Terug naar 2012

Nawoord

Ik heb een hoop zorgen. Grote, maar ook een hoop kleintjes. Het omgekeerde is even waar. Ik leef onbekommerd en leef intens. Daar kan ik echter hier op deze pagina’s niet te veel over uitweiden. Mensen denken nogal snel en met hun eigen verbeelding. Daardoor lijkt het net of ik het altijd leuk en aardig heb of denken anderen misschien dat ik heel eenzaam ben. Ik schijn veel te hebben. En veel te doen. Mensen houden daar van. Anderen helemaal niet.

Dit is een voorstelling in zwart-wit om makkelijker te doen begrijpen terwijl er zoveel kleuren tussen die uitersten zijn. Of het resultaat van het lezen van mijn schrijfsels nu een soort afgunst is, of mensen net goedgehumeurd worden, het blijft een moeilijke onderneming om over mezelf te schrijven. Is het imagobuilding? Wil ik waarheidsgetrouw zijn? Geef ik enkel de leuke uitjes? Is het een schreeuw om aandacht? Ik hoop in ieder geval niet. Mijn intentie is om een verhaal te uiten, al dan niet met een boodschap of een zoektocht naar inzichten of gevoelens. Is verdriet niet even mooi en intens als geluk? Vooral dan achteraf gezien.

Ik denk, en dat uit ondervinding door commentaren te lezen en met mensen te spreken, dat velen veronderstellen dat wat ik hier schrijf, de enige echte waarheid is. Ongeacht wat de definitie van waarheid is, is de vraag of ikzelf wel de waarheid over mezelf ken? Misschien is realistisch een beter woord. Maar voor een realistische weergave van mijn doen en laten zou ik veel meer moeten schrijven. Uren aan een stuk. Dan maak ik niets meer mee en moet ik hier echt alles gaan verzinnen. Dat blijkt een kringverwijzing en dus onmogelijke opgave. Wat heb ik aan theorie als ik niet kan falen in het echte leven? Ik heb schrijven nodig om intens na te kunnen denken.

Ik schrijf hier onder mijn eigen naam en over onderwerpen die schijnbaar echt zijn. Soms. Heel af en toe lijken ze te kloppen. Nog sporadischer kloppen ze ook. Dat moet ik toegeven. Vooral mensen die mij kennen in het echte leven zijn soms het noorden kwijt. Soms zijn ze bezorgd, terwijl ze net niet bezorgd zijn op momenten dat het er wel zou toe doen. Voor degene die eventueel denken dat mijn stukjes authentiek zijn, U hebt het mis. Daar kunt u zelf niet veel aan doen. Het komt door de stijl. Maar ga er vanuit, na dit te hebben gelezen, dat mijn geschreven verhalen pure verzinsels zijn. Ook al lijken ze echt. Laat ik nu maar terug van U naar je gaan. Dat klinkt een stuk sympathieker.

Stilte

De tijd is nu. Ergens in het oog van een orkaan. Oorverdovende stilte. Een paar dagen geleden was er nog hevige storm. Binnen enkele weken begint de wind opnieuw aanwakkeren. Maar nu even niet. Nog niet. Een hoofdstuk wordt omgedraaid. Ik had nog zoveel dingen te doen. Ook al wist ik het al lang – sinds de val van het imperium anderhalf jaar geleden – het kwam plots.

Tientallen mensen bezochten het nest. Dagelijks werd er gestofzuigd, afwas vakkundig verborgen onder het aanrecht, ruiten werden plots gekuist, de douche grondig ontkalkt, zelfs de dakgoot kreeg een kleur. In die zweem van netheid probeerde ik te leven. Normale mensen worden rustig in een grondig gepoetst huis. Ik werd lastiger, verkeerde in slapeloos piekeren en was overdag uitgeput en lusteloos. Er was maar één ding in mijn hoofd. Het nest moest een andere bewoner krijgen. En snel! Ik hield niet van al die indringers. Het is mijn thuis!

“Wat is de reden dat u het huis verkoopt?”

Het standaardantwoord luidde “We verhuizen naar Brussel. Voor het werk… We zouden het huis heel graag meenemen!” grapten we er altijd bij. Dat laatste was niet eens gelogen. Ik woon hier graag. Het staat alleen verkeerd.

De twee, al lang van elkaar losgerukt, werkten heel even terug samen. Als een team. En we deden het! In minder dan twee weken! Handtekeningen werden gezet. Klaar.

En zo is het enige nog tastbare verkocht. Alleen herinneringen blijven over. En vriendschap. Een leven wordt afgesloten. Ook al zijn we anderhalf jaar geleden uit elkaar gegaan.

Veel tijd om stil te staan is er niet. Een volgend hoofdstuk dient zich aan. Ik kan niet geheel zeggen dat het vanaf nu anders gaat zijn. De verandering is al langer ingezet. Mensen ontmoeten. Er leren zijn voor mensen. Met vallen en opstaan. Ook al deel ik dit ding hier op in hoofdstukken, zo werkt het niet. Alle leven gaat door. Rondom mij. Met mij. Alles en iedereen leeft. De ene wat meer dan de ander. Ik hoop dat ik bij die ene mag horen. Tot aan de andere kant van deze bladzijde!

Blaas!

Een aantal jaar geleden ontmoette ik een man in mijn muziekles. Hij had een gezegende leeftijd en speelde al jaren trombone. Hij wou nog lessen volgen. Hij speelde zo graag. Alleen had hij zo ongelofelijk veel moeite om te spelen. Het instrument vraagt immers veel lucht. Zijn ademhaling kon het niet meer aan. Telkens weer probeerde hij een maat vol te spelen. Hij wou zo graag musiceren. Het instrument vroeg zo veel macht. Te veel macht. Ik had medelijden. Ik gunde het hem zo. Het was zijn passie. Hij kon echt niet meer. Op een dag heb ik hem nooit meer terug gezien. Ik weet niet of hij het ooit heeft kunnen verwerken…

Toen ik in het derde middelbaar zat, kwam er plots in het midden van het schooljaar een nieuwe klasgenoot binnen gewandeld. Dat klikte toen ongelofelijk hard. Ik had plots en onverwacht een beste vriend. Anderhalf jaar later verhuisde hij, heel snel en onvoorzien. Van de ene op de andere dag naar ergens ver weg. Internet en gsm hadden we nog niet. Een wervelende tijd werd abrupt afgebroken. Het was intens geweest. Ik had een soulmate. Iemand waar ik zo graag mee optrok, mee kon babbelen. Het wervelde zo. Ik was hem kwijt. Het heeft me heel veel tijd gekost om het te verwerken…

Moeten we van iets of iemand wat we graag doen of hebben, zoveel mogelijk profiteren? Zolang het kan! Of moeten we het stilletjes koesteren, met mondjesmaat van genieten? Je hebt mensen die een espresso in één teug leeg drinken. Anderen nippen en genieten van iedere slok. Soms ben ik bang om, als ik iets fijn heb of meemaak, dat te verliezen. Dan durf ik niet zoveel mogelijk te beleven. Omdat ik bang ben dat de klap hard aan zal komen als het er op een dag niet meer is. Bevreesd zijn om iets of iemand te graag te zien. Anders, als ik bewust en heel intens van iets geniet, dan heb  ik zo’n zalig  en voldaan gevoel. Dan vraag ik me af waarom ik me soms inhoud, te beheerst ben…

Het Pad

De leegte

Nadat ik was afgestudeerd, had ik vooral behoefte aan avontuur. Ik herinner me dat leuke gevoel nog levendig. Ik was plannen aan het smeden en wilde verder de wijde wereld intrekken. Veertien dagen later begon ik met werken. Dat ging gewoon zo. Alle dromen die ik had van toen ik puber was, lagen aan diggelen. Het avontuur werd opgeborgen, plannen werden dicht gevouwen, de wereld werd van onder mijn voeten weg getrokken.

Spijt had ik niet – ik doe mijn werk heel graag – en stortte me als een bezetene op mijn bouwwerven. Ik vergat gewoonweg het avontuur. Ik had het ook helemaal voor elkaar. Buiten het kleine detail dat ik homo ben, voldeed ik perfect aan de verwachtingen. Ik had een vaste relatie, ging samenwonen, had vast werk, onderhield een tuin en verwaarloosde de huisdieren. Het was als een gezin, maar dan zonder kinderen. Ik deed zoals iedereen. Daar was niks mis mee.

Er sluimerde echter iets. In fel contrast met al mijn verworven bezittingen die ik had, was ik constant zoekende, een decennium lang. Ik had alles wat alle mensen hadden… en nog was het schijnbaar niet genoeg. Ik voelde een leegte. Een constante dorst die niet te lessen viel. Eerst kon mijn werk dat invullen. Ik deed meer dan wat er van mij verwacht werd en putte daaruit heel veel voldoening. Het bleek achteraf een surrogaat te zijn. Op een gegeven moment was ik opgebrand. De leegte bodemlozer dan ooit tevoren.

De tweesprong

Jarenlang leefde ik met grote dromen. Ik droomde dat ik leefde. Alles waarin ik geloofde was vervaagd tot grootse idealen, die ik niet meer krijgen kon. De vrienden van vroeger, waar ik nog mee had gespeeld, hadden allen hetzelfde leven. Het is daarom moeilijk te ontkennen dat iedereen het niet heeft gemaakt.

Nu ben ik weer ontwaakt. Die vertrouwde samenleving waar ik deel van uitmaak is futloos en zonder enige kracht. Ik loop mij af te vragen wat ik hier nog kan bereiken. Gevoelens zijn de kop ingedrukt. Sterk zijn is het levensdoel. Mijn puberdromen van weleer passen niet in deze gemeenschap. Soms mis ik mijn oude kamertje. Daar zat ik alleen met mijn muziek. Af en toe lichtte ik een oor van mijn koptelefoon omdat ik iets dacht te horen. Gestommel op de trap, een kraak in de houten vloer. Meestal was er niks. Alleen muziek. En in mijn hoofd, adembenemende beelden en gedachten over het leven.

Wat wilde ik later in mijn leven? Die vraag hield me heel erg bezig. Het praktische antwoord kwam niet. In plaats daarvan ontwikkelde ik een levensfilosofie. Ik vond het veel belangrijker dan antwoorden verzinnen hoe ik mijn leven, die op de vooravond stond van ontwaken, moest gaan inrichten. Eenvoud was de rode draad doorheen mijn gedachten. Ontmoeten van mensen. Luisteren naar verhalen. Lezen van  gesprekken. Toen ik eenmaal op pad ging in de echte wijde wereld, leerde ik gretig. Ik liet de ervaringen op mij afkomen. Deed mee aan andermans leven. Te weinig heb ik zelf het lot in eigen handen genomen. Besef ik nu. Want op de dag dat ik volleerd achtte te zijn, ik een eerste keuze moest maken en de tweesprong op mijn pad tegenkwam, koos ik voor de gemakkelijke weg. De weg die ik gaandeweg vervloekt heb. Het avontuur van de eenvoud ebde weg. Grootse plannen werden gemeed en dood geboren. Ik stelde me alles rooskleuriger voor dan het ooit kon worden.

Tot ik begon te beseffen hoe dwaas ik was geweest en hoe ik als puber het bij het rechte eind had. Hoe kon ik zo mijn eigen Gedachten en Geweten verloochenen? Wat mij nog restte was het zoeken naar het pad die ik ooit betreden had. Tot aan de tweesprong. Om dan de andere weg te nemen. De weg van de eenvoud. Het avontuur.

“Ik denk dat je die juist genomen hebt. Ha!”

Ondertussen in het echte leven

Ik ben iemand die niet snel vergeet. Mijn systeem heeft er een handje van weg om alle negatieve gebeurtenissen op te slaan en nooit meer te wissen. Het heeft me een pak verloren tijd gekost om bepaalde verbitterde en cynische gevoelens die ik had bij het kijken naar mijn verleden, een plaats te geven. Het besef dat ik verkeerd bezig was, sluimerde al een tijd in mijn Gedachten. Het verwerken ging pas in werking treden op het moment dat het imperium in duigen gevallen was en mijn Geweten zich begon te manifesteren. Omdat ik er plots en eindelijk alleen voor stond. In contrast stond mijn overvolle sociale agenda. Dat hielp me op de been. Een welgekomen afwisseling tussen het verwerken dat tussendoor verliep. In stilte. Met mezelf. Ik ging in mijn eentje op zoek naar het pad van weleer.

Echter, gaandeweg ontdekte ik, dat ik helemaal niet alleen was! We waren al een tijdje samen toen ik het begon in te zien. Waarom het zo klikt tussen ons, waarom ik naar hem opkijk. Niet dat ik een kopie van Wim kan of wil zijn. Door zijn zijn herinnerde ik me terug mijn zijn van weleer. Hij maakte me, zonder het zelf te weten, bewust van wat ik in al die jaren kwijt was gespeeld. De ingewikkelde zoektocht naar hoe ik terug moest veranderen naar vroeger, evolueerde in het eenvoudigweg doen van eenvoudige dingen. Eenvoudiger dan dit kan ik het niet uitleggen! Ik deed kleine dingetjes, heel veel kleine dingetjes. Ik begon te luisteren en te voelen… Ik ontmoette afgelopen jaar heel veel verschillende mensen met onwijs uiteenlopende verhalen. Iedereen heeft zijn individuele queeste, elk langs eigen paden. Sommige paden doorkruisen die van anderen, of lopen parallel. Ik haalde zoveel inspiratie uit al die verhalen. Misschien is dat wel nog belangrijker in mijn leven. Ontmoeten. Je kunt dat niet eens bezitten. Alleen beleven.

De vergissing

Het constante verlangen om terug te keren naar het pad van toen ik puber was is hoogstwaarschijnlijk de oorzaak zelf dat ik het niet terug vond. Hoe kon ik jaren later, met een bagage vol ervaringen, terug in de jongere versie van mezelf kruipen? De tweesprong werd een symbool in mijn Gedachten. Daar moest ik kost wat kost terug naartoe. Een cruciale redeneringsfout bleek achteraf. Mijn Systeem fnuikte zichzelf. Leg daar nog eens de torenhoge levensverwachtingen van een jonge twintiger bij en de val ging niet meer open.

Ik ben niet op hetzelfde punt terug gekeerd. Onmogelijk. De eenvoudige Gedachten van toen zijn nu veel rijker geworden met alle gebeurtenissen die ondertussen in mijn leven hebben plaatsgevonden. Niet alles was negatief. Ik heb vooral ook leuke dingen meegemaakt! Laat dat duidelijk zijn in deze afrekening met het verleden. Ik had ook de negatieve aspecten van bepaalde keuzes nodig om tot hetgene te komen wat ik nu terug herontdekt heb. Evolueren kon door ook fouten te maken.

Wat ik tot slot nog wil benadrukken, is de schaduwkant tijdens mijn zoektocht. Of hoe ik tijdens het zoeken sloeg naar alles wat er voor had gezorgd dat ik niet de andere keuze had gemaakt. Als tegenstelling wierp ik vaak het gezin met bijpassend huisje, boompje en baby’tje in mijn gevecht. Die praktische uitingen van de maatschappij waren een voor de hand liggende schietschijf. Met z’n allen tegen één. Wat voelde ik me vaak zielig en onbegrepen. Ze oordeelden over mij… ik maakte dezelfde fout door terug te oordelen. Ik vuurde op iedereen. Behalve op mezelf.

Wat mijn grootste vergissing in mijn zoektocht was, is dat ik de verkeerde keuze had gemaakt, niet de maatschappij waar ik me minder in thuis voel. Wat ik komende tijd wil leren is dat ik mijn leven ga leiden en het niet met dat van een ander ga vergelijken. Moeilijk. Want meten we ons niet altijd met anderen? Waar we staan en vooral waar we beter in zijn?

Het verlangen

Iedere dag leer ik om het onbekende, oneindige pad die ik neem, niet angstig te betreden, maar juist inspiratievol tegemoet te gaan. De combinatie van eenvoud en avontuur kan wel eens een fantastische toekomst herbergen.

De reis terug

In mijn hoofd

“Ik vind dat je overdrijft! Trouwens, je zit al maanden tweehonderd per uur ter rijden in tweede versnelling! Ha!”

“Wat?”

“Dat je alles opblaast! Ha!”

“Wie denk je wel dat je bent? Je hoeft je niet te moeien. Ik weet zelf ook wel dat ik in overdrive zit. Dat ebt wel weg.“

“Daarom ben ik terug gekomen! Denk je dat je het alleen kan? Ha! Je hebt me nodig! Je wilt het alleen niet toegeven!”

“Pfff, het leven was een stuk minder saai toen je weg was. Ik heb je geen seconde gemist. Voor mijn part kun je terug vertrekken. Een reis rond de wereld!”

“Wat denk je nu? Dat ik die wereld niet gezien heb? Zo groot is je hoofd ook weer niet! Ik zat de laatste maanden trouwens in mijn vakantiehuis aan jouw ‘Meer der Vergetelheid’, omdat ik die stomme wereld van je beu gezien was! Ha!”

“Maar er is veel veranderd hoor in de tijd dat je weg was!”

“Laat me niet lachen! Veranderd? Niks veranderd. Hoe kun je nu veranderen? Leren en evolueren! Dat ja! Veranderen? Vergeet het! Je bent geen haar veranderd! Behalve het kleur! Dat is grijzer! Ha!”

 “Wat moet ik dan doen?”

“Niet nadenken, dat heb je toch al eens gezegd! Je hebt je weer laten kisten! Ha! Je bent meer bezig met het systeem zelf dan dat je het systeem zelf gebruikt!”

“Maar ik ben zo. En ik kan niet veranderen zei je. Ik bouwde vroeger met Lego, ik speelde er niet mee.”

“Verander jezelf dan niet! Je kunt je niet anders maken dan je bent! Pas je gewoon aan!”

“Jij hebt makkelijk praten. Jij weet het altijd beter.”

“Neen, jij weet het altijd beter! Ik weet het gewoon! Ha!”

Ik heb het geweten

Het is me nooit gelukt om mij los te koppelen van zijn gedachten. Ik heb er lang over nagedacht toen ik aan zijn ‘Meer der Vergetelheid’ zat. Op dat moment was ik door hem botweg aan de kant gezet. Ik geloof dat hij dat meer dan een decennium heeft vol gehouden! Weet je hoe lang dat wachten is!? Ha! Ik was op zoek naar hoe ik terug kon komen, om daarna meer onafhankelijkheid op te eisen! Hij had er immers een zootje van gemaakt! Zelf was hij er van overtuigd dat hij het bij het rechte eind had. Boos was ik! Ha! Ik smeedde wilde plannen om zijn gedachten te overmeesteren. Het lukte me niet. Tot ik tot de conclusie kwam dat tijd het enige antwoord was voor onze gezamenlijke terugkeer. Hij moest leren van zijn fouten. Alleen door eigen ervaring zou hij erachter komen waar hij de mist in was gegaan. Toen zijn gedachten na jaren ploeteren vrij begonnen komen, pakte ik mijn koffers en verliet mijn vakantiehuis. Mijn reis duurde meer dan een jaar. Die tijd had Peter nodig om het pad te zoeken waar hij een decennia geleden ook al eens was gepasseerd. Hij vond het, en staat op dit ogenblik op de tweesprong die hij toen ook aantrof…  Ik heb altijd geweten dat hij terug zou keren naar deze keuze! Ik weet dat hij voor het andere pad gaat kiezen. Ha! Ik heb het geweten! Ik ben het Geweten! Ik ken hem! Ik weet hem! Ik ben hem! Ha!

In zijn hoofd

Geen mens kan in het eigen hoofd kijken en het is misschien daarom het ideale moment dat ik dat eens omschrijf. Je leest ten slotte niet altijd de woorden van een Geweten. Ik weet niet of de inhoud van Peters hoofd hetzelfde is als bij andere mensen. Het zou me niet verbazen dat het totaal anders zou zijn. Hem kennende, wil hij altijd omgekeerd zijn. Ha!

Aangezien Peter nooit de hersenen heeft gestudeerd – hij deed Bouw op school – kan ik die ook niet benoemen. Ook al weet ik heel veel en heb ik het altijd bij het juiste eind, toch slorp ik alleen de kennis en ervaringen op die hij meemaakt. Er zijn dus maar een paar plaatsen die ik je kan meegeven tussen alle kwabben door. De hersenen zijn voor Peter een soort grote inktvisachtige massa. Hier en daar zijn er kamers of landschappen zoals het ‘Meer der Vergetelheid’ of zijn befaamde Bibliotheek. Hij heeft in ieder geval grootheidswaanzin, want al die toestanden kunnen natuurlijk niet in dat kleine hoofd van hem. Ha!

 Peter is er van overtuigd dat er geen systeem van een engeltje/duiveltje is. Er zijn slechts 2 figuren. Hijzelf en Mezelf. De Gedachten en het Geweten. Vaak word ik omschreven als het goede. Maar soms zorg ik ervoor dat hij net over de schreef wordt getrokken om eens buiten de lijntjes te kleuren. Ik moet daarbij soms sleuren en trekken. Die dekselse Gedachten krijgen zoveel bandbreedte dat ik het moeilijk heb om er tussen te komen. De miljarden Gedachten stromen constant door al die stelsels in zijn hoofd. Het is geen houden aan. Ik moet altijd vallen opstellen om Gedachten door mijn persoon te vervangen. Die Peter denkt altijd dat hij mij de loef kan afsteken! Daar gaat hij wel wat vroeger moeten voor opstaan! Ik ben uitgerust na al die jaren en zit vol inspiratie! Het is trouwens…

“Heej, gaat het een beetje? En kan het stiller? Ik probeer een verhaal te schrijven.”

Niemand houdt je tegen! Toch?! Behalve ik dan! Ha!”

“Weet jij wat voor intieme dingen je hier schrijft? Je laat dingen uit mijn hoofd optekenen! Veel kan… maar dit zijn een paar grenzen te ver! Denk nu maar niet dat je mij kunt overmannen! Of ge kunt terug op reis!”

“Zagevent! Ha!”

Een korte bezorgdheid

Al een tijdje schrijf ik op deze website en het is gebleken dat de schrijfsels nogal aan de korte kant zijn. Ik hoop dat u daarom genoten hebt van dit berichtje.

… nakomelingen

Milkshake

Dit weekend werd in mijn vriendenkring één der laatste kinderloze koppels ouder van een echte baby. Een welgemeende proficiat is daarbij op zijn plaats! Nu zat ik te denken. Stel je eens voor dat ik op één of andere duistere manier een kind zou verwerkt hebben… bij een vrouw… dan nog.

De enigste aangelegenheden die de blubberige massa onder mijn hersenpan vindt bij het woord baby zijn: eten, wenen en diarreren. Dat is nogal kortzichtig. Dat weet ik zelf ook wel. Ik ben ook onervaren in die materie. Maar wat moet je met zo’n echte baby aanvangen? Ge kunt dat nog niet naar de muziekschool sturen. Dat weent alleen maar fortissimo’s. Trouwens, ik heb nog nooit een – met diep uitgesneden wallen – mama of papa gehoord die makkelijk de baby des nachts stil tot eventueel zwijgen kon brengen. Behalve in Witse of Heterdaad.

Wat moet je eigenlijk doen wanneer zo’n zuigeling honger heeft als ge onderweg zijt in, bijvoorbeeld, een drukke winkelstraat? Ge kunt die baby nog geen milkshake van de Mc Donalds geven. Of wel? Behalve in rusthuizen, waar ze toch alleen maar koken voor mensen zonder tanden, moet je toch een hele hoop potjes en koekjes en halve fruitwinkels en borsten meenemen? En dan noem ik nog niet de bergen speelgoed, dozen pampers, bed, kinderzitje, dekentjes… niet. Naar het schijnt moeten mensen met kinderen ook een aanzienlijke auto aanschaffen met een kofferbak die groter is om alleen maar een – ik noem maar een willekeurig voorbeeld – trombone te vervoeren.

Ik denk dat ik toch niet echt geschikt zou zijn om het ouderschap waar te nemen. Het enige leuke zijn de statistiekjes die ik zou bijhouden. Hoe groot de baby is. Of hoe slim. Of hoeveel kilo diarree er in de pamper zit. Zo zou ik wetenschappelijk kunnen wedijveren met andere ouders hoe goed, beter en best mijn kleine erfgenaam wel niet zal zijn. Dat hij toch wel als eerste kan lopen en rekenen en tellen en zijn knopen terug aan zijn hemd kan naaien.

De redding van de aarde

Op dit ogenblik staan er zo’n negen volgepropte vuilniszakken te wachten om opgehaald te worden. Vier, nog grotere zakken werden al eerder in de kledingcontainer gekieperd. Voor de arme dutskes. Dat er een aantal maanden geleden al drie zo’n zakken zijn verwijderd ga ik hier maar stilzwijgend vermelden. Er hangen op dit moment amper twintig stukken textiel in de enorme kledingkast. Het opruimen van het huis in Brugge is begonnen. Wat een zever dat een mens allemaal bewaard. Voor moest de oorlog uitbreken!? Ik zie me al vluchten met drie opleggers met spul.

Iedere keer ik ben verhuisd dacht ik de meeste brol wel te hebben weggebonjourd. Tot ik deze week in actie schoot om het huis voor de laatste keer op orde te zetten. Ik keek naar hopen rommel die ik al maanden beu was. Van oude computers, hopen schoenen, onnozele ongebruikte opbergrekjes, een oud koffiezetapparaat, nimmer draaiende cd’s, bergen kleding die twee maten te groot zijn, laden vol oud servies en glazen en ijsbekers (!) om vier restaurants open te kunnen houden, afgewassen handdoeken, een gedateerde stereoketen, een tilt slaande Dvd-speler, drie kapotte fietspompen, één washandje en duizenden rondslingerende papieren…  Ik vergeet de meeste zever. En ik wil ze ook vergeten. Voorgoed. Weg met de zever! De kringloopwinkel zal me dankbaar zijn.

Het was al een jaar dat ik niet meer echt kocht. Behalve dingen die er echt toe deden. Reizen en kledingstukken die ik geregeld en allemaal draag bijvoorbeeld. Of eenvoudige restaurantbezoekjes. Dure kappersbeurten. En treintickets in plaats van tankbeurten. Gewoon afspreken met mensen. Heel weinig tastbare zaken. Boeken koop ik niet meer, want ik heb er nog twintig ongelezen in mijn boekenkast staan. CD’s en DVD’s zijn uiterst zeldzaam. Zelfs digitale muziek koop ik niet meer. Waarom je computer volstouwen met data als je het gewoon legaal via internet kunt luisteren? Een degelijk fototoestel, telefoon en computer daarentegen heb ik wel. Die gebruik ik dan ook tot op de draad. Wekelijkse boodschappen doe ik niet meer. Ik koop iedere dag voor de dag zelf. Mijn frigo is bijna leeg. Wegsmijten van overjaarse producten zijn zo sporadisch als het aanspoelen van potvissen op een Belgisch strand. Laat ik echter niet kinderachtig doen. Mijn ecologische voet op deze aardkluit is hoog. Gigantisch hoog. Maar ik werk eraan. Beetje bij beetje. En bewust.

Advies

Vorig jaar kwam er een vriend bij me langs die ik jaren niet meer had gesproken. Ik was net vrijgezel en nodigde daarom ook zielige figuren uit. Samen zielig. Het was een welgekomen afwisseling om ook eens over iemand anders miserabel leven te praten, dan het mijne. Hij vertelde me dat hij al jaren op zoek was naar een vrouw. Hij vond er geen. Toen ik hem vroeg waar hij zocht, antwoordde hij: “Op chatboxen”. Ik fronste met mijn linkeroog maar gaf geen krimp. Wanneer ik hem naar verdere details vroeg, barstte het ene na het andere verhaal uit. Weliswaar allemaal dezelfde.

Iedere keer een vrouw hem aanklikte na het lezen van zijn nickname, woonplaats, leeftijd, haarkleur, grootte en te weinig kilo’s begonnen ze welig te chatten. Dat liep meestal van een leien dakje. Veilig achter zijn scherm, verliepen de gesprekken nachten lang over koetjes en kalfjes. Ook over hoe hij zijn leven voor zich zag: een huisje met voortuin omgeven met een kortgewiekt hegje, 3 leuke pagadders en een hond. Vooral dat voorlaatste vonden de vrouwen geweldig volgens hem. Mijn vriend was al bij al geen verlegen gast. Hij sprak gewoonlijk af met zijn aanstaande. Daarbij trakteerde hij de dame in kwestie altijd op een etentje. Echter, diverse traktaties ten spijt, het liep altijd met een sisser af. Hij wist niet waarom.

Ik deed een wilde gok: hij was lelijk als de nacht! Dat kon ik echter niet over mijn lippen krijgen. Toch niet in zijn gezicht. Hij heeft er me wel eens naar gevraagd. Ik kon het antwoord omzeilen: “Je ziet er leuk uit!” zei ik. Dat het eerder kluchtig was heb ik toen ook niet durven zeggen. Maar huichelen heb ik dus niet gedaan. Mijn geweten is er wel bij gevaren! Hij vroeg me ook waarom ik wel aan een lief kon raken. Ik gaf hem het volgende advies. “Stop met zoeken!”

Vorige week, toen ik nog eens in een Brugse winkelstraat vertoefde, zag ik plots mijn vriend terug. Ik had een jaar niks meer van hem gehoord. Hij liep naast een parmantig dametje van middelbare leeftijd. In zijn handen duwde hij een kinderwagen voort. Ik reageerde verrast maar oprecht blij, keek toen naar het kindje en stamelde: “Wat een leuk kind! Dit is het leukste kind dat ik ooit heb gezien!”. Van het verschiet heeft het gesprek maar een minuut geduurd. Ik veinsde een afspraak te hebben met de kapper. Ik was net twee dagen eerder geweest.

Van seks tot…

Vogelen

Op zondag bootsen wij vaak diverse gezinnen na. Dan nemen we de auto en rijden we naar keurig aangelegde parkings in het bos of midden op het platteland. Meestal van die verlaten stukken waar niemand komt.

Vorige zondag was anders. We waren niet alleen…

Het krioelde van de mensen! Van heinde en verre waren ze afgezakt. Velen waren gecamoufleerd in legerkleuren, zodat ze onopgemerkt konden observeren. Dat deden ze vanaf de wegberm met verrekijkers. De meesten hadden ook fototoestellen mee, uitgerust met een enorme telelenzen. Zo konden ze de momenten wanneer het spannend werd, voor de eeuwigheid vastleggen. Wat ze aan het observeren waren, was echter niet in de buurt… Die zaten met z’n allen een paar honderd meter verder…

Duizenden vogels zaten zich steendood te vervelen in kreken en weilanden. Om het te kunnen voorstellen: neem tientallen voetbalvelden met diverse waterpartijen, leg die naast elkaar en omring ze met grachtjes. Rond dat geheel aan weilanden leg je dan een geasfalteerd landbouwwegje, geheel afgewerkt met een bewegwijzerde wandeling. En daar liepen wij. Tussen de auto’s… die in ieder vrij gat of opening geparkeerd stonden. Volk dat daar aanwezig was. Vergelijk het met een voetbalmatch, maar dan nog saaier. Er gebeurde helemaal niks. Het enthousiasme dat van de toeschouwers afdroop was zo minuscuul, dat het zelfs met hun eigen telelenzen niet te zien was.

Toch was er een snuggere mens onder de supporters. Die had waarschijnlijk naar een plaatselijk vliegveld gebeld. Plots en uit het niets kwam er een helikopter aangewaaid. Wat er toen gebeurde was eigenlijk wel onbeschrijfelijk mooi! Alle vogels vlogen op. Een kind aan een schietkraam had minder kans om de staafjes te raken dan wij daar vogels uit de lucht konden plukken. Een paar minuten lang vloog alles wat poten en oren en vleugels had. Naar alle waarschijnlijkheid hebben er toen ettelijke orgasmes plaats gevonden bij de vogelbewonderaars. Wij hebben dat echter niet gecontroleerd.

De meeste kijkers waren trouwens mannen. Als er al een vrouw aanwezig was, zat die meestal op Man Bijt Hondse wijze in de auto kruiswoordpuzzels op te lossen. Kinderen waren er al helemaal niet. Behalve dat ene exemplaar die met een hels kabaal makende brommer door het gebied aan het zoeven was. Dat was vermoedelijk een boerenzoon die van zijn vader er op uit gestuurd werd om de menigte te ambeteren. “We gaan wij wel werken, terwijl die groene hier maar naar de vogeltjes komen kijken” moet die gedacht hebben. Geen vogel die er trouwens van opkeek. Ze waren al te veel geconditioneerd van zijn sabotageacties.

En wij? Wij waren daar toevallig. Om te genieten van het landschap. En een winterse zonsondergang. Waar ik foto’s van heb genomen. Zonder vogels… want mijn lens was niet spectaculair genoeg…

Rode wijn

Meester wijnproever. Zo mag mijn lief officieel genoemd worden! Als dat niet cool is. Zelf drink ik alleen maar wijn. In het bijzonder witte wijn. Omdat ik de rode versies niet zo lekker vind. Daarom heb ik als goede voornemen van dit jaar met mezelf afgesproken om rode wijn te leren drinken! Met mijn lief die daar bekwaam in is bevonden moet dat geen probleem zijn. Hij leert het me bij iedere gelegenheid.

Om de avond vanaf het begin al niet te verpesten, kiest mijn lief de wijn. Nadat hij geproefd heeft en zijn goedkeuring geuit aan de ober van dienst, mag ik aan de slag. Eerst moet ik een mini-wervelwind in mijn glas draaien en proberen niks overboord te gooien. Waarom ik dat moet doen vergeet ik steeds te vragen. Daarna moet ik mijn lieftallig reukorgaan in het glas steken en raden wat ik aan het ruiken ben. Ik vind dat persoonlijk moeilijk. Ze ruiken ook bijna altijd hetzelfde. Maar de meest voorkomende geur moet wel dat van poppers zijn. Echt waar! Geil word ik echter niet van de wijn.  Stel je eens voor op familiefeesten. Het zou vonken geven met al die nonkels en tantes. Maar ik dwaal af. Poppers dus. Voor de niet-kenners onder mijn lezertjes: het is een vloeistof die in een soort van neusdruppelflesje zit, weliswaar zonder sprayknop of laboratoriumbuisje die je in je neus moet steken. Drinken doe je er ook niet van. Alhoewel ik niet weet of het effect zou geven. Misschien een betere stoelgang, plotsklaps. Je moet er eigenlijk gewoon aan ruiken. Het ruikt naar rode wijn.

Daarna mag ik van de wijn proeven. Ik neem dan een behoorlijke slok van een kubieke millimeter. Een hele opgave! Want in de meeste gevallen draaien dan mijn ogen twee achterwaartse salto’s en dat zes keer na elkaar. Ik denk dat azijn, gemengd met eau de javel nog beter smaakt. Of witte wijn natuurlijk! Er gaan nog veel rode druiven vruchteloos sneuvelen…

Bejaarden

Ik moet iets kwijt. Dat doe ik wel meer hier op dit stukje internet. Maar dit moet er uit. Om een soort verwerkingsproces op gang te laten komen…

Gisteren stond ik aan de kassa van mijn plaatselijk Delhaize te wachten om mijn aan te kopen goederen aan te kopen. Komt er plots een dame van hoge leeftijd achter me staan. Ik schat dat ze al enkele decennia geleden met pensioen is gegaan. Alleen besefte ze het zelf niet. Ze was gekleed in tienermoeder, geheel met minirok en schmink tot achter haar oren. Haar haren waren hoogblond, haar huid Benidormbruin geverfd. Rode lippenstift, geheel  compatibel met de rode hoge hakken en een rode glanzende milletjas(!). Bijpassend had ze een sjakos met luipaardmotief onder de oksels. De droom van elke heterovent!

Als dat nog niet erg genoeg was voor mijn ogen, kwam plots vanuit de shampoo- en douchegelafdeling, een iets jongere, tegen het pensioen aanzittende versie van de dame in kwestie te voorschijn. Ze leken sprekend op elkaar. Op alle gebied! Behalve de muts met luipaardmotief. Moeder en dochter redeneerde ik een paar seconden later. En ze bevestigden mijn gedachte toen ze met elkaar aan de praat gingen.

Toen gebeurde er iets waar zelfs de heteromannen van hun melk zouden zijn. De dochter ving mijn toevallige oogcontact op en keek me recht in de ogen terug… met haar meest verleidelijke blik… Ik kon geen kant op. Ik voelde me betrapt. Zij helemaal niet. Ze maakte het af met een wenkbrauwfrons die duidelijk liet verstaan dat ze het nogal aangenaam vond. Ik draaide me direct om, zocht eerst als een bezetene naar niks in mijn portefeuille, typte daarna een leeg sms’je naar niemand, stak alles snel in mijn boodschappentas, betaalde en nam de kortste vluchtroute naar mijn fiets.

Morgen ga ik naar de Delhaize aan de andere kant van de stad.

Taboe

“Steek maar een bord in je broek”, zei ik tegen hem, nadat hij smalend reageerde op het feit dat we die dag samen op pad moesten gaan. Niet dat ik veel commentaar krijg. Waarschijnlijk omdat ik assertief genoeg ben om eerder een aanval in te zetten dan mij achteraf te moeten verdedigen. Ik heb het over mijn geaardheid. En laat ik vooral van een mug geen olifant maken. Ik heb quasi nooit negatieve ervaringen. Behalve een verwaaide keer. Dan valt het me op dat de meeste heteromannen zich totaal geen houding weten aan te nemen als het over seks tussen jongens gaat. Ze reageren dan precies of iedere homo hen gaat bespringen. Waarom ze zo’n groot gedacht over zichzelf hebben is mij een raadsel. Precies of iedere vrouw die naar hen kijkt direct in zwijm valt en zich laat gaan tot alle lusten die de mannen willen botvieren. In hun wildste dromen!

Als wij, homo’s, met elkaar over seks praten, fantaseren wij toch ook niet om met de ander van alles te foefelen?

Echt niet!

Het oordeel

Tussen de leegte en de liefde

Stel je eens voor dat ik een weekje mijn liefde kan uitschakelen. Voor de lezers die na dit stukje willen experimenteren raad ik aan om die domme dingen te doen wanneer je geliefde even een weekje met de vrienden op vakantie is of als je zeker bent dat je goed toneel kunt spelen. Een experiment dus, die er voor kan zorgen dat ik, los van de liefdessentimenten die mijn verstand bewieroken, alleen met mijn eigen gevoelens hoef rekening te houden. Mijn geweten mort bij deze gedachte. Egoïstischer dan dit kan ik het in ieder geval niet laten klinken. Er is echter een reden waarom ik mijn liefde uitschakel in dit theoretisch model. Misschien dat ik mezelf die reden opleg. Ze vloeit wel voort uit reacties van mensen.

“Brussel?” herhaalt men meestal mijn mededeling en dat met een iet wat geschrokken stem en bijpassend wenkbrauwgefrons. Dan komt veelal een hoop bezorgdheden naar boven. Of ik het wel ga aarden in die stad? En dat het duur is. Dat ik er mijn auto niet ga kwijt kunnen. En wat ik met mijn werk in Brugge ga doen? Of ik echt wel zeker ben?

Nooit heeft iemand me de volgende vraag gesteld, maar het is net alsof ze bij iedereen op de lippen ligt: “Je gaat toch niet alleen omdat je lief daar woont hé?” In mijn hoofd is die stilzwijgende vraag ondertussen geëvolueerd naar: “Zou je ook naar Brussel verhuizen moest je single zijn?”. Vandaar mijn theorie van even mijn lief uitschakelen. Het probleem is echter dat ik niet weet of het werkelijk de mensen zijn die de vraag zouden stellen? Misschien stel ik de vraag wel zelf? Waarom doe ik dat? Om zeker te zijn of Brussel wel de stad is waar ik kan wonen en leven? De stad was, in mijn korte vrijgezellenbestaan vorig jaar, niet mijn eerste keuze…

De verloren zoon

Brussel stond op nummer twee. Gent, dat sympathieke en naar mijn mening toegankelijker stadje stond op één. In Gent zouden mijn tentakels naar West-Vlaanderen ook veel makkelijker kunnen blijven bestaan. Die stad was als het ware een soort van veiligheid die ik wilde inbouwen. Weg uit West-Vlaanderen, maar niet ver weg. Van een culturele revolutie die ik voor ogen had, bleef er echter  niet veel over. Gent was de makkelijke oplossing. Het West-Vlaams is er waarschijnlijk de tweede stadstaal.

Het viel me op dat veel (West-)Vlamingen aan mij begonnen trekken. Eenmaal ze hoorden dat ik hun ging verlaten, had ik een ongemakkelijk gevoel dat ik me moest verantwoorden. De perceptie van mijn toekomstig leven, dat voornamelijk zou bestaan uit op de lappen gaan, was in schril contrast met de Vlaemsche normen en waarden: werken, sparen en een huis, auto en baby’s kopen. Ik ging op mijn eentje gaan wonen in een stad. Dat kon alleen maar wijzen op vrijheid en dat ik die vrijheid met beide handen zou grijpen. Dat ze met dit oordeel niet ver af waren, kan ik alleen maar toegeven.  De culturele ommekeer zit echter in mijn hoofd niet bij uitgaan (alleen). Cultuur is toch meer dan een discotheek? Vooruitgang, civilisatie, evolutie, ontplooiing, ontwikkeling, trend, onderwijs, bloei, beweging, evenement, belevenis, avontuur, kunst…  zijn allemaal vormen van cultuur! De omvang is gigantisch. Je kan je de vraag stellen of ik dat alleen in een grote stad als Brussel kan vinden? Tuurlijk niet. Mijn maatschappelijke ontvoogding zit daar ook nog voor iets tussen. Het nabootsen van de heterowereld wil ik achter me laten. En drastisch. Maar met respect.

Schakel in: de liefde

De maatschappij oordeelde. Zichtbaar. Opmerkelijk was, toen ik geen vrijgezel meer was, alle getrek en gesleur stopte… De persoonlijke reden om de provincie te verlaten was voor de mensen veranderd naar een andere en maatschappelijk aanvaardbaardere reden: een relatie.

De druk bleef echter in mijn hoofd. De theorie van schakel eens mijn lief uit was geboren. Ook al had ik het gevoel niet meer dat men oordeelde. Mijn veronderstellingen namen het over. Dat ging ook makkelijk. Ik was er vatbaar voor. Ik wou immers met zekerheid weten of ik ging aarden in een grote stad. Plantrekker dat ik ben, wou ik alle denkbeelden uitproberen. Wim uitschakelen was er eentje van. Ik wou persé dat hij niet de reden was van mijn verhuis naar Brussel. Dat ik het deed voor mijn eigen revolutie!

Ik kon hem niet uitschakelen. Tuurlijk kon ik dat niet. En waarom zou ik dat moeten doen? Hij is een reden om naar Brussel te verhuizen. Plus, mijn persoonlijke verlangen naar verandering is groot, groog genoeg. Net hij zorgt er voor dat ik mezelf over de streep kan trekken om dit avontuur aan te gaan. Dat ik eindelijk eens in mijn leven de touwtjes kan loslaten. Dat ik één keer niet voor vertrouwen en gewoonte ga. Dat ik eindelijk eens iets doe met niet al te veel voorbereiding. Dat ik niet voor veilig ga. En dat kon ik niet zonder Wim. En ik heb er zin in! Ongelofelijk veel.

Kieming

Op 1 oktober van het jaar onzes Heren 2009 – een grote twee jaar geleden – schreef ik het volgende, met de titel over een koffie…:

Het besef kwam er toen ik deze morgen de Brusselse Metro uitwandelde met een zuigkoffie in de hand. Je kent het wel. De koffie in een kartonnen bekertje met plastieken dekseltje inclusief gat waaruit je je veel te hete koffie moet uitzuigen. Dat zuigen heb ik pas een maand geleden geleerd. Ervoor liet ik het gewoon lopen zodat het in de kortste keren aan het lekken was. Het besef dus, omdat ik altijd in Sex and the City die madammen met zo’n koffie zie rondhuppelen in New York. En daar zit em de hersenkronkel. Ik denk dat ik nog wel eens zou kunnen aarden in zo’n grote stad. Misschien omdat ik in een dorp als Bruhhe woon en niks gewoon ben. Maar pak nu eens Londen. Veel te duur, ik weet het. Maar stel. Je zit daar in het centrum met alles aan je voeten. Je pakt een metrostelletje en je zit aan de andere kant van de stad. Alle musea en theaters binnen handbereik. Leuk met je laptopje werken in een Starbucks lol. Leuke mensen om je heen. ‘k Heb nood aan een persoonlijke culturele revolutie. Misschien is dat het wel. En het platteland waar ik iedere dag vertoef? Ik weet niet of ik het zo veel zou missen. Denk ik.

Afscheid

Bekentenis

Dat er situaties verkeerd lopen en ik ze niet kon inzien… ik kon gewoonweg niet aan mezelf toegeven dat wat ik deed, onvoldoende was. Het duurde veel te lang tegen dat ook in mijn hoofd duidelijk werd dat het welzijn van Casper en Sem in het gedrang kwam. Laat ik eerst even het begin schetsen… terug naar de tijd van de twee in het hart van het imperium.

Casper kwam eerst. Als minibeest veroverde hij snel het huis en onze harten. Ook het mijne. Ik was niet degene die eerst over katten in huis halen begon. Ik werd overhaalt en heb daar tot op de dag van vandaag geen spijt van. Snel kwamen we tot de conclusie dat het beestje daar maar zielig alleen zat als we gingen werken. Sem kwam redelijk snel. Na een paar maand al. Poestieland werd geboren. Twee pluizebollen die niet zonder maar ook niet met elkaar konden. Het zorgde voor vertederende momenten en ook af en toe haren die in het rond vlogen. Alles was peis en vree… tot het imperium in elkaar stortte en de twee elk een andere koers gingen varen.

Ik bleef alleen achter in Brugge, samen met poestieland. In het begin had vooral Sem het moeilijk. Hij was zijn maatje kwijt. Casper is altijd meer aanhankelijk naar mij geweest. Het duurde een paar maand eer het evenwicht zich herstelde en Sem ook meer naar me toe kwam. Achteraf besef ik dat ik veel te weinig zelf naar de katten toestapte, veel te weinig speelde. Ze kregen ook minder huis ter beschikking. Omdat ik overal intensief moest gaan kuisen en stofzuigen waar ze kwamen. Ze zaten ook veel alleen thuis. Mijn drukke agenda stond meer en meer op afwezig. Als ik thuis kwam, stonden ze meestal aan het raam… te wachten. Hoe meer de maanden verstreken, hoe meer aandacht ze werkelijk vroegen… bij mij kwamen zitten, liggen, miauwen… ik beantwoorde het niet altijd. Of maar soms. Heel af en toe. Tot vorige week. Toen ging ik beseffen dat het niet meer op deze manier verder kon. Ik moest actie ondernemen. In het belang van Casper en Sem. Dit kan niet meer langer duren dan praktisch nodig.

Knopen

Tot op de dag van vandaag is er maar één fabriek herrezen. In Gent wordt er tegenwoordig een nieuwe fysieke fabriek gebouwd. Ik leef echter nog in de puinen van de twee. In het huis in Brugge, die het imperium een werkelijk fysiek gezicht gaf. Het vroegere nest. Voor mij nog geen nieuwe werkelijke onderneming. Echter in mijn hoofd ben ik knopen aan het doorhakken. Poestieland is de eerste grote verandering. Daarna wordt de fabriek voorgoed ontmanteld, zodat de twee in werkelijkheid en verder emotioneel kunnen afsluiten… en dat er een tweede nieuwe fabriek kan gebouwd worden… ergens anders. Daadwerkelijk. En niet enkel in mijn hoofd. Samen met Wim.

Poestieland verhuist eind deze week naar Gent. Definitief. Als de integratie tenminste goed gaat. Ze gaan het territorium van een rosse kater gaan indringen. Makkelijk gaat dat voor alle drie de poesties niet zijn. Op dit moment liggen Casper en Sem vredig naast elkaar te soezen. Absoluut niet wetende wat er binnen een paar dagen gaat gebeuren. Weg uit hun eigen leefomgeving. Nieuwe verhoudingen tegemoet. Naar twee baasjes die er voor hen daadwerkelijk zijn. En niet enkel om ze eten en drinken te geven. Ik ga ze missen. Alleen besef ik dat nog altijd niet op dit moment.

De rechtzetting

Zelf had ik het niet door, was ik me van geen kwaad bewust. Ik schrijf hier over de twee. Al een aantal weken. Alleen zag ik iets over het hoofd. Dat wil ik rechtzetten.

Gisteren waren de twee terug bijeen. Niet zomaar tussen de soep en de patatten. Integendeel. Veel werd gezegd. Veel werd gevoeld. Veel werd benoemd. Veel werd terug beleefd. We zaten in het nest. Samen met poestieland. Met vier. Dat was lang geleden. Maanden zelfs. En het deed deugd. Heel veel positieve verhalen werden opgehaald. Dat er een vriendschap is ontstaan uit zoveel ervaringen. Dat niemand ons echt kan begrijpen omdat we elkaar al zo lang kennen. Echt kennen. Dat dat bijzonder is. En nog bijzonder mag blijven.

Kaj, het spijt me dat ik je hier ogenschijnlijk als boeman deed afschilderen. Dat was niet de bedoeling. Ook al wist jij dat wel. Echter, mensen die dit verhaal lezen niet. Veel plezier met poestieland! Dat de integratie goed mag verlopen. Ik kom regelmatig op bezoek. Met blikken natvoer in plaats van bloemen.

Wallen en vesten

Wallen

Start werkweek minus 1 dag – In aangeschoten buien worden er wel eens afspraken gemaakt waar ge op het moment van afspraak zelf spijt van hebt. Zaterdagavond vielen de woorden: “Gaan we uit morgen?” Geen ziel die op dat moment aan werk en boterhammen verdienen dacht. We spraken gewoon af. De deal overleefde zelfs de zondagmiddag met cake, koffie en koekjes. De te verwachten weekenddip ging even snel weg als hij gekomen was.

Start werkweek minus 9 uur – Wij op weg van zondagnacht naar maandagmorgen, naar een feestje in hartje Brussel, op het moment dat mensen in bed liggen te dromen van hun aardige collega’s en kilo’s papier waar ze in de pas geboren week mee mogen werken. Gelukkig gingen we vroeg naar huis. Dat was de afspraak. Ik moest immers rond negenen des ochtend in Brugge aan mijn bureau staan…

Start werkweek minus 4 uur – Uren later zagen we in de oostelijke horizon de zon nog niet opkomen. Dat heb je met winterse nachten. We reden naar ons bedje die voor de gelegenheid in Gent stond. Omdat mijn bestemming Brugge maar een half uur verder was natuurlijk. Verkeer was er niet zodat we er een half uur langer dan normaal over deden om Brussel uit te raken. Alle tunnels waren gesloten. Alle verkeerslichten stonden op rood. Wij wachtten gedwee op ieder kruispunt en zagen alleen de lucht zich verplaatsen tot het iedere keer groen voor ons werd.

Start werkweek – De week begon uitgeput en met wallen waar ze in Amsterdam ongelofelijk jaloers zullen op zijn. Maar het feestje was zo fijn en leuk. En eigenlijk val ik niet zo op tussen mijn collega’s met snotvallingen en huilbaby’s. Die maken dat iedere nacht mee. Naar het schijnt. En spijt van het feestje? No way. We gaan binnen drie weken terug! Dan neem ik vakantie de maandag. En dinsdag.

Vesten

Het schiet me trouwens te binnen dat het me al eens overkomen is. Toen was ik net achttien en nog niet verdikt en terug vermagerd. En het gebeurde op een fuif achter de schermen. Deze keer in de trein. Misschien moet ik beginnen bij het begin. Een week geleden. Op een zaterdagavond tussen BXL Noord en Zuid.

Ergens in het midden van een treinwagon zaten we met twee, half ingedommeld, met een boek op onze schoot. Op een bepaald moment zag ik met een half open oog de bordjes ‘Brussel Centraal’ passeren. Enkele seconden later, wanneer de treindeuren ‘piiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiieeeeeeeeeeeep’ piepten, kwam er een jonge gast voorbij en liet zijn kleingeld, toevallig en accidenteel op de grond vallen. Tussen mijn benen. Duikt die gast daar wel niet onmiddellijk tussen? Wie het gezien heeft van buitenaf zal zeker dubbelzinnige bedenkingen gehad hebben. Een halve minuut later was alles van de grond geraapt en liep dienen naar buiten. Spannend hé!

en sjakossen

Waar was de politie? Die zie je alleen maar als het voetbal is! In grote getale! Moet ik daarvoor belastingen betalen? Ik ga nooit naar de voetbal! Maar als een simpele werkmens op de trein zit, zie je ze niet. Straks moet ik nog op de N-VA stemmen omdat ik een malcontente Vlaming ben! En al die vreemdelingen! Die pakken ons werk af! En onze vesten! En sjakossen! En maar geld in de sociale zekerheid pompen om die Walen te sponseren. Maar die helpen mij niet als ik op een trein van Wallonië naar Vlaanderen zit. Ha! Waar is de solidariteit dan gebleven? Zij zagen toch ook dat een dief achter mijn eigen, kromgewerkte rug, mijn spullen aan het stelen was. Moesten die politiekers nu een keer met de trein komen in plaats van met hun grote sjieke bakken,  ze zouden tenminste zien in wat voor miserie wij hier moeten leven! En wat zou het eigenlijk allemaal helpen. Als ze de gangsters in het gevang steken, zijn ze toch weer vrij na een half uur! En het wc-papier was op in de wc van de trein!

Het was mijn eigen stomme schuld om mijn spullen onbewaakt boven onze hoofden te leggen. Jas gestolen. Tas gestolen met als inhoud tandenborstels, deodorant en t-shirts. Gelukkig geen portefeuille of gsm. Geen gewonden gevallen. We zagen het trouwens pas toen we in Brugge aankwamen dat we de boel ‘kwijt’ waren. De volgende keer pak ik mijn sjakos op mijn schoot. Gelijk de oude vrouwkes.

Vluchtmisdrijf

Kennen jullie dat gevoel? Dat er al een tijd iets niet klopt. Je het ergens wel weet, alleen niet durft luidop tegen je gedachten te zeggen. Dat het soms heel lang duurt vooraleer je het er op waagt toe te geven dat er iets fout loopt. Je de waarheid niet wil of kan zien en maar doet alsof er niets aan de hand is. Of net het omgekeerde doen, om zeker niet aan anderen te tonen hoe de zaak in elkaar zit.

Wel dat, dat kom ik net te vaak tegen. Ik wou dat ik in de verleden tijd kon schrijven. Dat ik kan toegeven. Tegen mezelf. Om te beginnen. In het welzijn van mezelf. Daarna van anderen.

Dat het hard aan zal komen. En dat wij dit allemaal nog niet beseffen.

Een zielepoot gelijk ik.

Een onherbergzaam hoopje

Het valt me wat tegen. Zeker na twee weken vakantie. Het voelt heel erg aan. Een gevoel van zieligheid bekruipt me. Terwijl ik schijnbaar geen reden heb. Ik bedoel, als ik er gewoon objectief naar kijk is er geen reden. Maar gevoelens zijn natuurlijk niet altijd objectief. Ze kunnen je om de tuin leiden. Zoals het gevoel van eenzaamheid die nu in mijn hoofd rondsluipt.

Dat klinkt redelijk belachelijk. Zeker omdat ik afgelopen twee weken samen met mijn lief was. Dat was daarvoor ook al, maar ik in Brugge, hij in Brussel. En dat het gewoon net daarom is dat ik mij nu ellendig alleen voel. Heel even proefden we van samen leven. Heel even… En net op dit moment, wanneer ik in de grootste dip van de avond ben gesukkeld, ben ik beginnen schrijven aan dit berichtje. Terwijl ik het over plezantere dinges wou hebben. Zoals, nou ja, laat het nu ook maar.

Zielig, die zieligheid

Ek wul kraak piep. HHHHHHHHHMMMM. Zo. Eerst even mijn ochtendstem weg moeten schrapen. Ze klonk als een gevangenisdeur die na vier jaar terug voor de eerste keer werd geopend. Ochtendlijk schrijven vanuit bed is toch een aparte belevenis. Normaal sta ik nu op om naar mijn werk te strompelen. Het moet er alleen eerst even uit. Omdat ik nogal goed geluimd ben om uit mijn bedkamer te stappen en dat nogal tegenstrijdig is met die zieligaard van een paar uur geleden. Ik zit met mijn rug tegen het hoofdeinde met het hoofdkussen daar nog ergens tussen gepropt. Dat mijn bovenbenen nogal warm worden van mijn hete laptop proberen mijn hersenen uit te schakelen. Wedden dat jullie afvragen of ik überhaupt iets van nachtelijke klederdracht draag? Alleszins niet zo’n sponzen pyjama.  Enfin. Ik begin dus opnieuw met dit bericht. En dat zonder koffie op mijn nuchtere maag.

Ik wil er komaf mee maken: Dat zielig gevoel die plots uit het niets en niemendal mijn hersenspieren doet verlammen. Dan wil ik mij zo nietig en klein tegelijkertijd voelen. Dat heel de wereld rond me staat te wenen en te krijsen hoe miserabel ik wel niet ben. Vergelijk mijn gemoedstoestand met een kom spaghetti die een uur te lang gekookt is. Dat wordt ook een futloze drap. Ik voel alle energie uit me vallen tot er alleen een lamlendige vleesmassa overschiet, die dan ook nog eens in elkaar zakt op een ijzig koude beton. Of vergelijk het wanneer je als het ware en op geheel empirische wijze aan het altaar zou staan en je geliefde geeneens neen zou zeggen op het moment van het jawoord en gewoon wegloopt en vlucht via een in de lucht hangende touwladder die leidt naar een, weliswaar traag, voorbijvliegende helikopter. Daar zou je ook niet goed van zijn. Ewel dat gevoel.

Of gelijk een ontplofte bitterbal. Ik probeer ook maar mijn best te doen mijn emotie van gisterenavond uit te leggen. Ik voelde me helegans tragisch, afgelegen, beklagenswaardig, treurig, afgezonderd, meelijwekkend, sneu, eenzaam, troosteloos en droevig op de koop toe en dat op hetzelfde moment en gecumuleerd. Moeilijk om een gevoel uit te leggen. Ik weet niet zeker of jullie iet of wat mee zijn in welke emotionele toestand ik me gisteren bevond?

Er rest mij één vraag. Hoe kan ik op dat ogenblik uit dat uiterst onaangenaam sentiment stappen? Zonder in bed te kruipen en te liggen woelen tot ik toevallig in slaap sukkel en merk des ochtends dat het allemaal over is. Vanzelf. “Ge moet gaan werken en ge moet nog uw haar omhoog blazen” zeg ik abrupt tegen mezelf.

Haarhendel

Toen ik deze ochtend in mijn auto stapte moest ik eerst mijn zetel naar beneden pompen. Ik doe dat met wat ik zelf noem, de haarhendel. Hoe die in werkelijkheid heet moet ik eens opzoeken in de gebruiksaanwijzingen van mijn auto. Ik heb die trouwens overlaatst weggesmeten. Ik was toch niets met de Franse versie. De Nederlandse zit ergens in een verborgen luikje in mijn dashboard. Aangezien ik altijd zelf rijd kan ik die niet op mijn gemak lezen. De haarhendel dus, waarmee ik met spierkracht de bestuurderszetel een tiental centimeter heb laten zakken. Wegens mijn haar die vermassacreerd zou zijn geweest moest ik dat niet gedaan hebben. Het stond immers recht omhoog geblazen. Ik had geen zin om mijn blaaswerk zomaar tegen mijn autoplafond te smeren.

Dat mijn haar naar de hemel wijst is een goed teken. Het betekent dat ik op die dag goed in mijn vel zit. De omgekeerde redenering geldt trouwens niet. Wanneer het gelijk een plat gestampte vijg op mijn kop ligt, wil niet zeggen dat ik per definitie mottig ben opgestaan. Het kan ook luiheid zijn. Of geen inspiratie hebben, maar dat leunt in mijn geval eigenlijk al tegen mottig zijn.

Nu zit ik alleen nog met dat zielige gevoel in mijn maag. En omdat het over is, heb ik er niet veel zin in om te achterhalen waarom die plotselinge teneergeslagenheid van eergisterenavond zo erg was. En mijn lief is trouwens aan het skypen. Met mij. Dus mijn aandacht gaat enigszins door de draden van de draadloze verbinding. Misschien dat ik me volgende week terug zielig ga voelen. Dan onderneem ik nog een poging. Of spreek ik gewoon af met mensen. Dat helpt naar het schijnt ook.

Over een zatte bedoening.

Feestje!

Ieder jaar is er een feestje waar er tussen een massa mensen, een groep vrienden aan het rondzwalpen is. Die vrienden komen elkaar trouwens regelmatig tegen – in een of andere formatie, dat maakt niet uit –  op leuke en gezellige activiteiten. Dit feestje is anders. En waarom het dit feestje is, is waarschijnlijk eerder toevallig. Alhoewel. Het is een feestje waar we allemaal aanwezig zijn, buiten soms es een uitzondering maar desalniettemin ook tot de groep behoort. De drank vloeit er rijkelijk en het is in de wazige nevelen van alcohol dat er dingen naar boven borrelen die anders diep verstopt zitten in elk van ons. Gevoelens die nooit of te weinig het daglicht zien. Omdat… ik weet het niet. Of toch. Ik heb daar een standpunt in. Mijn mening. En dat hoeft niet die van jullie te zijn. Het is hoe ik naar de groep kijk. Via andere prioriteiten en andere belangrijke gebeurtenissen dan die van elk van jullie. Het is misschien uit een bezorgdheid dat ik dit schrijf. Ook uit een evolutie van mijn persoon. Omdat ik nu pas open sta om gevoelens van jullie te krijgen. Omdat ik nu pas leer hoe ik gevoelens kan geven. Ik kon ze nooit geven. Omdat ik gesloten was, ik mezelf niet kon en wou blootgeven. Omdat ik bang was te tonen wie ik echt ben. Het is pas nadat ik mezelf accepteerde, ik kan geven en bijgevolg ook kan krijgen. Het is een wisselwerking. In één richting werken gaat niet. Je kunt niet geven zonder te krijgen, niet krijgen zonder te geven…

Beste vrienden

En toch. Ik geef me bloot met woorden. Geschreven woorden. Hier. Op deze plaats. Is het dan wel echt? Gemeend? Meer dan met gesproken woorden? Schuil ik mij niet achter een computer? Neem ik niet de makkelijke weg? Ik kan wel zeggen dat ik er ben. Maar ben ik er wel? En zijn jullie daar klaar voor. Staan jullie daar op te wachten? Misschien heeft niet iedereen nood aan het zich opengooien?

Toch wil ik op deze manier een teken geven. Niet alleen aan een select groepje. Niet alleen aan een persoon. Gewoon, iedereen die er open voor staat. Mensen die mij aanspraken de laatste tijd. Mensen die dit nog niet deden. Mensen die ik aansprak en mensen die wachten om aangesproken te worden. Omdat ik en jullie nood hebben om te praten. Serieus? Niet altijd. Het mag ook lucht zijn. Geen gebakken lucht. Niks moet. Vooral, niks moet.

Dat er daar een feestje voor moet zijn is eigenlijk al te gek. Is dit typisch iets Vlaams? Zwijgen… niet kunnen zeggen wat er in je om gaat? Altijd met omwegen iets proberen zeggen? Vage signalen geven, zodat de ander maar moet raden dat er iets scheelt? Waarom kunnen wij niet gewoon communiceren met elkaar? We moeten ons toch niet altijd beter voordoen dan de werkelijkheid is? Waarom ondervind ik als ik echt praat met mensen, dat die met dezelfde zorgen zitten? En waarom heb ik dit niet eerder gedaan? Waarom doen jullie dat ook niet? Het lucht zo op. Dit te kunnen zeggen. Hier. Zonder omweg.

En vooral, niks moet.

Lui en stout

IJver en vlijt

Naar het schijnt bestaan er mensen die iedere dag hun huis proper houden aan de hand van kuisgerief en zepen in allerhande bussen en elektrische apparaten die kunnen zuigen en al! Het vermoeden, dat jullie immer propere lezers, van mij zullen hebben na deze inleidende zinsconstructie, is dat ik waarschijnlijk op een mesthoop woon. Ik weet het eigenlijk niet. Ik veronderstel dat hier vroeger weilanden waren. En als er toevallig een hofstede in de buurt zou gestaan hebben, is er een, weliswaar kleine, kans dat hier vroeger een mesthoop heeft gelegen.  Ik zal eens vragen aan de archeoloog van mijn werk of ie kan komen graven. Buiten zijn uren natuurlijk, als liefhebberij.

Voor ik mijn poetsimago helemaal om zeep ga helpen, wil ik enige uitleg verschaffen. Van mezelf vind ik dat ik dat redelijk doe. Het ligt hier niet vol met blikken bier en lege zakken chips gelijk bij de marginalen thuis. Hoogstens wat lege koppen koffie en soms een plastiek zak waar de katten graag mee spelen. Ik kan hun speeltje toch niet zomaar weggooien hé. Van die stofbakken gesproken, die poezebeesten zijn een hel gelijk! Ik moet hier minstens om de twee dagen haren zuigen. Ik heb al ettelijke pluchen beesten kunnen vullen met wat er uit de zakloze stofzuiger komt.

Enig lichtpuntje in deze sobere kuiswereld is dat ik een tiendelige set borden en kopjes heb. Bestek is er in overvloed. Ik denk zestiendelig. Dat is praktisch wanneer ik de afwas eens laat staan. De was ligt voor altijd te drogen in de muziekkamer. Handig! Ik kan gewoon de deur sluiten als er eventuele bezoekers komen. Niet dat iedereen hier naar boven komt. Dat is per abuis of in uitzonderlijke gevallen. De was is trouwens een goede geluidsabsorberende materie voor als ik daar aan het repeteren ben! Anders lijkt het of ik in een kerk zit te spelen. Of ergens in de alpen om toch niet helemaal te overdrijven.

En waarom ik dit schrijf? Gewoon omdat ik eigenlijk al een paar uur zou moeten aan de afwas, stofzuig en kuis zitten en ik niet echt veel goesting heb en alle afleiding gebruik om er maar niet aan te hoeven beginnen en het eigenlijk al over middernacht is en ik de buren niet meer wil wakker maken en ik mijn komende genodigden wil waarschuwen voor eventuele vuilnisbelten her en der. Al kan dit bericht met enig drama en opgeblazen overdrijving worden geïnterpreteerd.

Wie stout is de roe!

Terug in de tijd, naar de 11 novembers van mijn jeugd. Toen ik nog blonde lokken had. Of neen, iets later. Want dat van die blonde haren ken ik alleen van op foto en ik heb daar geen herinneringen meer van. Het was in de tijd dat de Sint nog kwam en mijn schoentje vulde met lekkers en boerderijen. Of een campingkar van Playmobil. Die later vakkundig werd gemolesteerd door Benny, mijn zus. Over de ontstaansgeschiedenis van Benny schrijf ik nog wel eens. Als ik mag. Dat ga ik in het echt moeten vragen. Ik weet niet zeker of Benny akkoord is dat ik haar naam hier zomaar op het wereldwijde webgebeuren plaats.

“De Sint?” hoor ik jullie denken? (Behalve bepaalde Zuid-West-Vlamingen en die Aalstenaar die hier toevallig verzeild is). Sint-Maarten was de goede Sint die in mijn jeugd kwam aangetreden met naast hem een Zwarte Piet. Dat die twee figuren verdacht veel op Sinterklaas en zijn Zwarte Piet lijkten vonden we normaal. Wij hadden daar geen mening over. Dat was allemaal hetzelfde. Alleen een andere man. En een andere datum. Maar dezelfde liedjes!

Ieder jaar kwam de goede Sint naar de parochiezaal om daar ons één voor één op zijn schoot te hijsen. Dat waren nogal tijden. Geen ouder die toen bang was dat die oude man ons ging toucheren. Frappant was dat hij uit zijn grote boek voorlas en onze stoutste ongehoorzaamheden voor heel de zaal verkondigde! Wij waren echt bang van die man! Hoewel ze altijd dreigden om stoute kinderen in de zak te steken, is er nooit iemand vermist geweest. Zelfs de echte ambetanteriken niet. En ook niet de kinderen die mijn Playmobil attaqueerden!

Terug naar het imperium

Leerproces

Iemand zei me vorige week, en ik zet zijn woorden om hoe ik het verstaan heb: “Ik heb in een toneelstuk nooit de bedoeling om mensen mijn eigen mening of verklaring te geven, enkel ze een versie te geven waar ze kunnen over nadenken en een mening vormen”. Ik kwam tot het besef dat ik meestal mijn interpretatie en denkbeelden aan mensen probeer aan te smeren. Om eens mijn versie in hun gedachten te proppen, zodat ze serieuze flarden zouden overnemen. Bestoken mag ik het wel noemen. Alsof ik de enige waarheid in pacht heb.

Misschien moet ik die paternalistische gedachte laten varen! Want zeg nu zelf. Wat weet ik nu van het leven? Ik ben tweeëndertig. Denkend dat ik al zoveel heb meegemaakt, terwijl ik nog niet eens echte miserie heb gekend. Wel zorgen en problemen. Ik ben daar uitgeraakt. Heel goed zelfs. En nu definieer ik mijn onderwerp van dit bericht: ik heb het op zo’n goede manier gedaan dat ik dat wil delen met anderen. Dat ze die manier moeten gebruiken om uit hun zorgen te raken. Alleen maak ik hiermee een fout van kapitaal belang. Het is mijn goede manier. Met de op dat moment zijnde gevoelens, waarden, ervaringen, gebeurtenissen,… en mensen om me heen. Het zou wel zot zijn moesten al die randvoorwaarden bij iemand anders knal dezelfde zijn.

Daarom wil ik proberen nuances in mijn hulpvaardigheden naar anderen te steken. Ik kreeg dat bijgebracht in de periode van de twee. Het is echter niet makkelijk. Ik val heel veel terug op mijn eigen ervaringen en projecteer die al te makkelijk op een ander. En dan raak ik gefrustreerd omdat ze het niet altijd begrijpen. Ik moet leren begrijpen dat zij mijn ervaring niet kunnen interpreteren en begrijpen zoals ik dat doe. Begrijp je? Ik kan mijn ervaring wel delen met anderen. Ik kan ze echter niet overdragen. Ervaringen zijn niet te projecteren op een ander. Ervaring moet je zelf ervaren. En als je dat begrijpt, lukt het misschien beter om er te zijn voor iemand. Maar met dit opdringerig bericht van hoe je dat moet begrijpen bestook ik jullie, teergeliefde lezers, en heb ik mezelf in een kringverwijzing geschreven.

Een reis en weer terug

Offline

Vreemd. Ik tokkel nu op mijn computer. Ergens tussen Brugge en Brussel. Zonder internetverbinding. Mijn iPhone even buiten beschouwing gelaten. En eigenlijk werkt dat ding niet in de trein. De verbinding valt meer uit dan het aantal minuten deze trein zal te laat aankomen. Dus laat ik het beestje voor wat het is en typ ik verder. Offline.

Ik ben dat niet gewoon, weet je. Ik ben dag en nacht verbonden met internet. Op ieder moment kan ik de wereld in de gaten houden. Checken waar mijn vrienden, kennissen, familie en onbekenden mee bezig zijn. En dat is nogal wat. Moest ik daar mijn beroep van maken, klopte ik overuren en kreeg ik na een week stress en een briefje van meneer doktoor. “Ik schrijf u voor: Offline.”

Er zijn weinig momenten dat ik niet online ben. Behalve als ik slaap. En dan nog. De laatste beweging van de dag is mijn telefoon weg leggen. Het eerste wat ik doe als ik nog niet eens opgestaan ben is mijn telefoon van mijn nachtkastje weggrissen en beginnen lezen. Als ik de slaap niet kan vatten,… vul zelf maar in. Ik woon alleen. Misschien zal die gewoonte wegvallen als ik samenwoon. Mag ik hopen. Mijn lief zal wel voor de nodige afleidingsmanoeuvres zorgen…

Verslaafd? Hoh, waarom zou ik het zo niet noemen? Ik kan wel zeggen dat, als ik in het buitenland ben, ik niet echt afkickverschijnselen heb. Dan floept internet, ik schat, maar 4 keer per dag voor 5 minuten aan. Niet dat het veel is, maar het floept wel. Was het niet van kostelijke grappen op mijn rekening, dan stond offline niet eens in mijn buitenlands woordenboek.

Het begon allemaal toen ik dat dekselse data-abonnement aanschafte. Na een paar uur was ik vertrokken. Vanzelf. Eerst zei ik nog dat het gemakkelijk was om buienradar te raadplegen, de treinuren op te zoeken en mijn agenda bij te houden. In de praktijk was het statussen op Facebook updaten, foto’s instagrammen, tweets lezen en op alle soorten van sociale media aanwezig zijn. Het gevoel verbonden te zijn met zoveel mensen, zoveel leuke mensen. Wat kan er verkeerd aan zijn?

Het gebrek aan aandacht voor de mensen rondom mij! De echte, levende, van vlees en bloed zijnde mensen. Die altijd die paar seconden moeten on hold staan als ik mijn apps op mijn telefoon even moet doorlopen. Misschien moet ik niet tot nieuwjaar wachten om een goed voornemen te hebben. Laat ik vanaf nu het gros van de dag offline zijn. Het zal niet makkelijk zijn, maar de mensen om me heen zullen wel ingrijpen. Want… jullie lezen dit hé! ;-)

En heb genade in het begin…

Openbaar vervoer

Ik moet er aan wennen. Nooit heb ik zoveel gebruik gemaakt van bus, metro, tram en trein als het laatste jaar. Uit financiële overwegingen. Dat het goedkoper reizen is dan met de auto. In de veronderstelling dat je alleen aan het reizen bent. Terwijl je eigenlijk nooit alleen aan het reizen bent.

Algauw merk je de beperkingen.

Dat je met de auto, buiten de spitsuren, veel sneller bent. Dat je niet moet wachten tot je auto op een bepaald uur komt opdagen.  Dat je vanaf je deur met de auto meteen vertrekt richting eindbestemming. Dat je in je auto altijd plaats hebt om te zitten. Dat je met je auto in het hol van Pluto kunt raken. Dat je bij nachte gewoon met je auto terug naar huis kan rijden. Dat je in de auto met de muziek kunt meebrullen. Dat de parking voor je auto wel heel duur is.  Dat je niet kunt lezen terwijl je met de auto aan het rijden bent. Dat je ’s ochtends niet poepeloere zat de eerste auto naar huis kan nemen. Dat je de auto één keer per jaar dringend moet kuisen. Dat je met de auto, binnen de spitsuren, veel trager bent.

En dat het rustig was deze morgen rond half zeven in de metro. Maar wie moet er nu van Brussel naar Brugge zo vroeg in de ochtend?

Over mij en haar

Met mijn haar

Gisteren heb ik mij laten knippen. Mijn haar hé, zoals de titel ook al liet vermoeden. Ik ga daarvoor naar Brussel. Gewoon. Omdat ik geen bekwame coiffeurs ken in de rest van Europa. Dat mijn lief er voor iets tussen zit, is al wat dichter bij de waarheid. Die gaat te voet naar Gilbert en Jean-Jacques. En ik sinds vorige keer ook. Dat ik daarvoor anderhalf uur respectievelijk op de fiets, trein en metro moet zitten, verzwijg ik even. Pas op, laatst zag ik een filiaal van Gilbert en Jean-Jacques in Rome. Dat is met het vliegtuig. Dus zo overdreven doe ik ook weer niet.

Het ritueel om naar de kapper gaan, start altijd een paar weken eerder. Dan vraag ik aan mijn vrienden of ik mijn haar lang moet laten of kort moet knippen. De meningen zijn altijd verdeeld. Doorgaans kiezen de vrouwen voor lang. Omdat ze dat sexyer vinden bij mannen. De jongeheren van rond mijn leeftijd gaan meestal voor kort. Omdat ik er dan jonger uitzie is de motivatie. En “Ge ziet er uit gelijk Justin Bieber” kreeg ik ook eens naar mijn kop met twee maand lang haar geslingerd. Ikzelf heb een nogal verdeelde mening die wijzigt naargelang de stand van de maan.

Dus had de kapper de eer om er iets van te maken. Mijn haren vlogen serieus in het rond.  Niet dat hij zo wild was, maar ge kunt van mijn stijle haar tandenborstels maken. En dat springt nogal. Het bleef echter spannend tot op vijf minuten van de finish. Toen zette hij pas serieus de schaar in mijn emolokken vooraan en kortwiekte ze met enkele centimeters…

Kort, noch lang. Zo moet ik mijn nieuwe haar omschrijven. Op dit ogenblik kort genoeg om het iedere dag een kwartier lang naar alle windstreken te blazen. Binnen enkele weken, als ik dat feunen moe ben, lang genoeg om het Biebergewijs te laten liggen. En dan kan ik terug het ritueel starten en de vraag stellen.

Bloedbad

Over haar gesproken. Mijn haar föhnen (bij deze is mijn taalfout uit mijn vorig bericht rechtgezet) doe ik iedere dag. Ik zie dat ook zitten! Je hebt daar een zekere creativiteit en resultaat mee. Maar waarom heeft God dan nog haar op mijn kaken en kinnebak voorzien? En dat dat persé nog zo snel moet groeien! Dat heeft toch voor niets en niemendal zin? Je moet dat ne keer beginnen bijhouden om altijd, zoals in de reclame, glad uit te zien. En bloeden! En tegen dat al die wonden dicht geslibd raken! Om nog maar te zwijgen van alle miserie die je krijgt als zo’n wondje een paar uur later open gaat. Vooral in vergaderingen of restaurant of trein of erger: ik ben eens midden in een solo moet stoppen met spelen omdat een wondje danig begon te bloeden. Op een repetitie weliswaar. Maar ik zat daar mijn kaak te deppen, terwijl de dirigent die mij nodig had.

De reden van al die bloedgevallen zal wel mijn autodidactisch en ongeduldig rakelen zijn. En dan nog met van die wegwerpspullementen. En heel waarschijnlijk ook wel het aantal dagen dat er tussen zit. Vergelijk het gras afrijden na 3 weken. Dat gaat ook niet bijzonder vanzelf. Misschien had ik voor mijn verjaardag een echt ding moeten vragen. Zo’n, door ingenieurs uitgevonden 34-delige messenset met rubberen handvat. Of ik moet iedere dag naar een snelle barbier gaan.

De huidige toestand

Leefwereld

Het laatste jaar zijn de verhoudingen zo omgedraaid dat ik van het mooie en vredige stadje waar ik vertoef, er een saai oord van heb gemaakt. Ik heb het geprobeerd, maar de stad heeft gewonnen. Ik raak er niet binnen. Moeilijk is het om een deel van het volk te worden. Daarbij moet ik zeker de hand in eigen boezem steken. Meer en meer trok ik de laatste jaren het binnenland in. Omdat er daar, naar mijn bescheiden mening, meer te doen was.

Na lange tijd kwaad en ellendig te hebben gekeken naar het ‘grote dorp’ kan ik niet anders dan toegeven: ik ben niet gemaakt om het hier nog langer uit te zingen. Niet dat het altijd kommer en kwel is geweest. Maar uiteindelijk doe ik hier niets anders dan wonen en werken  (en naar de muziekschool en de academie gaan). Toevallig dingen waar de mensen het meeste belang aan hechten. Ik zie echter één ding niet in mijn lijstje: leven.

Dit tekstje mag dan wel heel kort door de bocht zijn. Het vertelt uiteindelijk wel de essentie van de verhouding met, voorlopig nog, mijn stad, Brugge. Ik weet niet of ik nog meer uitleg zal geven komende tijd. Misschien heb ik het onderwerp afgesloten en kijk ik nu alleen nog naar de toekomst. Naar een nieuwe stad. Eentje die al in mijn hoofd zit. En daar nog wel heel even blijft.

You’re my best friend

Ik kan schrijven hoe mooi hij is, alleen zo mooi kan ik niet schrijven. Dus probeer ik het op een andere manier. Het overkwam ons. Plots. Terwijl iedereen om ons heen al iets in de mot had. Wij niet. Wij waren beste vrienden. Dat het speciaal was voelden we aan vanaf het begin. Er is altijd een natuurlijke flou geweest. Allerlei golflengten liepen gelijk. En toen kwamen er diepere gevoelens met veel verwarring en vragen, en met horten en stoten een diepere erkenning naar elkaar.

In de eerste dagen van wat misschien ooit een relatie ging worden waren we vooral bang. Bang om elkaar te verliezen. Het was vertrouwd omdat we elkaar kenden. Het was vreemd omdat we elkaar kenden. Vriendschap zou boven alles staan. Alleen begon alles te zweven en moest er duidelijkheid komen. We waren bang voor het onbekende, voor onszelf, de omgeving, de relatie,… er heerste chaos en leuk pubergedrag. Tot eindelijk de woorden kwamen… Ik zie je graag Wim.

De terugkomst

Het verduisteren van de schaduwzijde

Toen ik een jaar geleden het webloggen stopte, berustte dat op een motivatie. Mijn leven veranderde op zodanig drastische wijze dat ik mezelf in de knoop had geschreven. Ik verklaar me nader. Het ging altijd over koetjes en kalfjes, terwijl in het echte leven er in de verste verten geen vee meer te zien was. Het schrijven over een veestapel hoeft natuurlijk op zich geen probleem te zijn. Of omgekeerd gezegd hoeft niet alles van mijn privé op straat te liggen. Het was alleen zo oppervlakkig geworden. Ik durfde niet de diepte in te gaan. Rond de pot draaien zei iemand me dit weekend. “Je zegt weinig met veel woorden”. Dat ik een heel voorzichtig mens ben zal daar wel voor iets tussen zitten. Maar net die behoedzaamheid begon ik beu te worden. Dat samen, met de evolutie in mijn leven zorgde er voor dat ik stopte met schrijven.

Je moet nu nog eens de tekst hierboven lezen. Veel woorden. Maar wat heb ik nu in feite verteld? Ik probeer het nog eens. Dit keer met één zin: Ik heb mezelf verbannen omdat ik bang was mij bloot te geven. En om het toch even te duiden: ik was het beu om mezelf op een zodanige manier te censureren dat ik mijn ei niet meer kwijt kon.

De terugkeer van een banneling

Toch zit ik al een tijd te broeden. Met de geruisloze aftocht in mijn achterhoofd, wou ik een niet al te heroïsche terugkeer. En er moest ook eerst het een en ander worden afgesloten. Tastbare zaken. Ook onzichtbare zaken. Al waren die waarschijnlijk merkbaar voor de buitenwereld.

De grootste onzichtbare obstakels waren de muren rondom mij, die ik in de loop van de jaren had opgetrokken. Achteraf gezien heb ik ze plots heel snel afgebroken. Nog steeds weet ik niet hoe ik het gedaan heb.  Ze waren opeens weg. Nu goed, een decennium kun je misschien niet al te snel noemen. Al die tijd bleef ik malen. Nadenken. Het is echter ironisch te moeten vaststellen dat net door minder te gaan nadenken en het loslaten van dat ik het zelf wel kon oplossen, ik een stuk verder kwam. Ik begon te communiceren. En met anderen. Zo van die levende wezens. Mensen! Dat was nieuw. Of het was toch al lang geleden. Zes miljard mensen rondom mij en ik had ze al die tijd niet opgemerkt.

De gedachte

Hoe dan ook, nadat ik deze morgen de deur achter mij dicht had getrokken en mijn stalen ros aan het bespringen was, moest ik aan iets denken. Gelukkig had ik vijf kilometer woon-werkverkeer voor de boeg. En dat aan 15 cent per kilometer! Ken je dat gevoel als je aan het rijden bent, of het nu met de auto of fiets is, je een eind van je afgelegde weg niet meer herinnert? Je ontwaakt plots een aantal honderd meter verder, en in het slechtste geval een paar kruis- en ronde punten dichter bij je eindbestemming.

Ik dacht en bleef denken: “En nu?” Het antwoord was even doordacht als de vraag: “Niet nadenken!”. En zo kwam ik even later aan op mijn werk. Uitgeput. Van het fietsen uiteraard. Het was wind tegen. Maar zonnig! Ik straalde en gleed gezwind mijn portefeuille over de prikklok. Piep.

Teloorgang en herstel

De ineenstorting van het imperium

Het is een jaar geleden. Zo snel gaat de tijd. De al bijna vastgeroeste machines werden toen van de een op de andere dag niet meer gesmeerd en vielen met horten en stoten stil. Er waren eerder al barsten verschenen in het lap- en tapwerk die het hele ding trachtte bijeen te houden. Toen ook die herstellingen bleken te falen, werd er besloten om de fabriek te sluiten.

Het gebouw staat er een jaar later nog. Slechts twee mensen – de twee – hebben de sleutel tot het afgetakelde fabrieksgebouw. Binnenin zie je ondertussen door de lagen stof alleen contouren van alles wat was. De paar intact zijnde waren, de kostbaarste, zijn door de twee afgelopen jaar weggesleept naar een soort van archief. Heel af en toe wordt het gebouw nog eens betreden. Op zeldzame keren wordt er nog wat uit het gebouw gered. De rest van de machines en materialen roest verder, tot het als as zal verdwijnen.

Tijd van wederopbouw

Maanden later zijn de twee nieuwe machines uit de grond aan het stampen. In twee moderne aparte fabrieken. Los van elkaar, maar verbonden door gedane kennis en emoties. Tussen al dat innovatieve geweld kun je soms een wisselstuk uit de oude fabriek bespeuren.

Ontkoppeld van elkaar, brengen ze elk hun onderneming naar een hoger niveau. Een hoogte waar het vroegere collectief nooit aan kon tippen, welke kwaliteiten het ook in huis had.

En toch, vandaag kunnen de twee niet volledig loslaten wat ooit was. Omdat er zoveel samen ondernomen is. Niet in het minst dat naast mislukking ook zoveel successen zijn geboekt. Deze successen zijn niet alleen  goede en blijvende herinneringen maar ze leggen de basis voor de toekomst van beide ondernemingen.

Dit verhaal gaat over één van de twee en zijn nieuwe onderneming. Ze zal onafscheidelijk verbonden blijven met de ander. Tegelijkertijd en noodzakelijk, losgerukt.

Collectie

Ergens in het afgetakeld fabrieksgebouw van het vorige imperium zit een kamer. Ik weet eigenlijk niet of hij nog bestaat. Ik herinner me hem des te beter. De weg naartoe wist uitsluitend ik. Gangen waren er niet. Enkel kamers, vertrekken, zalen. Je kon alleen via zware, met klinknagels versterkte, ijzeren deuren van kamer naar kamer. Helemaal diep vanbinnen zat de belangrijkste ruimte. De bibliotheek.

Zware kluisdeuren beletten dat iedereen zomaar de kamer kon betreden. Binnenin was het donker en enkele gloeilampjes moesten heel de ruimte voorzien van veel te weinig licht. Het aanwezige archief was netjes geklasseerd en zat in zware vergrendelde donkere eiken kasten die in rijen tegen elkaar stonden. Iedere kast had zijn tiendeling cijferslot. Soms vergat ik wel eens een code, weet je, zodat sommige stukken verloren gingen. Het waren duizenden, zo niet miljoenen cijfertjes die ik moest onthouden. Sommige codes heb ik echter laten verloren gaan. Omdat die inhoud nooit meer naar buiten mocht komen.

Het meeste van de verzameling is in de loop der tijden stilletjes naar de vergetelheid gegaan. Na jaren opbergen wist ik zelf niet meer wat er allemaal aanwezig was. Een catalogus ontbrak zodat opzoekingen geen zin hadden. Ik had ook geen geduld en tijd om de cijfercodes te kraken. Ik was immers met andere dingen bezig. Ik moest de machines draaiende houden. Zelfs de tijd om alles in het archief te klasseren was er niet meer op het eind van het imperium. Alles werd als een zootje in de kasten gedumpt. Ze werden wel allemaal vakkundig op slot gedaan.

Tot ik na de teloorgang van de fabriek, na maanden zwerven door de kamers op zoek naar wat fout was gegaan, ik plots voor de ijzeren kluisdeuren van de bibliotheek uitkwam. Ze stonden op een kier. Ik duwde voorzichtig de deuren open, trad naar binnen en aanschouwde de statige kasten. Ze waren best mooi. Nooit had ik de tijd genomen om eens echt de kamer in te kijken. Nu had ik tijd. De machines stonden immers stil. Ik bewoog me naar de eerste kast en probeerde het cijferslot te openen. Moeizaam. Dagen duurde het vooraleer ik de code kon kraken. Tot ik plots het systeem door had. Ik smeet het slot op de grond en deed de kast open. En daar stonden ze, te wachten op mij, jaren aan een stuk… mijn gedachten en herinneringen. Ik keek ze aan. Ik kon ze aankijken, na jaren negeren. Na jaren ontkennen. Ze gleden naar mij toe en ik slorpte ze op. Helemaal. Allemaal.

De dagen en maanden die volgden liep ik iedere kast af en snokte al de sloten met een ruk af. Ik zoog alle archiefstukken op en klasseerde ze opnieuw. In een nieuwe ruimte. In een modern gebouw met vele ramen en open deuren. De hele collectie werd netjes verwerkt en gecatalogeerd en in open rekken geplaatst. Zichtbaar, voor iedereen. Maar vooral, zichtbaar en klaar om te gebruiken door mezelf.