Op een bewoond eiland

Dit is een verslag van twee maanden wonen in Brussel tijdens de eerste coronacrisis. Het is een tekst waar ik de hele periode aan geschreven en geschaafd heb. Na jaren van stilstand heb ik het schrijven terug opgerakeld en het terug kunnen voelen. Het is geen ongelooflijk literair stuk geworden. Ik heb mij desalniettemin kunnen uitleven en mij terug kunnen verwonderen in en door het proces van schrijven. 

Een stilgevallen stad | de eerste weken

Sinds ik door de coronamaatregelen in Brussel ben gekluisterd probeer ik veel te wandelen om in beweging te blijven met lichaam en gedachten, en weg te lopen van het dagelijkse werk die, bij gebrek aan andere plekken, voortdurend aan de livingtafel plaats vindt. Ik heb al menig lus gewandeld die samengevoegd in bovenaanzicht een bloem met heel veel gelobde bloembladen vormt, ons appartement als middelknoop.
In het begin van de opgelegde restricties was ik heel fanatiek. Ik werkte uren aan een stuk geconcentreerd door en sprokkelde vervolgens ettelijke kilometers bijeen om de balans van inspanning terug te doen kantelen naar ontspanning. Ik weet nog toen de opgelegde maatregelen van overheidswege in hun aanvangsweek niet heel erg duidelijk waren vastgelegd en niemand wist of we überhaupt ter ontspanning de deur uit mochten, ik overdag nogal benauwd in huis zat, rusteloos, maar aan de vooravond toch de deur uit sloop om, weliswaar met een ongehoorzaamheidsgevoel, mijn kilometers te malen. Ik zat met een mentale weerstand tegenover de vrijheidsbeperking. Het voelde zeer onrechtvaardig aan. Wat mijn eigenzinnig gevoel in stand hield was dat er amper beweging op straat was. Mijn ervaring was dat een bezoek aan de supermarkt veel gevaarlijker was om het virus op te rapen of zelf over te dragen dan een wandelingetje in de stad.
Toen uiteindelijk de nationale veiligheidsraad in die beginweken de regels ondubbelzinnig vastlegde was ik niet meer te houden. We werden zelfs aangemoedigd om in open lucht te bewegen, zolang je het maar alleen deed of met het gezin en in constante beweging bleef. Ik was dus helemaal niet illegaal de deur uitgestapt, integendeel! Zolang ik vanaf onze voordeur begon en fysiek daar ook kon eindigen was er geen vuiltje aan de lucht. Het gevoel dat mijn vrijheid was ingeperkt bestond sindsdien niet meer. En dus ging ik afgelopen weken de oevers van ons gewest opzoeken.

Dwalen in een stad

Ten zuidwesten van Anderlecht, aan het uiterste puntje van Metro 5 kronkelt de gewestgrens, meanderend met de Vogelzangbeek. Daarachter zag ik de glooiende akkers van het Pajottenland, eind maart nog ongeploegd en onbezaaid.
Een week later wandelde ik in het uiterste noordwesten in de Molenbeekvallei en de vochtige moerasgebieden van Ganshoren. Eind maart was het daar nog te vroeg om bloeiende irissen te zien, de bloem als embleem van ons gewest omdat die gedijt in de van oudsher aanwezige vochtige moerassen. Overal doorheen het gewest ontdekte ik wel de overgebleven toponiemen in wijk- en straatnamen die verwijzen naar de drooggelegde broeken en moerassen.
Begin april nam ik overal bloesems waar. Nooit waren die in de jaren dat ik hier woon mij zo opgevallen. Bij de eerste tekenen van de lente ben ik normaal gezien niet te houden om eropuit te trekken, weg uit de stad, die in de naweeën van de winter enkel grijs en grauw op mij afkomt. Dit voorjaar zat ik noodgedwongen middenin de stad en zag hier de kleuren terugkomen.
Halverwege april, in het meest zuidelijke punt stuitte ik midden in het Zoniënwoud op de kaarsrechte grens met Vlaanderen. De knoppen van de beukenbomen waren net uitgebarsten tot een bescheiden bladerendek waar het blauw van de lucht nog door te zien was.
Maar de plekken waar ik het duidelijkst de seizoensverandering heb waargenomen zijn de parken die ik met maandelijkse tussenpozen bezocht. Midden maart wandelde ik – het was jaren geleden – in het Josaphatpark in Schaarbeek, volledig in winterse sferen ondergedompeld, behalve de aangeplante voorjaarsbloeiers. Toen ik anderhalve maand later het park terug betrad herkende ik mij niet meer. De bloemen waren verdwenen maar park was een weelderig groene oase geworden. Volledig aan de andere kant van het gewest heb je het Dudenpark in Vorst waar je precies in de Ardennen bent.
In allerlei straten en parken waan ik me in een ander land. Italiaanse lanen, Parijse Boulevards, Turkse straten of New Yorkse zichten. Ik ontwerp mijn eigen reis in de straten waar ik woon en puzzel de stad bij elkaar. Spoorwegen die zich via tunnels en viaducten doorheen de stad wurmen, probeer ik bovengronds hun tracé te volgen. De nationale wegen die hier aan de kleine ring ontspruiten naar alle richtingen van het land heb kwam ik iedere dag tegen wanneer ik weer eens een windrichting had gekozen om naartoe te wandelen.
Ik heb hier de zee gevonden. Het in beton opgetrokken kanaal Brussel-Charlerloi. Wanneer ik in Molenbeek op de kaden wandel heb ik eenzelfde gevoel als wanneer ik op het Noordzeestrand wandel. Het komt door de open vlakte waar de wind vrij spel heeft. Het suizen van de wind in mijn oren doet alle geluiden verdwijnen en geeft me eenzelfde soort gevoel als aan zee. De ervaring correspondeert. Is dat niet eigenaardig?
Echte open waterlopen vond ik alleen aan de buitenkanten van het gewest. Bijna alle grachten zijn ingebuisd en in tunnels gestoken, net zoals de Zenne. De rivier zag ik voorheen iedere dag vanuit de trein, hoe die zich plooide tussen de sporen aan het Zuidstation. Tijdens mijn wandelingen heb ik de Zenne alleen maar in het uiterste noorden van het gewest gezien, daar waar die letterlijk onder de fabrieken tevoorschijn komt in Haren-Buda, om direct de grens met Vlaanderen over te steken. Daar wandelde ik in een stukje niemandsland, ergens in de jaren tachtig, tussen de verlaten fabrieken en stuk gereden kasseiwegen. Ik zag daar de rijkswacht passeren in gedachten en in een oud Volkwagenbusje.
Ik kwam ook terug op plekken die ik ontdekte in de begintijden van mijn leven hier, zo’n zeven jaar geleden. Op mijn manier, wat wil zeggen dat ik stap en blijf stappen met een ongekende honger om nieuwe stukken aan mijn puzzel toe te voegen. Ik ontdekte oude stukken als nieuw en ontdekte nieuwe verbindingen door evenwijdige straten of andere verbindingen te maken, verbindingen tussen de verschillende gemeenten van het gewest.

Thuisgekomen

Onze straat ligt pal in de vijfhoek en is één van de drukste doorvoerstraten met forenzen en toeristen. Twee maand was het hier doodstil, met af en toe een passant, meestal aan het bellen en in het gezelschap van een plastic zak van de supermarkt. In de namiddag fietsten soms enkele ramptoeristen van buiten het centrum vol verbazing een lege Grote Markt op. Een rare gewaarwording, het ontbreken van het constante gewauwel van een mensenmassa, de afwezigheid van rammelende kasseien, geen toerende auto’s, geen voorbijsuizende vliegtuigen, auto’s die voor lange tijd geparkeerd stonden om er stof te vangen, gras die begon te groeien in de spleten van voetpaden en pleinen. Het was precies autoloze zondag waar de wandelaars en fietsers het lieten afweten. Brussel was voor even een uitgestrekt dorp met enkel zijn inwoners. Er waren geen straatmuzikanten die in continue herhaling het thema van The Godfather, Despacito en Con Te Partiro te berde brachten. Het enige onveranderde maar opvallende in het straatbeeld waren de zwervers en daklozen die af en toe met elkaar voor enige opschudding zorgden in voor de rest ingedutte stad.
In het nieuws hoorde ik dat we in oorlog waren met een onzichtbaar virus. Ik denk dat het een beetje is zoals naar een museum gaan over oorlog. Je ziet de beelden, maar zelf zit je thuis in alle comfort het front te volgen, met de gedachte dat het virus mij wel niet te pakken zal krijgen. Maar enkele dagen later na het zien van de verschrikkelijke beelden uit onze eigen ziekenhuizen stuurde ik mijn mening bij, om liefst een milde vorm van corona te krijgen zodat ik immuun zou worden. Een egoïstische gedachte die snel evolueerde in het absoluut niet willen krijgen na het nieuws van mijn geboortefront Ieper, waar het virus lelijk aan het toeslaan was.
Ik hield in deze periode voor de eerste keer in mijn leven een gesprek met een dakloze. In het park van Brussel sprak hij me aan en voor de eerste keer hield ik halt. Het was een normaal gesprek over de toestand in het land. Hij vroeg me ook enkele artikels op CNN voor te lezen zodat hij kon horen hoe het was in een wereld met een overheersend virus. Ik gaf hem uiteindelijk geen geld. In de maanden van de lockdown heb ik geen bankbriefje of muntstuk in mijn zakken gehad.
De bovenbuur begon plots iedere dag op zijn gitaar te tokkelen. Doorheen de stad kwamen geluiden van instrumenten uit openstaande ramen de straat op gewaaid. Trompetten, mandolines, saxofoons, piano’s, dwarsfluiten en één enkele trombone. Die laatste kreeg meermaals applaus te horen van toevallige passanten. Ik stond namelijk, zoals altijd met zomerse temperaturen met openstaande balkondeuren te repeteren. Maar doordat alle andere geluid was weggevallen zweefden mijn noten tot ver de straten in. Hoe paradoxaal het klinkt, maar hoe minder mensen op straat, hoe meer publiek ik had die mij konden horen spelen. Het gaf wel een kick als ik een bescheiden tweemansapplaus kreeg na het spelen van mij studies.

Wanneer dit over is

Ik wandelde in een bijna verlaten netwerk van spoor-, water-, autowegen. Een ouderwets web die geconnecteerd is met onze buurgewesten en zelfs ver daarbuiten. Ik zat opgesloten in een stilgevallen Europees middelpunt of tussenstation. Brussel was even van ons, een grote familie Robinson, die na een schipbreuk hier ooit zijn gestrand. Toen de stad afgelopen tijd alle grote fonteinen aan het vullen was hoorde ik het kletterende water al op grote afstand. Dat moment ga ik koersteren. Want straks zal het heel snel als vanouds zijn, alsof er geen virus is gepasseerd afgelopen twee maand. Deze laatste week zag ik al de tram in de knoop zitten tussen de auto’s. Ik weet niet of ik zomaar terug wil naar de tijd toen er van een coronavirus nog geen sprake was. Wanneer dit over is wil ik niet terug naar het normale. En kan ik eigenlijk wel een zin starten met “wanneer dit over is…”? Wat wil ik behouden of veranderen na deze ervaring? Deze coronawandelingen kan ik overal op deze wereld stappen.

De Coronawandelingen_Brussel_BE_13.03/11.05.2020

Enig in ons land, uitzonderlijk in Europa!

De titel pikte ik losweg van het infobord die stond op de plek waar het gebeurde…

Ik naderde een oude brug over de Durme, de Mirabrug. Daar stond een man met zijn kleinkind naar het water te staren. Hij sprak me aan en vroeg of ik naar de mascaret kwam kijken. “Dat ken ik niet” moest ik onmiddellijk bekennen waarna de man begon uit te leggen dat vorig jaar het daar vol stond van het volk, zelfs op beide oevers want de brug was te klein, en zowaar Radio 2 aanwezig was om het spektakel te verslaan. “De mascaret, bij hoogtij, en dat is toevallig vandaag, en hij is nu op komst, hij zou er al bijna geweest kunnen zijn, is een vloedgolf die vanaf de Schelde uit Antwerpen komt aangerold door het wisselen van de getijden. Het is raar dat je daar nog nooit van gehoord hebt want dat komt niet veel voor in Europa. Op enkele rivieren in Frankrijk bijvoorbeeld, waar de golf zo groot is dat ze er kilometers lang op kunnen surfen. In België komt het enkel hier op de Durme voor.”

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Die naderende vloedgolf wilde ik wel eens zien. En dus begon ik samen met het tweetal te wachten. Ik was danig enthousiast dat ik me niet afvroeg waarom er niet veel volk stond. Aan het mooie weer lag het niet. Hij kwam blijkbaar nogal laat deze editie. Tot er plots een bende fietsers kwamen langs gereden die nogal enthousiast riepen dat hij op komst was! Uiteindelijk heb ik daar een half uurtje moeten wachten… En toen kwam hij aangerold.
Aanschouw dit natuurfenomeen in mijn zelf gefilmde én gemonteerde filmpje:

Heb je het gezien eigenlijk? Want anders moet je eens terugspoelen… de vloedgolf veroorzaakte zo’n deining dat menig in het riet schuilende kikker er niet echt van wakker werd. Ik zit hier nog altijd op mijn honger, want ik wil nu wel eens een gigantische vloedgolf aanschouwen…

De Mirabrug is een brug over de Durme, op de grens van de gemeenten Hamme en Waasmunster. Het is de tweede Mirabrug die ik mocht aanschouwen in mijn leven, deze én de echte in Avelgem.
De brug kreeg haar naam en bekendheid dankzij de speelfilm Mira, een film uit 1971 van het boek De teleurgang van de Waterhoek van Stijn Streuvels, met Willeke van Ammelrooy en Jan Decleir in de hoofdrollen. Het script was van Hugo Claus. De brug die Streuvels beschreef lag niet tussen Hamme en Waasmunster, maar was de brug over de Schelde die Ruien met Avelgem verbond. De huidige brug is veel moderner dan de oorspronkelijke wat waarschijnlijk de reden is dat de film werd opgenomen aan de oude brug over de Durme. En net aan de oorspronkelijke brug, aan de Waterhoek in Avelgem heb ik nieuwe rioleringen aangelegd (lees: kijken aanleggen hoe de aannemer zijn werk deed). Of hoe onze kleine wereld aan elkaar gelinkt is.

Wandelroute

S-GR Waas- en Reynaertland
Toen ik op een zondagmorgen in juni halsoverkop besliste om het gloednieuwe traject van het streekgroteroutepad Waas- en Reynaertland was ik zo onvoorbereid dat ik maar half de kilometers had gecontroleerd waardoor de geplande 25 er eigenlijk 35 werden en ik nogal mentaal op de proef werd gesteld de laatste kilometers om maar nog te zwijgen over de onweersbui die het laatste uur met bakken uit de lucht kwam vallen en ik mijn paraplu vergeten was…
De vallei van de Durme kende ik niet, maar het is alvast de moeite waard om dit deel van de S-GR te verkennen. Ik wandelde van Temse naar Lokeren.

Scheidingslijn | tussen Condroz en Famenne

Twee dagen hebben we binnen gezeten in ons Ardens huisje, op de twee uur jacuzzi na, tijdens de jaarwisseling. De hoogste tijd dus om frisse lucht op te snuiven. Ons vakantiehuis is ideaal gelegen in het centrum van Heure als startplaats van een wandeling. Om de calorieën van afgelopen feestdagen te verteren hebben we een stevige achttien kilometer voorzien.

In het begin wandelen we vaak op bospaden die via een paar kleine dorpjes overgaan in landbouwwegjes. Daar worden we getrakteerd op prachtige vergezichten. Het terrein is heuvelachtig, maar niet te extreem. Onderweg zijn er behalve wat picknickbanken geen voorzieningen om te eten. Reken een vier en een half uur wandelen wanneer je onderweg geen pauze neemt.


Bossen en valleien

De start gaat in stijgende lijn op een rotsig pad. Boven zien we in de verte de eerste heuveltoppen van de Ardennen. We zitten letterlijk op de scheidingslijn van de Condroz en de Famenne. Mijn Frank valt dat ons weekje in de Ardennen niet eens in de Ardennen is! We dalen de volgende vallei de bossen in. Op een gegeven moment slaan we een bosdreef te vroeg af en moeten we met onze gps dwars door de bossen onze route zoeken. Al strompelend een vallei naar beneden, over een beek springen om terug uit de vallei te kruipen.  Zonder kleerscheuren raken we terug op pad.


Golvende heuvels en weilanden

Wanneer we de bossen verlaten komen we een kunstwerk tegen gelegen op recent ontwikkelde route Sentier d’Art. Men is van plan om in 2019 deze lange afstandswandeling verder te ontsluiten. Ze zal uiteindelijk ongeveer 120 kilometer lang worden en doorkruist de streken van de Naamse Condroz en Famenne. De initiatiefnemers trakteren je onderweg op allerlei landschapskunstprojecten. Zeker de moeite om de komende jaren (een stuk van) deze route in te plannen.

We verlaten de kunstroute richting het dorpje Sinsin. Na een tijdje volgen we een stukje GR577, een wandellus van 170 km door de streek Famenne. In het dorpje Netinne verlaten we die opnieuw om te wandelen we in een typische Condrozlandschap van golvende heuvels en weilanden. We genieten van de vergezichten tot we terug in het centrum van Heure arriveren.


Samenvatting

  • Startplaats: de kerk van Heure (deelgemeente van Somme-Leuze)
  • Bereikbaarheid: het makkelijkst met de auto te bereiken via de N4 (Namen – Marche-en-Famenne). Lastig te bereiken met het openbaar vervoer. Sinsin wat op de helft van de route ligt is enigszins in de week te bereiken met een bus.
  • Afstand: 18,5 kilometer
  • Terrein: heuvelachtig, brede bospaden, verharde en halfverharde landbouwwegen
  • Duur: 4 à 4,5 uur
  • Bewegwijzering: geen. Gelopen in wijzers in. De route kun je downloaden of volgen via onderstaande gps-track.


GPS-track


Fotoalbum

Overzicht GR en LAW in 2018

Dat ik meer belang hecht aan het wandelen zelf dan aan wandellijstjes afvinken kan allemaal wel zo zijn, maar van statistiekjes, lijstjes en kaarten word ik altijd wild! Met mijn lievelingsprogramma Excel hou ik allerhande tabellen en grafieken bij. Van het aantal kilometer hiken tot iedere stap die ik zet. Al dat telwerk hou ik andermaal bij in geogerefereerde kaarten. Ik word daar gelukkig van. Hoe verliep 2018 nu eigenlijk op gebied van GR (grote routepaden) en LAW (lange-afstands-wandelpaden)?

Ik zeg altijd met een kwinkslag maar desalniettemin gemeend dat ik tegen mijn pensioen alle GR-routes van België wil gewandeld hebben. Dat is niet van per se willen afhandelen. Ik ben nog niet eens op de helft van mijn loopbaan. Het is bewust niet wachten om leuke dingen te doen tot het te laat is (want misschien splitst België binnenkort en heb ik een visum nodig om in Vlaanderen te mogen werken en wandelen). Het is vooral ons land leren kennen op een manier dat ik ieder landschap en plaats mag beleven die ik lang geleden gefascineerd zat te bestuderen op de grote muurkaart van België toen ik in de lagere school zat…

De cijfers

Dit jaar deed ik een slordige 650 kilometer van de Grote Routepaden in België. Daarmee komt de teller op ongeveer 1.100 kilometer (of 13 % van de ± 8.500 kilometer), en dat in 3 jaar tijd.

Daar bleef het niet bij. Ik wandelde ook nog op wandelnetwerken, bewegwijzerde wandelpaden, bergpaden… Als ik dat allemaal bij elkaar optel kom ik aan bijna… 1050 kilometer.

Totaal aantal kilometer wandelen/hiken per jaar

In werkelijkheid is het nog zotter. Mijn dagdagelijks stappen heb ik nog niet meegerekend. Mijn gemiddelde aantal stappen per dag die mijn smartphone telde is 14.090 stappen/dag. Omgezet is dat ongeveer 9,9 kilometer gemiddeld per dag of in totaal 3.600 kilometer! En dat in een jaar waar ik mijn achterste linker kruisband heb gescheurd en ik het een paar maand rustiger aan moest doen. Je kunt dit tijdelijk effect in onderstaand grafiekje waarnemen. Het was toen trouwens toch veel te warm om lange dagtochten te doen.

Gemiddelde stappen per jaar

Gemiddelde stappen per jaar

Een samenvatting van 650 kilometer Grote Routepaden in België:

Jaaroverzichten op kaart

GR 121, van Wavre tot de Franse Grens in Péruwelz

De GR 121 verbindt Wavre met Boulogne-sur-Mer aan de Franse Opaalkust. Ik wandelde tot aan de Franse grens en doorkruiste de Waalse provincies Waals-Brabant en Henegouwen. Dit verhaal is eigenlijk begonnen op Kerstmis 2017 met een eerste wandeling:

25.12.17La Roche – Lauvain-La-Neuve – Walibi – Wavre26,70 km
04.02.18Villers-la-Ville – La Roche – Genappe – Nivelles23,73 km
18.02.18Nivelles – Ronquières – Braine-le-Comte (‘s Gravenbrakel)27,61 km
25.03.18Braine-le-Comte – Brugelette38,90 km
15.09.18Brugelette – Belœil – Bernissart – Peruwelz41,62 km
139 km

Een poging tot vervolg van de GR5a

Deze GR-route is ongeveer 568 km en is ongeveer gelegen op de grenzen van het vroegere Graafschap Vlaanderen. In 2017 wandelde ik al een 170 tal kilometer, van Ronse naar Antwerpen. Dit jaar was het plan om Brugge en Antwerpen te verbinden. De val met een gescheurde achterste kruisband strooide roet in het eten…

10.03.18Brugge – Damme – Oostkerke – Hoeke – Sluis22,50 km
Voorlopig totaal van de 568 km: 192 km

Voortzetting van de GR126

Deze GR startte ik in 2017 vanaf Mariekerke (Bornem) aan de Schelde tot helemaal door Brussel tot aan de abdij van Villers-La-Ville. Dit jaar wandelde ik verder en mocht ik zo de provincie Namen intrekken. De route gaat nog verder tot aan de Semois. Misschien iets voor 2019?

02.04.18Villers-La-Ville – Gembloux – Jemeppe-Sur-Sambre29,39 km
07.04.18Jemeppe-Sur-Sambre – Namur28,18 km
27.05.18Namur – Godinne30,02 km
16.06.18Gendron – Beauring30,65 km
17.06.18Gendron – Dinant25,40 km
01.07.18Godinne – Dinant19,33 km
Voorlopig totaal van de 270 km230 km

GR579 gestart

De GR579 is een vrij onbekende GR die loopt van centrum Brussel naar Luik centrum. Een poging om tot in de provincie Luik te geraken strandde dit jaar ergens op de grens van Vlaams- en Waals-Brabant.

De prachtige streek-GR Hageland

10.05.18Leuven – Aarschot – Testelt54,00 km
13.05.18Testelt – Zichem11,72 km
16.09.18Zichem – Scherpenheuvel – Zoutleeuw42,59 km
22.09.18Zoutleeuw – Ezemaal32,00 km
16.12.18Ezemaal – Hoegaarden – Leuven40,02 km
Voorlopig totaal van de 151 km130 km

Gemengde gevoelens bij de streek-GR Dijleland

Heb ik die gescheurde kruisband al genoemd? Volhardend in de pijn wandelde ik het stuk tussen Leuven en Kwerps. Misschien dat ik daarom de route niet tot mijn favorieten laat thuishoren. Het zuidelijke deel was nochthans wel zeer erg de moeite!

01.05.18Tervuren – Huldenberg9,00 km
05.05.18Huldenberg – Leuven19,77 km
30.06.18Leuven – Mechelen37,12 km
11.07.18Mechelen – Kwerps31,85 km
25.12.18Kwerps – Tervuren24.80 km
119 km

En als laatste: geen GR, maar zeker een hoogtepunt

Mijn lief en ik deden ook nog samen een kleine wandeling van 200 kilometer over 16 dagen… maar daar schrijf ik graag over in de loop van komende tijd. Iets om in 2019 (terug) naar uit te kijken!

Nepal, Annapurna Circuit

De kilometers in de tabellen en hun totaal kunnen verschillen omdat er in het totaal geen rekening gehouden werd met de aan- en aflooproutes naar bijvoorbeeld treinstations.

Annapurna Cirucuit D -36 | Derde hoogtestage

Misschien waren de heuvels in West-Vlaanderen ietwat te laag om echt te oefenen voor de Himalaya. Dus gingen we op zoek naar wat grotere bergen in ons land. Een concept die ik zelf nog niet kende kwam in mijn zoekmachine terecht toen ik wandelingen met het woord “hoogteverschil” zocht: de extratrails.

Extratrail?

Dat is in feite een bewegwijzerd parcours om veilig te kunnen traillopen. Trailrunning is een sport waarbij men loopt in een natuurlijke omgeving (bospaden, enkelsporige paden …) en vaak aanzienlijke hoogteverschillen. Wie deze sport beoefent meet zich in de eerste plaats met zichzelf en geniet volop van de ongerepte natuur.

Het ExtraTrail-Netwerk bevindt zich rond Spa, in de provincie Luik.

Op de website (https://extratrail.com/nl/) heb je keuze uit bijna 30 trails met verschillende lengtes (5 – 10 – 20 – 30 km). Daar vind je alle kaartmateriaal en te downloaden GPX-routes (die je kunt inladen in Google Maps).

Wij redeneerden dat wanneer je een trail kunt lopen, je die ook kunt wandelen. We kozen de rode trail van 23 kilometer rond Stavelot. Twee keer zijn we naar een ongelofelijke hoogte van 500 meter gewandeld. Het was ook de eerste keer dat we onze wandelstokken probeerden. Met wisselend succes overigens. Of deze wandeling een goeie oefening was voor de Himalaya moest nog blijken. Het was alleszins de moeite. Het pretpark Coo hebben we links gelaten, ook al stond daar het een en ander van rollercoastercredits


Wandelrapport

Naam: ExtraTrail Stavelot
Datum: zondag 30 september 2018
Aantal kilometer: 23,5 km
Duur: 5h 30m (11:15 – 17:30)
Startpunt: Toerismebureau Stavelot (abdij van Stavelot)
Vervoer: Cambio.
Bereikbaarheid met de trein: de trail passeert aan het station van Coo (kilometer 14) en kan van daar gestart worden.

Wandelkaart

De GPX is te downloaden op de website van ExtraTrail.