zoveel uiteenlopende verhalen. Het was voor één keer geen gevecht om te leegte te bestrijden.

Lezen in de trein

Een diepe put (2)

Gevoelens

Al een paar jaar probeer ik de put vol te laten lopen. Met de gedachte dat ik dan wel terug naar boven drijf en zo terug over de rand kan kruipen. Alleen, hoe start ik zo’n proces in de eerste plaats? Ik vind geen sleutel, laat staan een veer om op te winden. Een kraan om wagenwijd open te zetten heb ik nog niet gevonden. Misschien moet er iets dramatisch gebeuren? Geen doden, dat hoeft niet. Zo egocentrisch ben ik ook weer niet.

Ik heb er afgelopen maanden met een paar mensen over gepraat. Telkens hebben ze een zekere zin van herkenning. Een volle agenda en toch dat leeg gevoel, alsof er een lege agenda is. Misschien maak ik hier een denkfout. Heeft wat je doet er mogelijkerwijs niet zo veel mee te maken. Ik leg de link naar aanleiding van persoonlijke ervaringen. Want er zijn wel degelijk bepaalde periodes geweest met een volmaakte gemoedstoestand waarin ik meegesleurd werd in boeken, reizen, ontmoetingen, concerten… en daardoor een groots en intens gevoel kreeg. Nu ben ik bij de psycholoog, na 35 jaar op deze aardbol te leven, tot de conclusie gekomen dat gevoel niet in mijn hoofd afspeelt, maar ergens in mijn buik. Dat wist ik niet en zet mijn wereld volledig op zijn kop. Ik ken als gevolg daarvan alleen maar extremen als woede, verdriet of verliefdheid… Sindsdien ben ik als het ware op zoek naar gewone gevoelens. Deze die in de dagelijkse cirkelgang  zitten. Als die al bestaan. Immers, ik verslind bijvoorbeeld nog altijd boeken. Ze geven me alleen niet het intense gemoed die ik had toen ik begon te lezen. Wanneer ik nu albums luister ben ik niet meer zoals vroeger wekenlang mij geconcentreerd aan de muziek aan het toewijden om er zo geraakt door te zijn dat ik die wil analyseren en ontleden. Nu is er die altijd durende sleur. En ik heb niet eens kinderen en een groot huishouden om voor te zorgen. Maar misschien is dat laatste ook een denkfout. Dan omdat ik er geen ervaring mee heb.

Is leegte een luxeprobleem? Ik bedoel luxe als in “is het wel een probleem”? Verkeer ik niet simpelweg in een evenwichtstoestand die leeg wordt aangevoeld? Ik bevind me in een negatieve noch in een positieve gemoedstoestand. Of kunnen we dit leeg zijn eenvoudigweg omkeren naar vol zijn. Misschien voel ik mij wel vol? En kan er niks meer bij.


Tussentijdse dienstmededeling: Ik kreeg een paar rechtstreekse vragen en enkele via Parijs rond naar Brussel of alles wel goed gaat met mij. Ik kan daar alleen maar met “ja” op antwoorden. Waarschijnlijk is de titel van deze reeks een aanleiding tot bezorgdheid. Een diepe put. Dat klinkt negatief. Ik stond er niet bij stil. Het is mijn beeldvorming van een toestand die ik zelf niet zo goed begrijp en hier probeer in woorden te brengen, en dit naar aanleiding van het boek De opwindvogelkronieken. Het gaat dus niet zo slecht met mij. Alleen is er daar dat lege gevoel. Zoals ik de boeken van Murakami ervaar, heb ik meer en meer het gevoel dat er geen ultieme oplossing is in het leven maar er stromingen en richtingen zijn. Klinkt nogal zweverig? Het is niet mijn bedoeling, maar het is mijn odyssee van het leven. Ik doe nog enkele pogingen om er een draai aan te geven in vervolgafleveringen.

Opwindvogelkronieken

Een diepe put

Verzonken

Ik zit hier al een eind naar een leeg blad te kijken. Woorden slingeren als draaikolken in mijn gedachten. Er vloeien alleen geen zinnen uit. Ik wil mij laten onderdompelen in die losse brij van tekens en symbolen tot ik een betekenis kan destilleren. Als er al een kerngedachte uit te halen valt. Om hier uit te geraken probeer ik in deze diepe put af te dalen. Ik laat me zinken en besef te laat dat de put leeg is. Heeft iemand de stop uitgetrokken? Ik probeer een houvast te vinden. Ik grijp naar de putwand. Die is zo glad dat ik mijn vingers openhaal. Ik val – herinneringen uit het verleden passeren mij. Kunnen vervlogen gedachten een oplossing bieden aan mijn zoektocht? Mijn eigen geschiedenis vliegt voorbij. Mijn verbeelding is alleen dat wat geweest is – steeds dieper. De bodem van de put lijk ik nooit te kunnen bereiken. De beelden beginnen langzamer rondom mij te zweven. Alsof de tijd zich uitrekt. Ik realiseer me dat ik in een luchtledige omgeving gevangen geraak. Hoe lang zal dit duren? Hoe lang zit ik hier al? Dagen lijken maanden. Maanden lijken jaren. Voorbijgevlogen.


#BC16

Deze tekst is uit mij gevloeid na het lezen van de Opwindvogelkronieken van Haruki Murakami. Ze is geen interpretatie van het boek maar een op zich zelf staand omhulsel. Iemand zei me een tijd geleden dat ik wel mooi kan schrijven maar meer lucht moet gebruiken. Deze tekst is wel heel erg het tegenovergestelde van lucht. Of net niet?

Ik had even tijd nodig om in de kronieken verzwolgen te worden, dat in tegenstelling tot andere boeken die ik van Murakami las. Het blijft wel plakken achteraf. Daarmee is de eerste uitdaging voor een tweede keer verpulverd. 896 bladzijden met mysteriën. Maar ah, wat is het aantal pagina’s onbelangrijk na het lezen van zo’n boek. Uitdaging 15 (auteur met Aziatische roots) , 26 (springen tussen verschillende tijdsperiodes), 28 (boek gekocht in 2015) en 29 (een boek van dezelfde auteur ook in 2015 gelezen) heb ik ineens ook maar meegepakt.


Ook dit jaar doe ik mee aan de Verbeelding Book Challenge.

1990

Reisfoto #5 – Okselbroeken

Ergens in de zomer van 1990 reden we met het gezin naar Bretagne, niet zo ver van de Saint-Mont-Michel (uitgesproken volgens de plaatselijke Nederlanders). Wat ik nog niet begrijp is dat niemand mij toen waarschuwde dat mijn broek nogal tot onder mijn oksels was opgetrokken. En dat de hele reis door! Consequent was de mode wel in die tijd.

12534529_1228271697187979_1972181629_n

Don’t remove?

Een maand geleden kwam ik Don’t remove ART tegen in een klein Brugs steegje. Ik dacht meteen dat het een test was van diegene die het erop had geschilderd. Hoe lang blijft het staan? Zie, nog geen maand later is het weg. Of toch behandeld met een product lijkt het. De letters bestaan nog min of meer. Is de oorspronkelijke tekst daardoor nog van kracht? Heb ik nu de bescheiden rol van de kunstenaar overgenomen door deze twee foto’s bij elkaar te plaatsen? Ik volg het in ieder geval op.

IMAG1312 (2)

Legoland Billund

Reisfoto #4 – Legoots

De eerste keer Denemarken was in juli 2012. Op de planning stonden 6 pretparken; we reisden samen met een groep uitgelaten coasterfans. Het viel ons op hoe noordelijker wij kwamen hoe schoner de jongens werden. We zijn zelf tot in het noordelijkste puntje van Denemarken gereden. De waarneming bleef gestand houden. Wij gingen lustig zwemmen in openluchtzwemparadijzen bij temperaturen waar wij in België bijna onze boy zouden aantrekken. Dat in Scandinavië iedereen zich eenvoudigweg in gezamenlijke ruimtes verkleden waren we niet zo gewend. Nu was er daar veel in overvloed te zien, erg was dat niet. Enfin, ik ben hier serieus gaan afwijken nog voor ik begonnen ben.

Toen we terug zuidwaarts reden kwamen we ander speelgoed tegen. Legoland Billund is het eerste Legoland dat ooit gebouwd werd. Het pretpark bevindt zich naast de heilige grond waar de Legofabrieken de legendarische steentjes produceren. Wij waren op het einde van de dag zo enthousiast in onze jeugd wedergeboren dat wij de Legowinkel geplunderd hebben. Een kapitaal aan dozen werd uit de rekken gesleurd. Zo startte ook mijn tweede Legojeugd. Ik kocht daar de Volkswagenbus (hippieversie) en R2-D2 (de bekende robot uit Star Wars).


Foto in Legoland Billund genomen door Rudy Vanobbergen, juli 2012

Haar

That gay thing

En een beetje Dachtereir #4

Hoewel ik in mijn hoofdstuk Overgangsritueel schrijf over hoe ik mijn leven aan het veranderen ben of op zijn minst een poging onderneem is er hier en daar wel een uitzondering. Ik bespaar ik bijvoorbeeld op kleine aankopen zoals boeken en muziekalbums, rij meestal met het openbaar vervoer en sporadisch met Cambio, koop enkel levensmiddelen op korte termijn zodat wegsmijten bijna tot nul herleid is,… om er maar enkele te noemen. Mijn leven heeft in de afgelopen tien jaar wendingen genomen die ik niet voor mogelijk hield. Ik durf zowaar oude spullen weggooien die ik amper gebruik. Het leven wordt zo een beetje minder materialistisch en daardoor kan ik meer geld uitgeven aan bijvoorbeeld reizen. Dat de vliegtuigreizen de (milieu)besparing van mijn geringe autoverbruik ruimschoots overvleugelen moffel ik nu maar even weg.

Nu zijn er enkele afwijkingen in dit overgangsritueel. Ik sta bijzonder graag onder de douche met als gevolg dat de waterfactuur buitensporige bedragen vertoond. Als oplossing dacht ik om mij slechts om de veertien dagen te wassen maar dan moest ik mij meer deodoreren. De kostprijs en druk op het milieu zou er niet op verbeterd zijn. Of we moeten meer op reis gaan zodat de waterfactuur zakt door op hotel te douchen. Op gebied van kleding en schoenen valt het allemaal wel binnen de perken. Zelfs met niet al te dure zalfjes wis ik mijn wallen iedere morgen weg. Er is echter dat ene gay thing waar ik geen cent op wil besparen: mijn haar.

Wat ben ik blij dat ik gezegend ben met veel haar. Het mag dan wel zo hard zijn om er tandenborstels van te maken, met een haardroger, wat zeezout en wax is dat allemaal te temmen. Dat ik serieus grijs word (lees: ben) is al sinds mijn achttiende een constante in mijn leven. Ik moet toch niet op mezelf vallen, dus heb ik dat wel aanvaard. Als ik geen tijd of zin heb ’s ochtends om het in model te plooien wordt het me warempel zwaar ten moede als ik de deur uitstap. Ik word daar neerslachtig van zodat zelfs mijn zelfvertrouwen er van gaat zakken. Het zit (en staat) hem misschien tussen mijn oren. Verbeeld ik me dat ik me beter in mijn vel voel als mijn haar goed zit? Ik vraag het me af. Ik voel me in ieder geval aantrekkelijker. Makkelijk is het soms niet. Deze week regent het om de haverklap mollejoeng. Dan kan ik niet anders dan de anderhalve kilometer van het station naar kantoor te wandelen in plaats van te fietsen. Omdat ik dan een paraplu kan hanteren. Dat is de enige manier om mijn haar niet te vermassacreren. Ik laat het alleen pas echt schieten op pretparktrips. Dat is echt niet te doen met al die coasters en spetterbootjes. Er zijn dus mensen die mij nog nooit aantrekkelijk hebben mogen waarnemen.

Mijn kapper was tot voor kort maar een gewone stylist zodat ik maar 35 euro moest betalen. In die prijs zat koffie met een koekje, een wasbeurt op een massagestoel en maar een half uurtje in de kappersstoel zelf. Ik mag dan mijn persoonlijke levenssfeer afbakenen, aan mijn haar mag geprutst worden en liefst zo lang mogelijk! Gelukkig is mijn kapper overlaatst in Londen een examen gaan doen en mag hij zich top stylist noemen. Gevolg, een prijsverhoging naar 45 euro en een uur in de kappersstoel. Een uur rommelen in mijn haar en dat voor de prijs van een abonnement op Bellewaerde. Moest ik kunnen, ga ik iedere week. Mijn haar wil zo snel niet groeien. Ik geef meer geld uit per knipbeurt dan de meeste mannen in een heel jaar. Als ik vanuit mijn puberteit naar mijn midlifecrisis zal glijden zal ik alvast geen moto aanschaffen. Kun je een kapper kopen? Een snelle kapper weliswaar, die traag knipt!

Trombone

Vakantie!

Geen les wegens krokusvakantie. Dan hangen we onze trombone gewoon aan den haak.
Dat ik deze avond gewoon thuis ga repeteren en eigenlijk overdag aan het werk ben verzwijg ik maar. Alles voor de foto!

Hiking #1 – Tervuren – Pécrot

Me-time op zondag. Alleen thuis in de zetel hangen kon fijn geweest zijn maar ik snakte naar de zon. Dat in februari. Van ongeduld gesproken. Zon was er trouwens volop vandaag. Tussen zeer mooie wolkenpartijen door. Ik nam de metro in hartje Brussel richting Montgomery om daar het iconische trammetje 44 te nemen richting Tervuren. De tramlijn ligt aan de oevers van verschillende grote parken en rijdt op een gegeven moment volledig in het groen. Het station van Tervuren ligt net buiten het Brussels Gewest. Daar aangekomen moest ik een kleine kilometer wandelen op zoek naar het eerste knooppunt.

Via de wandelknooppunten plan ik vaker wandelingen doorheen het land. Via de website www.wandelknooppunt.be zijn de punten handig aan te klikken en handig te importeren in de gelijknamige app. Wandelingen tracken doe ik met de app Runkeeper. Vandaag wandelde ik aan de hand van de knooppunten “Zuid-Dijleland”, ten zuiden van Leuven in het Vlaams Gewest.

Wandeling Tervuren-Pécrot

Eerst door het park van Tervuren (aan het Midden-Afrikamuseum) richting het Zoniënwoud waar ik niet echt helemaal in ben geweest maar de oostelijke bosrand heb gevolgd in nogal wat modderige dreven. Doordat ik mijn wandeling op de luchtfoto had gepland kon ik voor de nodige afwisseling zorgen. Ik verliet het Zoniënwoud om in het heuvelachtige landbouwgebied van Overijse te duiken. Onverharde landbouwwegen tussen de akkers wisselden elkaar af met kleine bosjes in de valleien. Na de dorpjes Loonbeek en Neerijse werd het platter en zat ik tenvolle in de natte weilanden en natuurgebieden aan de oever van de Dijle. Aankomen deed ik niet waar ik gestart was maar in het station van Pécrot, net in het Waalse Gewest. Daar nam ik na een slordige 24 kilometer wandelen de trein terug via Ottignies naar Brussel. Diversiteit troef deze namiddag.

Laantjes

Ik ben pensioengerechtigd…

Pensioen… in 2042. Dat is nog iets meer dan 25 jaar voor de boeg. Niet dat ik daar per se wakker van lig (buiten dan over het financiële plaatje (hoeveel moet je opzij zetten om nu zo veel mogelijk uit je leven te halen en toch nog iets over te houden zodat je tijdens je pensioen niet altijd boterhammen met gehakt moet eten?)). De nieuwssite dertien maakte vorige week reclame om op de website van de rijksdienst voor Pensioenen eens te gaan piepen wanneer je op pensioen mag gaan. Je kunt dat ook doen beste lezers uit België. Neem alvast identiteitskaart en -lezer bij de hand.

Ik heb het gevoel dat ik nog maar begonnen ben met werken, zelfs al ben ik toch al ruim 15 jaar bezig. Dat voelt als een pak minder aan. Wanneer ik achter mij kijk en al die gedane projecten zie, wat er best veel zijn, blijf ik met een ontzettend hongergevoel in nog meer projecten zitten. Dat ik later, wanneer we door het Vlaemsche land rijden, kan zeggen tegen mijn denkbeeldige kleinkinderen: “Mannekes, hier heb ik dat bos nog geplant!” of “Toen ze deze snelweg aanlegden hebben wij alle doorgesneden waterlopen terug aan elkaar genaaid en een nieuwe bedding gegeven” of “Hier hebben we strepen in het landschap getrokken”. Ik praat altijd alsof ik die werken zelf doe maar in feite heb ik nog geen spade in de grond gestoken. Dat dit een open doel is voor mensen die het niet voor ambtenaren hebben besef ik ook wel. Die perceptie kan ik toch niet veranderen. Ook al knaagt dat soms wel hoor (nu heb ik het toch maar gezegd).

Ik heb een belofte met mezelf gedaan om zoveel mogelijk te profiteren. Ik heb het over de tijd buiten mijn werkuren, wat had je gedacht! Ik heb te veel mensen gekend die tot hun pensioen wachtten om aan hun leven te beginnen die hun pensionering nooit gehaald hebben. Dat zit bij mij al heel erg lang in mijn hersenpan gekerfd. Het is ook de reden waarom ik iedere vakantiedag spendeer aan reizen. Dat hoeft niet altijd in het buitenland te zijn. Al spreken de statistieken dat misschien tegen. Een vriend van mijn leeftijd zei me een paar jaar geleden dat hij het niet erg zou vinden om dood te gaan. Hij was er namelijk van overtuigd dat hij het maximum uit zijn leven aan het halen was. Dat vond ik eerst zeer luguber. Nu vind ik dat hij gelijk heeft. Blijkt dat de meeste mensen wanneer ze langzaam hun kaarsje uitblazen het meest spijt hebben dat ze bepaalde haalbare dingen gewoon niet gedaan hebben. Al besef ik soms te weinig dat ik in een luxe leef. Laat dat pensioen dus nog maar even wachten. Ik heb nog veel te veel te doen.


Strepen trekken in landschappen is een running joke onder mijn vrienden. Die denken dat ik alleen maar strepen trek in weilanden. Al was er een jaar dat ze er niet ver naast zaten. Laatst hadden we het met mijn collega’s over hoe zij probeerden wat voor werk ze doen uit te leggen aan hun familie en vrienden. Dat blijkt niet makkelijk te zijn. Ook na jarenlange ervaring. Vorige week was ik een kwartier enthousiast aan het praten over mijn werk tegen een kennis. Mijn lief heeft me achteraf gezegd dat hij nog altijd niet weet wat ik concreet doe. Best wel veel. En zeer uiteenlopend.