Jah, dat ben ik. Echt! ‘t Zit waarschijnlijk tussen mijn twee (grote) oren. Ik heb het over fietsen en meer bepaald fietsen in het donker. Al weken zit ik met de daver op het lijf. Ik zie van alles om me heen die kan verkeerd lopen. Niet oplettende automobilisten die me omver kunnen maaien. Of van die nooit om zich heen kijkende wandelaars die het plots in hun hoofd halen de straat over te steken. En met de winterse gladheid is het helemaal een ramp. Is het dat ongeluk van vorig jaar die in mijn kop speelt? Of word ik gewoon oud en (veel te) voorzichtig? ‘t Is om er mottig van te worden. Ik verlang gewoon naar een leuk fietsritje als vanouds. Zucht.
Licht tekort
Neen, niet dat licht tekort op de begroting dat ze gaan opvangen door ons, onschuldige autorijders, het leven zuur te maken met een taks. Op dit moment zit ik in het halfdonker. Vier van de zes lampjes van onze luster zijn gesprongen. En we zitten door onze reserve. Een week geleden begon het. Als het zo door gaat, zitten we tegen morgenavond zonder licht. Lekker middeleeuws met theelichtjes. Dat gaat gezellig zijn. In de badkamer is er ook een lamp kapot. Ik heb mezelf maar voor de helft kunnen scheren. Ook deze ochtend zat ik zonder licht. In deze donkere herfsttijden is het ‘s ochtends nogal lang nacht. Omdat ik nog batterijen moest kopen voor mijn fietslichtjes heb ik een half uur gewacht tot het enigsinds klaar was. Ik had namelijk geen goesting om via Parijs naar Brussel te rijden om de politieagentjes te omzeilen. Die zijn hier in de Brugse spits nogal talrijk aanwezig. Morgen dus effe naar de Gamma. Zodadelijk ga ik maar te voet naar mijn tromboneles.
Update: We schrijven nu zondagavond. Eén lampje heeft het voorlopig nog overleefd. De snuggere lezer weet al dat ik niet naar de Gamma ben geweest… luiwammes, i know. De theelichtjes liggen in het ladekastje onder het bureau. De lucifers in de eerste keukenkast van rechts.



