Jah, dat ben ik. Echt! ‘t Zit waarschijnlijk tussen mijn twee (grote) oren. Ik heb het over fietsen en meer bepaald fietsen in het donker. Al weken zit ik met de daver op het lijf. Ik zie van alles om me heen die kan verkeerd lopen. Niet oplettende automobilisten die me omver kunnen maaien. Of van die nooit om zich heen kijkende wandelaars die het plots in hun hoofd halen de straat over te steken. En met de winterse gladheid is het helemaal een ramp. Is het dat ongeluk van vorig jaar die in mijn kop speelt? Of word ik gewoon oud en (veel te) voorzichtig? ‘t Is om er mottig van te worden. Ik verlang gewoon naar een leuk fietsritje als vanouds. Zucht.
Blauwe maandag
Deze morgen zei Peter Van de Veire wel twintig keer dat het vandaag de meest depressieve dag van het jaar was. Onder meer omdat ons geld deze maand op is en de feesten voorbij zijn. Wij begonnen aanvankelijk heel leuk aan deze dag. Door gewoon een half uur langer in bed te blijven. Luisteren naar MNM. Het wordt alsmaar leuker. Sofie Lemaire ebt steeds verder weg. De eerste tekenen dat het vandaag niet goed zou gaan was de regen. Mijn taxi moest me naar het werk brengen. In de ochtendspits. Daarna werd het duidelijk dat ik buiten niet veel kon aanvangen en ik maar op de bureau zou blijven. Niet dat ik niks te doen heb. Er ligt nog een pak papier op me te wachten na mijn weken afwezigheid (remember: gips). Deze morgen was ik trouwens nog goed op dreef. Mijn pakje papier minderde een beetje in plaats van nog te groeien de laatste dagen. Tot dat mijn hand dienst begon weigeren (remember: gips). Een zeurende pijn kwam en ging niet meer weg. Tegen mijn sluitingstijd was ik al twee uur alleen met mijn linkerhand aan het werken. Grmbl. Ik at mezelf op van de zenuwen. Niks ging nog treffelijk vooruit. Traag bewoog ik me door mijn Excelcellen en slenterde ik door Word. Ik voelde me zo rot. En stond op onweer. Een laatste bliksemschicht was een boete van 100 euro die ik moet betalen wegens niet handsfree bellen. Toen hadden we nog geen oortje. Sinds vorige donderdag wel…. Is er een verband?
Thuis heb ik mijn furten uitgeleefd in de afwasbak. Normaal het stomste klusje van de dag. Ik waste letterlijk mijn ambetante gevoelens weg. En het concert met muziek van John Williams die Belgacom ons gratis aanbood deed eveneens wonderen. Nu straks nog vlot in slaap geraken. Want dat blijft al ruim een week mijn grootste zorg.
Morgen moet ik eens een andere plaat draaien. Eentje die niet zo afgezaagd is. Een nieuw en beter. Net zoals de muziek op MNM.
De dag van vandaag
Zo’n ongelofelijk lange en saaie dag. En twintig keer hetzelfde verhaal moeten vertellen. ‘k Had ze beter naar deze weblog verwezen. Maar dat klinkt als aandachttrekkerij. Enfin. Vandaag was mijn eerste werkdag, na vijf weken werkonbekwaam te zijn verklaard. Daar moest ik natuurlijk het verhaal van het gips afdraaien. Iets wat jullie hier al lang beu zijn gelezen. Dit is dan misschien wel de laatste episode. Ik beloof het.
Des morgens. Het begon al een uur te laat. Om acht uur opgestaan in plaats van zeven. Ik had het al lang moeten zien aankomen. Na vakantieperiodes heb ik ook altijd last van een jetlag. En daar moet ik niet eens onze tijdzone voor verlaten. Altijd later en later naar bed en dan tot een gat van de dag blijven liggen. Vannacht heb ik de noten van ons houten lattenplafond geteld. Blijven draaien en proberen het uur van de klokradio uit je hoofd te zetten. En dan de hoop werk met een ongelooflijke achterstand die rondspookt. Het uur van in slaap vallen weet ik niet meer. Voor mijn gevoel een paar minuten voordat de wekker van MNM deed.
Ontbijt. De melk was over datum. Daar gingen mijn ontbijtgranen. Ik was nu zo goed bezig met mijn ontbijtjes. ‘t Was sinds het jaar 1997 geleden dat ik meer dan een week fatsoenlijk had ontbeten. Toen woonde ik nog thuis. Een goed voornemen van 2009 was al aan flarden.
Fiets. Toen kwam het afscheid. Van de 2 poesties. Zij waren mijn steun en toeverlaat in de donkere dagen. Na een uitgebreide knuffel kon ik op mijn fiets springen en wegspurten. In het echt was het helemaal niet zo heldhaftig ze. Ik reed voorzichtig op het midden van de weg, niet kijkend naar de boze bestuurders die mij niet konden voorbij rijden in de smalle Brugse straatjes. Ik durfde gewoon niet dichter bij de geparkeerde auto’s fietsen. Bang om portieren tegen mijn smikkel te krijgen. Ik kwam nogal bezweet aan den bureau getuft.
Werken. Vijf weken je niet moeten concentreren. En dan een hele dag aan een computer zitten. Ge moet dat eens proberen. Compassie ende deelneming vraag ik van jullie. Wat een rouwbeklag. Lol. Wedden dat ik het morgen al gewoon ga zijn? Ik heb alleen één probleem. Ik kan niet schrijven. Met een stylo hé! Ik kon nog net mijn onkostennota van december ondertekenen. Hoe ik dat ga doen komende dagen weet ik niet. Ik schrijf nogal veel. Gewoon omdat het rapper gaat, allé de rest moet je hier maar es lezen hé.
Fietsen. De terugweg naar huis heb ik maar via de vestingen gedaan… zonder geparkeerde auto’s… Morgen terug een nieuwe poging? Dan gaan we trouwens over de middag met de collega’s in Pizzahut lunchen. Het aantal keer zelf koken dit jaar kan ik nog op 1 hand tellen. Erg hé.
De notities achteraf:
Man, hoe saaier de dag hoe langer het stukje dat ik erover schrijf.
Ajah, al gezien buiten? Het regent! En het vriest niet meer. Ze hebben gewoon gewacht tot ik terug ging werken. Dank u Sabientje en Frank voor de mooie winterdagen!
Slang
Voor ik het vergeet: ik ben uit het gips hé! Wat een klein handje heb ik plots. In vergelijking met mijn linkerhand is mijn rechter serieus gekrompen. Ik verwachtte wat champignons of andere schimmels toen ze na het zagen mijn gips konden verwijderen. Het viel wel mee. Echter, een paar uur later begon ik serieus te vervellen. ‘k Ben precies een slang die een volledige huid aan het afwerpen is. Als je het van dichterbij wil zien moet je maar op deze link klikken (‘t is een beetje te vies voor de jonge lezertjes van mijn weblog om het hier zomaar te tonen). Ondertussen zijn er ook al hele plukken haar verdwenen. Straks zit ik hier nog alleen met mijn skelet over. Met nieuwe kalk weliswaar ter hoogte van mijn breuk. Ik kreeg nog een compliment van de verpleegter: “Ge hebt schone kalkaangroei! Maar ge zijt ook nog jong hé.”. Waarvoor hartelijk dank.
De stadia van 4 gipsweken:
|
|
![]() |
![]() |
In het nieuw
Zo. Net terug van het ziekenhuis. Mijn totale wachttijd na 2 bezoeken is de 5 uur overschreden. Het was het waard deze keer. Ik kreeg een nieuw gips omgewonden! Een lichtere (slaakt een zucht). En ene waarin ik mijn vingers kan bewegen (Ge kunt niet weten hoe deugd het doet je vingers deftig te kunnen strekken en plooien). Over drie weken mag ik er uit. Als alles goedgekeurd wordt natuurlijk.
Gisterenavond had ik al de routeplanner van De Lijn bestudeerd om naar het ziekenhuis te gaan. Bleek dat ik 3 stadsbussen nodig zou hebben. Deze ochtend zag ik het niet zitten. Ik ben maar te voet geweest. Drie kwartier wandelen naar onze toekomstige buurt (dit verhaal komt nog wel). Een week thuis zitten klinkt misschien wel leuk, maar eens je zo ver bent valt het dik tegen ze. Te voet dus. Heen en terug. Wat zalig zo lang in de buitenlucht te vertoeven. Misschien dat ik deze week de toer van de Brugse vesten ga wandelen. Kwestie van mijn pensioen over een kleine 40 jaar voor te bereiden…
Weekend
Zo. De werkweek zit er op. Toch voor de meeste mensen. Ik ben al 3 dagen thuis. ‘t Gaat allemaal wat vlotter. Ik kan al mijn broek dicht knopen. Douchen gaat ook goed met een grote Albert Heijnzak om mijn arm gebonden. Gisteren heb ik zelf mijn stukje kotelet “op zijn honds” weten naar binnen te spelen. Alleen typen en muizen gaat nog zoooo traag hé. Ondertussen staat ook mijn laptopje van het werk naast de mijne. ‘t Is hier net het controlecentrum van een luchthaven. Af en toe probeer ik wat te werken, maar echt snel gaat het niet. Vooral AutoCAD waar ik muis en toetsenbord tegelijkertijd gebruik is een ramp. Maar moeilijk gaat ook. Ajah, de eerste spaghettivlek zit al op mijn plaaster.
Morgen ga ik naar mijn tromboneles… zonder instrument weliswaar. En ik was nu goed op dreef. Begin februari heb ik een optredentje. Benieuwd of ik tegen dan al iets treffelijks kan spelen.
… Pauze…gaat naar de dokter om te vernemen dat ik tot 9 januari werkonbekwaam ben…
Ondertussen bereikte mij een bericht dat er fans zijn die wachten op het verhaal van de conversatie tussen mezelf en de chauffeur. Den dienen die zijn deur opengooide voor mijn neus. Ewel,…
Om je wat in de situatie te brengen: ik lag nog maar twee seconden op mijn zij, op de kasseien, met mijn fiets nog tussen de benen. Heel het zootje lag ongeveer op het midden van de weg. De chauffeur, die de gepensioneerde leeftijd had overschreden, stapte geschrokken uit zijn wagen en kwam wat dichterbij. Flarden van het toen volgend gesprek zijn me bijgebleven. Dit is een poging tot reconstructie van de feiten:
Chauffeur (C): “Waarom reed jij ook zo vlug?”
Slachtoffer (S): “Aaaaaah.” (jammerend van de pijn)
C: “Zou nu mijn bonus-malus omhoog gaan?”
S: “Ooooh.” (jammerend van de pijn)
C: “Normaal sta ik nooit in deze straat.”
S: “Aaaah.” (jammerend van de pijn)
C: “Kun je nog naar huis fietsen?”
Ondertussen probeerde ik op te staan. Mijn stuur zat helemaal gedraaid naar binnen.
C: “Wat gaat mijn vrouw nu zeggen?”
Dan probeer ik mijn fiets te verslepen. Beide wielen zaten geblokkeerd. Mijn voorwiel licht gebogen. De man staat er bij en raaskalt maar door.
C: “Kun je nog fietsen?”
S: “Mijn pols… die doet zo’n zeer… mijn hand is opgezwollen…”
C: “Wacht, ik ga het invulformulier van de verzekering halen.”
Ik had nog maar net mijn fiets tegen een muur versleept. Mijn rugzak had ik nog aan. De man kwam met de papieren en begon te schrijven. Na het schetske met de omstandigheden van het ongeluk had hij mijn gegevens nog nodig.
C: “Hoe heet je?” Ik dicteerde.
C:”Wat is je adres?”
S: “…straat in Brugge.”
C: “Ah woon je daar? Wij hebben daar vroeger in een zijstraat gewoond. De …straat. Dat huis met die boom voor.”
Hij vult het formulier verder in en naarmate hij vordert begint hij ook te beseffen wat er is gebeurd. Hij biedt me vriendelijk aan om me met fiets en al naar huis te brengen. Waar ik ook op in ga.
In de auto krijg ik een heel levensverhaal van waar hij en zijn vrouw nog gewoond hebben en dat hij normaal gezien ook altijd fietst, behalve vandaag omdat hij naar het ziekenhuis moest met zijn vrouw voor een operatie aan de ogen en dat hij haar rap heeft afgelost aan huis zodat niemand haar ogen kon zien, want dat zag er niet uit….. enfin hij bleef maar ratelen. Thuis gekomen bleef hij nog babbelen. Dat ze hun huis daar hadden gekocht en toen het huis er naast te koop stond hebben ze het ook maar gekocht, maar zonder hypoticaire lening…
Het gesprek vond ik nogal raar eigenlijk LOL. Maar hij was meer geschrokken dan ik. En ik neem het hem dan ook niet zo kwalijk. Het kan iedereen overkomen zeker?
Noot van de redactie: Meer dan een uur heb ik aan deze post getypt. Ne mens heeft er wat voor over om een weblog bij te houden.
the morning after
Wat ging er al moeilijk met het gebruik van mijn linker en enige hand deze morgen? Het volgende:
- Sokken aandoen, bijzonder lastig, vooral als je ze iets moet draaien;
- Flessen openen, als je ze tussen de knieën steekt lukt het beter, alleen mag ze niet te vol zitten zodat het water al op mijn schoot is geland;
- Een trui of jas aandoen, en dat in deze donkere en koude tijden;
- Deodorant onder mijn linkeroksel spuiten;
- Boter smeren;
- Knopen van een jeansbroek dichtknopen, ‘k zit hier nu maar in korte broek te doen alsof het zomer is;
- …
En ‘t is nog maar het begin. Nu goed, het klinkt hier meer als geklaag dan dat ik me in’t echt voel hoor. Achteraf bekeken had het veel erger kunnen zijn.
BOEM
Nu zit ik hier. Met één hand te typen. Mijn linkerhand. Traag dat het gaat. Lettertje per lettertje. Voor dactylo zou ik nooit een kans maken om er door te zijn. En als ik een zin als de voorgaande wil verwijderen en herschrijven omdat ze op niks trekt heb ik er de courage niet voor. Om eventjes to the point te komen: mijn rechterhand zit in het gips. Deze avond zat bibi maar eventjes vier uur (!) in de wachtkamer van het ziekenhuis, bijna om te komen van de honger én de pijn. Halfweg de wachttijd mocht ik foto’s laten maken van mijn hand. Een uur later kwam het bericht vier weken gips door een gebroken botje ergens midden mijn hand. Zucht.
Een paar uur eerder zat ik nog op mijn fietske (bijna al zingend) naar huis te rijden. In de straat waar ik een paar jaar geleden nog bijna Ingeborg (ja, dé zingende huisvrouw) had omver gefietst, gebeurde het. Een portier van een auto ging open en BOEM – PAUKESLAG – ik lag op de kasseien. Ik kon het niet meer ontwijken en raakte nog net met mijn stuur de deur… 4 weken…
De daarop volgende conversatie tussen de bestuurder en mij typ ik de volgende keer wel. Ik heb deze avond genoeg geoefend met mijn linker hand.




