Jah, dat ben ik. Echt! ‘t Zit waarschijnlijk tussen mijn twee (grote) oren. Ik heb het over fietsen en meer bepaald fietsen in het donker. Al weken zit ik met de daver op het lijf. Ik zie van alles om me heen die kan verkeerd lopen. Niet oplettende automobilisten die me omver kunnen maaien. Of van die nooit om zich heen kijkende wandelaars die het plots in hun hoofd halen de straat over te steken. En met de winterse gladheid is het helemaal een ramp. Is het dat ongeluk van vorig jaar die in mijn kop speelt? Of word ik gewoon oud en (veel te) voorzichtig? ‘t Is om er mottig van te worden. Ik verlang gewoon naar een leuk fietsritje als vanouds. Zucht.
De zondag
Vandaag hadden we niks gepland. Tot mijn Ollander op het idee kwam een tochtje met de fiets te ondernemen. Even bellen naar de jarige van gisteren en we konden met z’n drieën starten aan 28 km fietsplezier! Plan was via knooppunten het kanaal van Brugge richting Gent te nemen tot Beernem en via krinkelwinkelende baantjes naar Ryckevelde te fietsen om daarna terug te keren via een oude spoorwegbedding naar ons beginpunt. Gezwind zetten we aan. Na een slordige 10 kilometer werden onze keeltjes droger en deden we pogingen tot tearooms zoeken. Pech onderweg, want we kwamen er een lange tijd geen tegen. Ongeveer halverwege hadden we geluk en konden we ergens te velde een terras op ploffen. We haalden het gemiddelde leeftijdsgehalte serieus naar beneden. De kaart en tafels naast ons deden ons iets meer dan een drankje bestellen. Vier bollen citroensorbet was absoluut niet het zakkertje die voorop gesteld werd. Mijn Ollander had dan weer een warm bord appeltaart met ondertussen gesmolten ijs. Ik deed dan weer een schepje bovenop met een wafel met ijs en slagroom. Bleken er twee wafels op mijn bord te liggen. Enfin, na verwoede en met succes gedane pogingen om onze borden leeg te eten moesten we de andere helft nog afwerken. Bleek deze helft met steenslagwegjes bezaaid te zijn. Ook een heuse berg deed ons niet uit het lood slaan. Een verdwaalde kasseistrook deed ons dan weer aan Parijs-Roubaix denken.
Terug thuis stond er een lasagne te wachten om U tegen te zeggen. Een redelijk ongemakkelijk maagje is nu nog alles aan het verwerken. In ieder geval is zo’n fietstochtje voor herhaling vatbaar.

Veel seniorenblogs vermelden hun gedane fietsroute. Welhier, ik oefen alvast voor mijn pensioen over 35 jaar.
Fietsen van en naar het werk, deel 3
Het wordt bijna een serie. Mijn dagelijkse fietsritjes. Deze avond zat ik in de spits tussen allemaal studenten van de Hogeschool. Alleen meiskes waren op weg naar het station. De gasten moesten overblijven ofzo? Die meiskes zagen er even, neen, nog dommer uit dan het achterste van een koe. Ze deden allemaal nog nichteriger dan de ergste jeanetten ter wereld. In groepjes van 4 tot wel 7 reden ze naast elkaar. Een file met auto’s er achteraan. Ik daarachter auto’s voorbij stekend! Toen ik al die auto’s links voorbij had gefietst moest ik bellen om die zurkeltrutten er op attent te maken dat ik goesting had om snel thuis te zijn. Waarschijnlijk hadden ze die verkeersles nog niet gehad. Het peloton bleef maar in een enorme waaier rijden. Via een parkeerstrookje lukte het me dan uiteindelijk. Even verder fietsten twee meiskes mij bijna omver. Ik kwam pertank van rechts hé. Dat hoofdstuk is waarschijnlijk voor de cursus van volgend jaar. Aan het station weer van hetzelfde. Ditmaal waren het wandelende exemplaren die nog nooit een fietspad hadden gezien. En zo kan ik nog ontelbare voorvalletjes uit mijn verteldoos halen.
Tjah, bij het nalezen van vorige woorden moet ik me wel beginnen inhouden. Straks wordt dit nog de vrouwonvriendelijkste weblog van het land en omstreken. Begrijp me niet verkeerd. ‘t Is waarschijnlijk een toeval dat al deze betrokkenen nogal meisjesachtig eruit zagen. En trouwens, als we bejaard zijn, worden we allemaal gelijk. Dan zien we tijdens het autorijden alleen maar wat recht voor ons gebeurt en rijden we altijd en overal zestig per uur en geven we gas bij het aanzetten alsof we in tien seconden aan tweehonderd per uur zullen rijden.
Miljaar
Gisteren nog gehad over mijn idyllisch fietsritje naar het werk. En dat ze regen hadden voorspeld deze morgen. Zonneschijn was het! Maar genieten van mijn ritje zat er niet in. Om 9h30 had ik een vergadering. Dus kon ik eens uitslapen tot 8h30. Totdat ik het klokje naast mijn bed zag: 9h33. Miljaar. Overslapen. Bijna letterlijk ben ik van mijn bed op mijn fiets gesprongen. Om 9h55 zat ik aan de vergadertafel, die gelukkig ook een kwartier vertraging had. ’t Moest er ooit eens van komen zeker? Na 9 jaar een keer mij overslapen. Mijn ontbijt is trouwens verschoven naar de middag. Een halve kip op je nuchtere maag is nu bepaald ook niet aan te raden. Dat beestje ligt serieus op mijn maag…
Het is stil aan de overkant
Deze ochtend was het een fietsritje in de sneeuw. Terwijl de rest van het land al onder een sneeuwtapijt lag begon het hier toen pas te sneeuwen. Net niet genoeg om al gevaarlijk te zijn. Ik reed op de Brugse vestingen. De stad was gegoten in een Anton Piecktekening. Ik hoorde alleen het knisperen van mijn banden op het fietspad. Stil dat het was. Naast mij op de ring was het nochtans volop spits.
Wat heb ik toch een wonderlijke fietsroute van en naar mijn werk. Een heel eind op de vestingen, het bruggetje over aan het Minnewater. Soms rij ik daar de stad in. Amper vakantiegangers in deze tijden. Dan waan ik me toerist in eigen stad. Af en toe een verdwaalde koets die op reizigers wacht. Brugge is zo’n winterstad. De sferen die dan opborrelen in een slapende stad zijn zo mooi. Zelfs het sprookjesbos in de Efteling kan er dan niet aan tippen.
Morgen geven ze trouwens smeltende sneeuw en regen uit. Heel wat minder sprookjesachtig. Dan ga ik al vloekend en als verzopen waterkieken zo snel mogelijk trappen zonder ook maar één oog te pinken naar dat troosteloze centrum.
Verkeersinformatie
Soms hoor je op de verkeersinformatie dat er een fietser is gesignaleerd op snelweg X. Deze morgen heb ik hem gezien op het ‘ei’ van Kortrijk. In tegengestelde richting en aan de binnenkant van de rotonde fietste hij op het dooie gemak. Hoe hij daar was geraakt met al dat drukke verkeer is mij een raadsel. Moest je hem eens tegenkomen: hij draagt een grijze muts, een blauw werkpak en is, aan de leeftijd te zien, al een paar jaar met pensioen.



