S-GR Hageland deel 4

Vandaag stond het laatste deel van de Streek-GR Hageland op de planning. 40 kilometer, van Ezemaal naar Leuven. Dit waren mijn laatste stappen op deze GR die in totaal 153 kilometer lang is (uitgezonderd de laatste 10 kilometer die in een lusvorm met de Leuvens stadsvariant van de GR128 een mooie 22 km vormt en zo mooi de aansluiting met het broertje de Streek-GR Dijleland). Het hele eind viel overigens samen met de GR128 (Vlaanderenroute).

In de wintermaanden is het aantal uur daglicht beperkt om grote dagtochten te wandelen. Daarom moest ik zeer vroeg uit de veren. Ik heb mij vorig jaar zo eens mispakt met de overgang naar het winteruur. De GR126 (van de Schelde in Bornem naar de Semois) gaat in Brussel de Ring onder recht een bos in. Toen ik de tunnel uitstapte was plots de nacht gevallen en moest ik in het donker op de tast een tramhalte zoeken. Ik was niet alleen die mij misrekend had. Het ritselde daar langst alle kanten (ik vraag mij af hoeveel lezers er zijn die nu verkeerde dingen denken). Deze ochtend nam ik dus voor de zekerheid de trein van 7h20 in Brussel Centraal. Dat is even vroeg als op een werkdag met het verschil dat de Panos geen kalkoenspek in voorraad had om tussen mijn pistolet te steken en dat ik nogal wat aangeschoten mensen tegenkwam die nog aan het uitgaan waren. Het was ik die daarentegen opviel tussen het opstap gaande publiek, met mijn wandelkostuum (sinds onze laatste wandelvakantie wandel ik nu officieel in een wandeltenue uit de rekken van de Decatlon. Die is evenwel ruim 15 jaar voor ik het aanschafte uit de mode geraakt).

Toen de trein Brussel-Noord uitreed begon het me in mijn ooghoek te dagen. Ik wist van bewolkt en niet te veel wind zodat er een milde 5°C ging heersen vanaf de middag. Maar sneeuw die uur na uur veranderde in een smeltende brij? Daar had ik geen rekening mee gehouden. De vorige etappe strandde ik trouwens uitgeregend in het station van Ezemaal. Eerder dan gepland. Ik wilde in Hoegaarden geraken. Mijn paraplu waaide in stukken vaneen. Een losgeraakte balein sloeg constant tegen mijn hoofd. Het perron van Ezemaal bood mij tenslotte het gezelschap van een gepensioneerde Waal die me gerust stelde dat de treinen daar altijd te laat komen. Ik heb toen de eerstvolgende trein genomen, weliswaar in de verkeerde richting, zodat ik alvast in de warmte kon beginnen druipen. Voor wie het zich afvraagt: dankzij het weekendbiljet niet eens in het zwart.

Terwijl het buiten nog donker was startte ik mijn wandeling op een Waalse steenweg. Die ging al snel over in een wanordelijk netwerk van kerkwegels tussen enkele dorpen. Ik liet mijn voetsporen achter in de sneeuw. Tegen het einde van de dag zouden ze vast verdwenen zijn. Alsof het een miniatuurproces van het leven zelf betrof. Het witte landschap rondom mij veranderde langzaam in een grijze mist. Mijn gedachten klaarden door het wandelen op. De tocht verbond dorp na dorp via golvende veldwegen. Af en toe onttrok een holle weg het zicht weg van de omliggende glooiende akkers. Het was geen zondagmorgen als een andere. Geen wielertoeristen behalve die ene verdwaalde mountainbiker. Weinig hondenpootjes van uitgelaten baasjes. Enkel twee bewakers die op verlaten provinciedomein van Opheylissem wachtliepen. Menselijke activiteit hoorde ik enkel via de ruisende snel- en spoorwegen. Terug in Vlaanderen veranderde het landschap in een georganiseerd lappendeken door de ruilverkaveling. Hoegaarden bracht mij niet de idyllische brouwerij die in mijn hoofd zat. Het leek eerder een fabriek van veevoeders. De route slingerde zich ondertussen verder tussen de lege winterakkers en verbond kapelletjes met kleine dorpjes tot ik tenslotte verzeilde in de vallei van de Mene en Jordaan. Een zeer nat natuurgebied bestaande uit wei- en hooilanden afgewisseld met enkele bosjes. Een tamelijk ruig en verlaten gebied. Ik zag in de verzopen modderpad dat een paar verdwaalde stappen mij voor waren geweest.

Uiteindelijk kwam ik terug in het typische heuvelachtige Brabantse landschap van akkers en holle wegen. Zelden kwam ik op een wandeling zo weinig mensen tegen. Het zou nog tot in Leuven duren waar kuddes zondagswandelaars losgelaten waren in het recreatiepark Abdij van Park. Ik sloot me aan tussen het flanerende volk, al vond ik me er niet tussen passen. Ik had bijna 40 kilometer in afzondering gewandeld. Mijn hersenen waren daaraan gewend geraakt. Ik kwam stilletjes aan terug in de werkelijkheid door in de wachtzaal van het station een zuigkoffie op te drinken. In een overvolle luchthaventrein wurmde ik mij tenslotte tussen de valiezen door naar een toevallig overgebleven zitplaats waar ik na twee minuten in slaap viel.

Dit zuidelijke deel van de Steek-GR Hageland week enigszins af van de andere delen. Terwijl ik in het noorden tussen de Hagelandse ijzerzandsteenheuvels afwisselend in de fruit- en wijngaarden en bos- en natuurgebieden vertoefde, ik me in het oosten in een, weliswaar platter en opener aanvoelend, vleugje van het Haspengouw bevond, is het zuiden gekenmerkt door uitgestrekte akkers, weidse vergezichten en holle wegen. Wie de natuur wil opzoeken komt hier weinig aan zijn trekken. Toch heb ik genoten van deze tocht. Het is net de verscheidenheid aan landschappen die ervoor zorgt dat de pareltjes erboven uit stijgen, dat de her en der overgebleven of ingerichte plekjes bijzonder aanvoelen.

De foto’s, in volgorde van verschijnen:

Wandelrapport

Naam: S-GR Hageland
Datum: 16 december 2018
Etappe: 4
Aantal kilometer: 40,42 km (± 38 km GR, ± 2 km aflooproute)
Duur: 8h 2m (8:17 – 16:19)
Vervoer beginpunt: Trein (station Ezemaal)
Vervoer eindpunt: Trein (station Leuven)

Wandelkaart

Het traject: Station Ezemaal → Hélécine (Waals-Brabant) → Goetsenhoven (Tienen) → Hoegaarden → Willebringen (Boutersem) → Bierbeek → Station Leuven

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.