Nationaal Park Hoge Kempen: Connecterra en Mechelse Heide

Het Nationaal Park Hoge Kempen heeft 6 toegangspoorten. De hoofdtoegangspoort Connecterra was ons vertrekpunt voor een wandelavontuur van 23 kilometer. Het Nationaal Park heeft per toegangspoort een aantal bewegwijzerde wandelingen. Ideaal is de wandelverbinding tussen dit afgesloten gebied en het voor iedereen toegankelijke gebied Mechelse Heide.

Connecterra
Is 3 euro inkom per persoon betalen wel de moeite? Voor het landschap wat je er voor in de plaats krijgt vind ik van wel. Je hebt zicht en toegang tot het “mooiste panorama van Vlaanderen”. Door wie dat werd uitgeroepen weet ik niet, maar ik spreek het alvast niet tegen.
De terrils ofwel mijnsteenbergen ontstonden door de ophoping van de overtollige grond die mee naar boven kwam met de vroegere steenkoolontginning. Drie van de vier nog aanwezige terrils binnen het wandelgebied kan je beklimmen. Vanaf hun toppen heb je een uitzicht op de Maasvallei en van het Nationaal Park.

Mechelse Heide
Hier wandel je vooral in bos en heide. Er is geen bezoekersonthaal zoals Connecterra maar je vindt alle informatie in de schuilhut op de parking.

Fotoalbum


Wandelrapport

  • Naam: Nationaal Park Hoge Kempen, via toegangspoort Connecterra
  • Datum: maandag 1 april 2019
  • Wandelingen: Connecterra (gele route – 10,9 km) + Mechelse Heide (paarse route – 8,5 km) / verbindingsstuk is niet bewegwijzerd.
  • Aantal kilometer: 23 km
  • Bewegwijzering: lokale bewegwijzering
  • Duur: 5h 30m
  • Beginpunt: Maasmechelen Village (met de Cambio)
  • Eindpunt: Maasmechelen Village
  • Website toegangspoort: www.connecterra.be

GPS-Track

GR 5A – Van Sluis naar Boekhoute

De nood was hoog om op de resetknop te drukken. Niet dat dat enigszins zomaar praktisch haalbaar is. Het leven loopt gewoon door. Bladzijden omdraaien kun je alleen maar doen als je een boek leest. Ook al wil je soms een pagina in je leven omdraaien, al wat gebeurd is blijft gewoon gebeurd en neem je mee… Wat een dramatische zinsneden om maar te zeggen dat ik nogal veel hooi op mijn vork heb genomen de laatste weken en ik mijn karretje vol had geladen. Met dat karretje reed ik gezwind richting spreekwoordelijke muur om daar vroeg of laat tegen te crashen. Maar zoals de boer zegt: men moet hooien als de zon schijnt. Dus ben ik op pad gegaan.

Veertig kilometer ofwel acht uur wandelen in de polders langs bomenrijen, dijken, kanalen, waterlopen omzoomd door weilanden en akkers. Kilometers lijnvormige landschapselementen bleek ideaal om mijn hoofd tot rust te brengen. Voor wie in de streek nu her en der wat hooibalen ziet liggen – het is er het seizoen nog niet voor, ik weet het – maar het zijn de mijne!

Grensgevallen

De wandeling startte net over de grens in het Nederlandse Sluis. Daardoor moest ik een kleine 2 kilometer langs de Damse Vaart richting Hoeke wandelen waar ik kon inpikken op de GR5a richting Antwerpen. Omdat De Lijn in Vlaanderen het niet nodig vindt om bussen in te leggen in het weekend moest ik dit trucje toepassen. Het Nederlandse Connexxion rijdt gewoon ieder uur van Brugge naar Breskens. Tot in Sluis mag je met een Belgisch vervoersbiljet rijden.

De foto’s van Sluis richting Hoeke en Lapscheure.


Op Nederlandse bodem

Van West-Vlaanderen naar Oost-Vlaanderen via het Nederlandse Aardenburg in de provincie Zeeland.


Op Belgische bodem

Van Sint-Laureins naar Boekhoute.


De rit naar huis duurde een slordige 2,5 uur met bus, tram en trein. Ik was echter zo relaxed dat ik het gewoon liet gebeuren en daar gewoon zat. Meer moet dat niet zijn.

Wandelrapport

  • Naam: GR 5A Wandelronde van Vlaanderen (onthaalpagina)
  • Datum: zaterdag 30 maart 2019
  • Etappe: X
  • Aantal kilometer: 39,3 km (waarvan ± 2 km aanlooproute)
  • Duur: 8h 04m (8:27 – 16:31)
  • Bewegwijzering: gemarkeerd door de Grote Routepaden
  • Vervoer beginpunt: Bus 42 (Connexxion, Brugge naar Sluis)
  • Vervoer eindpunt: Bus 52 (De Lijn, Boekhoute naar Gent Rabot) → Tram 1 (De Lijn, Gent Rabot naar Gent Sint-Pieters Station) → Trein (Gent Sint-Pieters naar Brussel Centraal)

Wandelkaart

GR 5A – Van Ronse naar Bellegem

Ronse

Met een dieseltrein tuf ik van Oudenaarde naar Ronse. Ik kom aan aan het oudste stationsgebouw van het Europese vasteland. Het stond eerst in Brugge en werd in 1881 steen voor steen afgebroken en hier heropgebouwd. Het startpunt van de etappe van vandaag ligt op ongeveer 1 kilometer van het station.

Via het centrum kom ik op de uiteindelijke route die naar de flanken van de Hotondberg (ook Scherpenberg genoemd) gaat. Van grootse vergezichten geen sprake op deze berg. Veel huizen blokkeren het zicht op de stad. De Hotondberg is de hoogste van alle heuvels in de Vlaamse Ardennen met zijn 145 m.


Tussen twee bergen

Ten zuiden van de flanken van de Hotondberg kom ik door het gehucht Klijpe. Richting Knokteberg wandel ik via de Ronde van Vlaanderenstraat. Over de hele lengte van de straat staan alle winnaars, van 1913 tot 2015 van de Ronde op de beton geschilderd.


Tussen Kluisberg en Mont de l’Eclus

De Kluisberg is de laatste berg van de Vlaamse Ardennen die ik tegenkom. De GR 5A flirt hier constant met de taal-, gewest-, provincie- en gemeentegrens tussen Vlaanderen en Wallonië. De 141 meter hoge berg is voor een deel dus ook de Mont de l’Eclus. Ik zit plots tussen de vele recreanten. In dit bos kom ik de ene na de andere GR tegen: GR 123 (rondweg in West-Henegouwen), GR 122 (van Hulst in Zeeland naar de Franse Champagnestreek) en de streek-GR Vlaamse Ardennen. De Kluisberg aflopend heb ik zicht op West-Vlaanderen, de streek tussen Schelde en Leie.


De Schelde

En zo arriveer ik in West-Vlaanderen, over de Schelde.


Sporen uit het verleden

In Avelgem rijden geen treinen meer. Toch was het een groot spoorwegknooppunt tot rond 1960. De lijnen Kortrijk-Ronse (83) en Roubaix-Oudenaarde (85) kruisten hier elkaar. Op lijn 85 zaten vooral de trimards, Vlaamse arbeiders die gingen werken in Noord-Frankrijk.

De trimards of fransmans waren Vlaamse Seizoensarbeiders die tussen de tweede helft van de 19e tot in de late jaren 50 van de vorige eeuw naar Noord-Frankrijk trokken om te werken. Vooral op de bietenvelden, in de vlasnijverheid of de cichorei-asten. De naam bietenmannen werd vaak gebruikt of de Franse bijnaam Les Godverdommes. De seizoenarbeiders die vanuit het Hageland of de Kempen naar Wallonië trokken werden Walenmannen genoemd.

Ik volg lijn 83 tot in Heestert en Moen, waar de spoorberm tot een natuurgebied is omgevormd.


Tussen Leie en Schelde

Het kanaal Kortrijk-Bossuit verbindt de Leie met de Schelde. In 1861 werd het 15 kilometer lange kanaal geopend in bijzijn van Koning Leopold I. Het Orveytbos waar ik doorwandel is een hoge berg met klei, ontstaan van het uitgraven van het kanaal. Op 76 m hoge heuvel in Zwevegem kom ik Molen ter klare tegen, een korenwindmolen. Hier kom ik een bordje tegen van een fietsroute naar Bevergem, een niet bestaand dorpje uit de gelijknamige reeks…


Van Bevergem naar Bellegem

Voor ik in Bellegem arriveer kom ik op een elektriciteitspaal oude wandelwegwijzertjes tegen van de E2 wandelroute tussen Schotland en Nice. Waarschijnlijk dat heel weinig passanten deze opmerken. Het doet me denken aan een wilde fantasie van mij om de route naar Nice te wandelen… over de Alpen…


Wandelrapport

Naam: GR 5A Wandelronde van Vlaanderen
Datum: zondag 3 februari 2019
Etappe: X
Aantal kilometer: 32,7 km (waarvan ± 1 km aanlooproute)
Duur: 6h 27m (8:55 – 15:22)
Vervoer beginpunt: Trein (station Ronse)
Vervoer eindpunt: Bus 16 (De Lijn, Bellegem) → Trein (Station Kortrijk)

Wandelkaart

S-GR Dijleland deel 5

Kerstdag 2018. Op de planning stond het laatste deel van de Streek-GR Dijleland. Een mijlpaal, want hiermee sloot ik niet enkel deze GR-route af maar een heus wandelhoofdstuk. Beginpunt was het station van Erps-Kwerps.

De ochtend begon met een serieuze misrekening. Iets voor acht sjokte ik Brussel-Centraal binnen met net genoeg tijd om een ontbijt en middaglunch te halen. Natuurlijk was er niks open! Het was Kerstmis. Zelfs in centrum Brussel waar je tot diep in de nacht uw haar kunt laten doen en menig pittakraam ’s ochtends als ik naar het werk passeer nog open is. Ook de Starbucks met ontiegelijke openingsuren deed mee. Ik snakte naar een koffie. Mijn maag manifesteerde zich gelukkig niet wegens de gigantische charcuterieschotel van de avond ervoor. Ik zag wel al licht branden achter het ijzeren hekken van de Panos. Zou die misschien open gaan? Mijn trein was om 8h04. Dat zou krap worden… Vijf minuten voor acht knarste het hekken halfopen. Een winkelbediende kwam eronder gekropen en begon met tafels en stoelen te sjouwen. Dit zou het niet worden. Een uur later de volgende trein nemen? Winkels onderweg zoeken zou al helemaal een ramp worden. Gelukkig ging ik alléén wandelen. Ik word me een portie humeurig als ik honger heb. Om 8h01 piepten de hekkens helemaal open. Ik nam de gok. Belegde broodjes waren niet in voorraad, dan maar op koffiekoeken leven. Ik durfde nog een koffie bestellen en spurtte alsof ik achterna werd gezeten door een hond naar het perron en sprong in de trein. Achter mij schoven de deuren toe. Hijg.

Wie nog in zijn bed lag te herkauwen heeft een prachtige zonsopgang gemist. Het voelde hier en daar aan als een witte Kerst. Omdat het gerijmd was leverde dat mooie glinsterende weilanden op. De zon kroop van tussen de populieren omhoog en kondigde een hemelsblauwe dag aan. Al snel kwam ik drie joggers tegen. Wat dachten zij eigenlijk? ’s Morgensvroeg in de vrieskou een potje gaan lopen. En dat op Kerstdag. Hun half verteerde toastjes met paté van reebok, half vergane kalkoen en er achteraan gegooide dessertenbuffet klotsend tegen de maagwand. Dat moet deugd gedaan hebben. Ik zie ze heldhaftig afspreken met elkaar: “Wat we ook doen op Kerstavond, we gaan ’s ochtends lopen!”. Het doe met denken aan die keer toen ik met een vriendin op een verwaaide nieuwsjaarsochtend de mis ging opluisteren. We speelden beiden nog trompet. Ik moet achttien jaar geweest zijn en ging nooit naar de Kerk. Het waarom van deze heroïsche daad weet ik niet meer. Ik zie me zo ja zeggen toen de vraag kwam. Of was ik de aanstoker? We gingen op stap tot enkele uren voor de dienst begon. Uitgeteld probeerde ik wat in de zetel te ontnuchteren en wakker te blijven. Tijdens de mis moest de priester vanachter zijn altaar telkens een teken doen wanneer we moesten beginnen. Iedere keer dat we warmgeblazen raakten konden we terug afkoelen. Spannend allemaal! Ik zou het waarschijnlijk zo opnieuw doen :-). Het doet me ook denken dat ik binnen een paar dagen een Kerstconcert moet meespelen en ik de helft van de stukken nog niet heb gerepeteerd. Dat wordt ook boeiend daar op dat podium.


Verder wandelend met een stralende zon in mijn gezicht verliet ik Kwerps (van Erps) en ging via het klein natuurgebiedje Molenbeekvallei richting de aaneengeklitte dorpen van Beisem en Veltem. Na het station van Veltem begon het landschap te heuvelen. Na de beukengalerijen van Bertembos kwam ik Bertem binnen die geplooid zit tussen de E40 en de verkeerswisselaar met de E314. Geen files vandaag. Ik volgde vanaf hier het kleine riviertje de Voer, mijn metgezel tot bijna op het einde. Van het bijhorende kunstwerk “Converstaties langs de Voer” van Tjerrie Verhellen en Marie-André Beeckmans werd ik meteen fan. Verder naar Leefdaal en Vossem, waar ik een oude bekende tegenkwam: de Streek-GR Groene Gordel.


Beide routes vallen hier samen tot in Tervuren. Op dit stuk is mijn GR-avontuur drie jaar geleden begonnen. Op 2 juli 2016 beleefde ik mijn eerste GR-avontuur. Na heel wat kleine provinciale routes en wandelknooppunten gedaan te hebben was dit een ander soort beleving. Door op langere afstanden te wandelen zag ik en voelde ik landschappen veranderen. Het inplannen van de start- en eindpunten met openbaar vervoer bleek zelfs iets leuks te zijn! Het voelt echt als onderweg zijn. Met als doel? Geen! Het beleven van het moment als voldoende ervarend. Niet alleen wat ik op mijn wandelingen tegenkom maar ook het uren kunnen denken zonder gestoord te worden. Dat is iets dat heel veel mensen kwijt lijken te zijn. Samen zijn met jezelf. Ik kan het alleen maar aanraden. Ook al kan het in het begin misschien wat wennen zijn, zo aan jezelf. Ondertussen neem ik nu en dan iemand mee tijdens mijn tochten. Samen een eind babbelen of zwijgen. Een iets andere beleving maar ook intens door het lange samenzijn onderweg.

De drie S-GR Routes in Vlaams-Brabant op een rij: S-GR Groene Gordel (147 km), S-GR Dijleland (119 km) en S-GR Hageland (153 km)

Met het betreden van het Park van Tervuren sloot ik ook de derde streek-GR route van Vlaams-Brabant af. Drie grote lussen gelopen en een provincie verkend, een hoofdstuk bewandeld. En net als die eerste keer nam ik het iconische trammetje 44 door het Zoniënwoud terug naar huis.

Wandelrapport

Naam: S-GR Dijleland
Datum: 25 december 2018
Etappe: 5
Aantal kilometer: 24,83 km (± 22,5 km GR, ± 1,5 km aanlooproute, ± 1 km aflooproute)
Duur: 5h 3m (8:38 – 13:40)
Vervoer beginpunt: Trein (station Erps-Kwerps)
Vervoer eindpunt: Tram 44 (MIVB, Tervuren)

Wandelkaart

Het traject: Station Erps-Kwerps → Veltem-Beisem → Bertem → Leefdaal → Vossem → Tervuren

S-GR Hageland deel 4

Vandaag stond het laatste deel van de Streek-GR Hageland op de planning. 40 kilometer, van Ezemaal naar Leuven. Dit waren mijn laatste stappen op deze GR die in totaal 153 kilometer lang is (uitgezonderd de laatste 10 kilometer die in een lusvorm met de Leuvens stadsvariant van de GR128 een mooie 22 km vormt en zo mooi de aansluiting met het broertje de Streek-GR Dijleland). Het hele eind viel overigens samen met de GR128 (Vlaanderenroute).

In de wintermaanden is het aantal uur daglicht beperkt om grote dagtochten te wandelen. Daarom moest ik zeer vroeg uit de veren. Ik heb mij vorig jaar zo eens mispakt met de overgang naar het winteruur. De GR126 (van de Schelde in Bornem naar de Semois) gaat in Brussel de Ring onder recht een bos in. Toen ik de tunnel uitstapte was plots de nacht gevallen en moest ik in het donker op de tast een tramhalte zoeken. Ik was niet alleen die mij misrekend had. Het ritselde daar langst alle kanten (ik vraag mij af hoeveel lezers er zijn die nu verkeerde dingen denken). Deze ochtend nam ik dus voor de zekerheid de trein van 7h20 in Brussel Centraal. Dat is even vroeg als op een werkdag met het verschil dat de Panos geen kalkoenspek in voorraad had om tussen mijn pistolet te steken en dat ik nogal wat aangeschoten mensen tegenkwam die nog aan het uitgaan waren. Het was ik die daarentegen opviel tussen het opstap gaande publiek, met mijn wandelkostuum (sinds onze laatste wandelvakantie wandel ik nu officieel in een wandeltenue uit de rekken van de Decatlon. Die is evenwel ruim 15 jaar voor ik het aanschafte uit de mode geraakt).

Toen de trein Brussel-Noord uitreed begon het me in mijn ooghoek te dagen. Ik wist van bewolkt en niet te veel wind zodat er een milde 5°C ging heersen vanaf de middag. Maar sneeuw die uur na uur veranderde in een smeltende brij? Daar had ik geen rekening mee gehouden. De vorige etappe strandde ik trouwens uitgeregend in het station van Ezemaal. Eerder dan gepland. Ik wilde in Hoegaarden geraken. Mijn paraplu waaide in stukken vaneen. Een losgeraakte balein sloeg constant tegen mijn hoofd. Het perron van Ezemaal bood mij tenslotte het gezelschap van een gepensioneerde Waal die me gerust stelde dat de treinen daar altijd te laat komen. Ik heb toen de eerstvolgende trein genomen, weliswaar in de verkeerde richting, zodat ik alvast in de warmte kon beginnen druipen. Voor wie het zich afvraagt: dankzij het weekendbiljet niet eens in het zwart.


Terwijl het buiten nog donker was startte ik mijn wandeling op een Waalse steenweg. Die ging al snel over in een wanordelijk netwerk van kerkwegels tussen enkele dorpen. Ik liet mijn voetsporen achter in de sneeuw. Tegen het einde van de dag zouden ze vast verdwenen zijn. Alsof het een miniatuurproces van het leven zelf betrof. Het witte landschap rondom mij veranderde langzaam in een grijze mist. Mijn gedachten klaarden door het wandelen op. De tocht verbond dorp na dorp via golvende veldwegen. Af en toe onttrok een holle weg het zicht weg van de omliggende glooiende akkers. Het was geen zondagmorgen als een andere. Geen wielertoeristen behalve die ene verdwaalde mountainbiker. Weinig hondenpootjes van uitgelaten baasjes. Enkel twee bewakers die op verlaten provinciedomein van Opheylissem wachtliepen. Menselijke activiteit hoorde ik enkel via de ruisende snel- en spoorwegen. Terug in Vlaanderen veranderde het landschap in een georganiseerd lappendeken door de ruilverkaveling. Hoegaarden bracht mij niet de idyllische brouwerij die in mijn hoofd zat. Het leek eerder een fabriek van veevoeders. De route slingerde zich ondertussen verder tussen de lege winterakkers en verbond kapelletjes met kleine dorpjes tot ik tenslotte verzeilde in de vallei van de Mene en Jordaan. Een zeer nat natuurgebied bestaande uit wei- en hooilanden afgewisseld met enkele bosjes. Een tamelijk ruig en verlaten gebied. Ik zag in de verzopen modderpad dat een paar verdwaalde stappen mij voor waren geweest.


Uiteindelijk kwam ik terug in het typische heuvelachtige Brabantse landschap van akkers en holle wegen. Zelden kwam ik op een wandeling zo weinig mensen tegen. Het zou nog tot in Leuven duren waar kuddes zondagswandelaars losgelaten waren in het recreatiepark Abdij van Park. Ik sloot me aan tussen het flanerende volk, al vond ik me er niet tussen passen. Ik had bijna 40 kilometer in afzondering gewandeld. Mijn hersenen waren daaraan gewend geraakt. Ik kwam stilletjes aan terug in de werkelijkheid door in de wachtzaal van het station een zuigkoffie op te drinken. In een overvolle luchthaventrein wurmde ik mij tenslotte tussen de valiezen door naar een toevallig overgebleven zitplaats waar ik na twee minuten in slaap viel.


Dit zuidelijke deel van de Steek-GR Hageland week enigszins af van de andere delen. Terwijl ik in het noorden tussen de Hagelandse ijzerzandsteenheuvels afwisselend in de fruit- en wijngaarden en bos- en natuurgebieden vertoefde, ik me in het oosten in een, weliswaar platter en opener aanvoelend, vleugje van het Haspengouw bevond, is het zuiden gekenmerkt door uitgestrekte akkers, weidse vergezichten en holle wegen. Wie de natuur wil opzoeken komt hier weinig aan zijn trekken. Toch heb ik genoten van deze tocht. Het is net de verscheidenheid aan landschappen die ervoor zorgt dat de pareltjes erboven uit stijgen, dat de her en der overgebleven of ingerichte plekjes bijzonder aanvoelen.

De foto’s, in volgorde van verschijnen:

Wandelrapport

Naam: S-GR Hageland
Datum: 16 december 2018
Etappe: 4
Aantal kilometer: 40,42 km (± 38 km GR, ± 2 km aflooproute)
Duur: 8h 2m (8:17 – 16:19)
Vervoer beginpunt: Trein (station Ezemaal)
Vervoer eindpunt: Trein (station Leuven)

Wandelkaart

Het traject: Station Ezemaal → Hélécine (Waals-Brabant) → Goetsenhoven (Tienen) → Hoegaarden → Willebringen (Boutersem) → Bierbeek → Station Leuven